De leesvolgorde
De tabel volgt de nummering en de jaren van de oorspronkelijke uitgaven. Eén uitzondering in het verhaal: deel 28 (De Bibelebonse pap) speelt zich af vóór deel 27 (De maandiamant); de laatste vier boeken verschenen na Laans dood. Suzanne Braam hertaalde alle 29 boeken tussen 1995 en 1999; sinds 2014 verschijnen nieuwe delen onder de naam Studio Dick Laan.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
Pinkeltje: het verhaal van de film
Imme Dros bewerkte in 1978 de speelfilm tot een boek. In de hertaalde reeks met witte omslag kreeg het nummer 30.
Pinkeltje (film, 1978)
Speelfilm van Harrie Geelen met Aart Staartjes als Pinkeltje en Wieteke van Dort als Pinkelotje. Het verhaal is nieuw en volgt geen bestaand boek.
Pinkeltje in de Efteling
Eerste nieuwe leesboek (2014) onder de naam Studio Dick Laan, gevolgd door delen in onder meer het Rijksmuseum, Blijdorp en Friesland. Deze verhalen spelen in het heden.
Over Dick Laan
Dick Laan (1894–1973) werd geboren in Wormerveer en was naast kinderboekenschrijver een Nederlandse filmpionier. Hij maakte vanaf 1917 tientallen speelfilms en documentaires en was een van de eersten die films met en voor kinderen maakte. Vanaf 1934 werkte hij bij chocoladefabriek Boon, waar Pinkeltje eind jaren dertig op de dozen verscheen.
Pinkeltje ontstond uit verhaaltjes die Laan voor zijn neefjes en nichtjes verzon. Het eerste boek verscheen in 1939 bij Van Holkema & Warendorf. Vanaf het tweede deel speelt 'meneer Dick Laan' zelf mee: Pinkeltje vertelt hem zijn avonturen, waarna Laan ze opschrijft.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · De avonturen van Pinkeltje
Een storm blaast Pinkeltje uit de boom waarin hij woont, en daarmee begint de reeks die Dick Laan in 1939 op papier zette. Pinkeltje is een mannetje van niet meer dan een pink groot, te herkennen aan zijn witte baard en zijn blauwe puntmuts. Een kabouter is hij nadrukkelijk niet. Nadat hij zijn onderkomen kwijt is, slaapt hij een nacht in een ooievaarsnest en logeert hij een poosje onder de grond bij de mollenfamilie Graafpoot. Dan ontmoet hij Knabbel, een muis die samen met vier broers een hol deelt in het grote huis. Daar gaat Pinkeltje wonen.
In dat huis wonen een vader, een moeder en hun kinderen, en verder de poes Snorrebaard, een goudvis, een spin en de vlieg Brommer. Buiten houdt de plagerige kraai Wipstaart hem in de gaten. De mensen weten niets van hem af, want Pinkeltje laat zich liever niet zien. Voor iemand van een paar centimeter is een gewoon huis een landschap vol hindernissen: hij raakt verzeild in de neus van een reusachtige sneeuwpop en moet door de poes worden gered, hij wil Brommer uit de strooppot trekken en verdrinkt daar zelf bijna in, en als hij de wesp Stekebeen tegenkomt, probeert hij die met een grote boterbloem weg te slaan.
Laan schreef de verhalen om voor te lezen. Hij houdt de zinnen kort, mijdt moeilijke woorden en noemt zijn personages liever bij naam dan met hij of zij, zodat jonge luisteraars de draad niet kwijtraken. De hoofdstukken zijn zo lang als een voorleesbeurt van ongeveer twintig minuten. De eerste druk werd getekend door Dokie van Amstel.
Het personage bestond al voor het boek. Dick Laan bedacht Pinkeltje toen hij verhalen verzon om aan zijn neefjes en nichtjes te vertellen, en eind jaren dertig stond het mannetje op de verpakking van chocoladedozen. Pas daarna verscheen het eerste deel bij Van Holkema & Warendorf. Het werd het begin van een reeks van negenentwintig boeken die Laan tot 1977 zou schrijven.
2 · Pinkeltje en zijn vriendjes
In het grote huis komt er een dier bij: Wiebelstaart, een hondje dat al snel de beste vriend van Pinkeltje wordt. Pinkeltje woont er nog altijd in een muizenhol, samen met vijf muizenbroers, en ook de kat Snorrebaard hoort bij het gezelschap. Dit tweede deel schreef Dick Laan tien jaar na het eerste, op verzoek van zijn uitgever, en het breidt de kring rond het mannetje flink uit.
De avonturen blijven dicht bij de belevingswereld van een kind. Pinkeltje kruipt in de boekentas van een van de kinderen van het huis en komt zo in de klas terecht. Wipstaart, de kraai die het graag op hem gemunt heeft, zet hem boven op de boekenkast; de bromvliegen moeten eraan te pas komen om hem daar weg te krijgen. Ook op de boerderij valt genoeg te beleven. Pinkeltje slaapt bij de kip Tante Witveer en ziet hoe haar kuikens uit het ei komen, hij maakt kennis met mevrouw Knorreman het varken, en hij belandt zelfs in het nest van de familie Ooievaar. Dat nest ligt hoog, en eruit komen is lastiger dan erin.
Omdat Pinkeltje zo klein is, krijgt alles in het boek twee maten: wat voor mensen alledaags is, is voor hem enorm. Dieren kan hij verstaan en zij hem, waardoor elk hoofdstuk een eigen gesprekspartner heeft. De hoofdstukken zijn kort en breken vaak af op een spannend moment, zodat er per keer één verhaal voorgelezen kan worden. De eerste druk werd getekend door Froukje van der Meer. Het boek is bedoeld om voor te lezen aan kleuters en om zelf te lezen vanaf een jaar of zeven.
De vijf muizen heten Knabbeltje, Grijshuidje, Zwartsnoetje, Kraaloogje en Langstaartje, en zij blijven in de vroege delen zijn vaste huisgenoten. Vanaf dit tweede boek speelt bovendien meneer Dick Laan zelf mee: aan hem vertelt Pinkeltje zijn avonturen, waarna de schrijver ze opschrijft. Hij is ook zo ongeveer de enige mens aan wie het mannetje zich laat zien.
3 · Pinkeltje op reis
Vanaf het dak van het grote huis heeft Pinkeltje een prachtig uitzicht over de buurt. Vader Duif vindt het maar niets dat het mannetje daar zo hoog zit en wil hem naar beneden brengen, maar Pinkeltje noemt dat onzin. Daar krijgt hij spijt van zodra het gaat waaien: het dakraam klapt dicht en hij kan niet meer naar binnen. Het gaat ook nog onweren en regenen, Pinkeltje glijdt van het dak in de regenpijp en spoelt zo het riool in. Grauwhaar, de waterrat, vist hem eruit.
Daarmee begint de langste tocht die hij tot dan toe heeft gemaakt. Pinkeltje vaart mee op een vrachtboot, zweeft door de lucht aan de pluizen van een paardenbloem, komt in de duinen terecht en ziet daarvandaan voor het eerst de zee. Elk stuk van de reis brengt hem bij een ander dier dat hem verder helpt of juist in de weg zit, want zelf lopen schiet niet op als je zo groot bent als een pink. De vraag die het hele boek door blijft staan, is hoe hij ooit terugkomt in het grote huis bij de vijf muizenbroers.
Dit derde deel uit 1950 maakt de wereld van de reeks een stuk groter dan die van de eerste twee boeken, die zich vooral binnenshuis afspeelden. Dick Laan houdt de verteltoon gelijk: korte zinnen, veel verkleinwoorden en hoofdstukken van ongeveer een voorleesbeurt. De illustraties van de eerste druk zijn van E.M. ten Harmsen van der Beek. Het boek richt zich op kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
De eerste uitgaven waren gebonden boeken met een stofomslag; later kregen de delen de geplastificeerde gele band waaraan de reeks jarenlang te herkennen was. Sinds 1995 zijn de boeken verkrijgbaar in de hertaling van Suzanne Braam, die zich op de oorspronkelijke tekst baseerde maar duidelijk minder verkleinwoorden gebruikt dan Laan.
4 · Pinkeltje in Artis
Op de rug van Wipstaart de kraai vliegt Pinkeltje naar Amsterdam, naar de dierentuin Artis. De twee logeren in de kinderboerderij bij een neef van Wipstaart, en van daaruit verkent het mannetje het hele terrein. Voor Dick Laan was dit een manier om zijn reeks uit het grote huis te halen: in plaats van muizen en huisdieren krijgt Pinkeltje nu een dierentuin vol onbekenden voor zich.
Hij raakt bevriend met de dieren van de kinderboerderij, gaat op bezoek bij de apen en de beren en ontmoet koning Leeuw. Hij ziet hoe een verzorger van Artis een kies trekt bij prinsesje Leeuw, klimt op de rots in het pinguïnbad, zit even op de slurf van de olifant en maakt een praatje met mevrouw Giraffe. Steeds is het formaatverschil de grap en tegelijk het gevaar: een dier dat voor bezoekers achter een hek staat, is voor een mannetje van een pink groot iets heel anders. Hoe hij uiteindelijk weer in het grote huis terugkomt, is de vraag die het boek gaande houdt.
Dit vierde deel verscheen in 1952 en is het eerste dat werd getekend door Rein van Looy, die daarna een kwart eeuw aan de reeks verbonden bleef. Laan koos bewust bestaande plekken die zijn lezertjes kenden of konden bezoeken; later deed hij dat nog eens met Madurodam. Het verhaal is opgebouwd uit korte hoofdstukken die los van elkaar te lezen zijn, en is bedoeld om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Pinkeltje laat zich nooit aan mensen zien, omdat hij niet weet of hij ze kan vertrouwen. Dat maakt een bezoek aan een drukke dierentuin extra riskant en levert het boek een groot deel van zijn spanning op. Van de meeste delen uit de reeks verschenen in de loop der jaren meer dan vijfentwintig drukken.
5 · Pinkeltje en het grote huis
Een speelgoeddraaimolen, een radio en een stofzuiger: in dit vijfde deel zijn het gewone huishoudelijke dingen die Pinkeltje in de problemen brengen. Hij woont met vijf muizenbroers in het grote huis van een vader, een moeder en drie kinderen, en beleeft daar avonturen met de kat Snorrebaard en de hond Wiebelstaart.
De draaimolen gaat zo hard dat hij er misselijk van wordt. Hij kruipt in de radio om het apparaat eens van binnen te bekijken en komt er niet meer uit. Als de moeder van het huis grote schoonmaak houdt, ontsnapt hij maar net aan de zuigende stofzuigerslang. Wipstaart, de kraai die hem graag plaagt, laat hem boven op een slagroomtaart vallen. Hij verstopt zich in een speelgoedhond en krijgt daarna hooglopende ruzie met Wiebelstaart, hij belandt in een oud vogelnest en maakt een reisje in een opgerold kleed. Het boek bestaat uit zulke losse voorvallen achter elkaar, zonder één doorlopende speurtocht.
Dat past bij de opzet van de vroege Pinkeltjeboeken, die zich bijna helemaal binnenshuis afspelen. De spanning komt niet van boeven of tovenaars maar van het verschil in formaat: alles wat voor een mens klein en ongevaarlijk is, is voor een mannetje van een pink groot een obstakel. Dick Laan schreef de hoofdstukken op de lengte van een voorleesbeurt en vermijdt woorden die een kleuter niet kent. Het boek verscheen in 1953, met tekeningen van Rein van Looy, en is bedoeld voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Pinkeltje wordt in de boeken nadrukkelijk een klein mannetje genoemd en geen kabouter, al lijkt hij daar met zijn puntmuts en witte baard sterk op. Vanaf de jaren vijftig was hij ook op de radio te horen in hoorspelen, waardoor veel kinderen hem al kenden voordat ze een boek in handen kregen.
6 · Pinkeltje op zoek naar Klaas Vaak
De kinderen in het grote huis zijn ziek en slapen slecht. Pinkeltje schrijft daarom een brief aan Klaas Vaak met het verzoek om ze lekker te laten slapen, en wil die brief met een papieren vliegtuigje naar het grote bos sturen. Zijn jasje blijft echter aan het vliegtuigje haken, zodat hij zelf mee de lucht in gaat. Het toestel strandt in een boom, maar Pinkeltje komt er ongedeerd vanaf.
Vanaf dat moment is het boek één lange tocht naar het hol van Klaas Vaak. Zilverkeel de leeuwerik neemt hem een stuk op zijn rug mee, hij logeert een tijdje in een mierenhoop, Snelvoet de haas brengt hem naar de duinen en meneer Konijn wijst hem ten slotte de weg naar de oude man zelf. Daar maakt hij kennis met Dromepret en Dromepuut, de twee helpers die voor prettige en voor nare dromen zorgen. Klaas Vaak geeft Pinkeltje een droombril, en wat hij daarmee allemaal te zien krijgt, vormt het slot van het verhaal.
Dit zesde deel uit 1954 is een van de boeken waarin Dick Laan een bekende figuur uit de kinderwereld opvoert; later kwamen ook Sinterklaas, de kerstman en de paashaas voorbij. De structuur is die van een estafette: elk hoofdstuk levert een nieuw dier op dat Pinkeltje een eind verder brengt, wat het geheel geschikt maakt om in stukjes voor te lezen. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek is bedoeld voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Dick Laan schreef met veel verkleinwoorden en verzuchtingen en vermeed woorden die een kleuter niet kent. Ook verwijswoorden als hij en zij liet hij zoveel mogelijk weg, omdat kinderen daar volgens hem van in de war raken. Zelf rekende hij op ongeveer twintig minuten per verhaal, mits rustig en langzaam voorgelezen.
7 · Pinkeltje in Madurodam
In een speelgoedwinkel stapt Pinkeltje samen met Snuffelsnuit, de winkelmuis, in een speelgoedhelikopter. Het toestel vliegt echt weg en zet de twee midden in de nacht neer op het vliegveld van Madurodam. Ze slapen in een van de kleine huizen en kijken de volgende ochtend verbaasd naar buiten, want om hen heen bewegen alleen maar benen: de eerste bezoekers van de miniatuurstad zijn gearriveerd.
Voor een mannetje van een pink groot is Madurodam de enige plek ter wereld die precies de goede maat heeft. Pinkeltje maakt daar dankbaar gebruik van en speelt een poosje voor orgelman en voor etalagepop, zonder dat de bezoekers doorhebben dat hij leeft. Rustig blijft het niet: samen met Snuffelsnuit moet hij het opnemen tegen de vechtmuizen, een bende onder aanvoering van Vechtersbaas Nooitbang, die de miniatuurstad als hun terrein beschouwen.
Het zevende deel verscheen in 1955 en hoort bij de boeken waarin Dick Laan zijn mannetje naar een bestaande plek stuurt, zoals hij eerder met Artis deed. Voor deze uitgave maakte Laan zelf foto's in Madurodam, die in het boek werden opgenomen naast de tekeningen van Rein van Looy. Daardoor kunnen lezers de plaatsen uit het verhaal herkennen als ze er zelf komen. De hoofdstukken zijn kort en bedoeld om voor te lezen; de reeks richt zich op kinderen van ongeveer vier tot negen jaar. Sinds de jaren negentig zijn de Pinkeltjeboeken in de hertaling van Suzanne Braam verkrijgbaar.
De decors van de vroege delen zijn bewust herkenbaar gekozen: het grote huis, een school, een boerderij, een dierentuin en hier een miniatuurstad. Zo kon een kind wat het hoorde koppelen aan wat het zelf had gezien. Van de meeste Pinkeltjeboeken verschenen in de loop der jaren meer dan vijfentwintig drukken.
8 · Pinkeltje gaat naar Pinkeltjesland
Een brief verandert alles. Pinkeltje krijgt bericht van Pinkelotje, die hem vraagt naar Pinkeltjesland te komen, het land hoog op een berg waar soortgenoten van hem wonen. Hij wil dolgraag, maar het afscheid valt hem zwaar: Wiebelstaart de hond, Snorrebaard de kat en de vijf muizenbroers blijven achter in het grote huis waar hij jarenlang heeft gewoond.
Het vertrek gaat meteen mis. Pinkeltje reist in een papieren vliegtuigje dat door acht meikevers wordt getrokken, maar als de lijm loslaat mislukt de noodlanding en valt hij in een sok die aan de waslijn hangt. Daarna begint de eigenlijke reis, die het grootste deel van het boek in beslag neemt. Hij reist mee in een kist met eieren, achter op een ski, op de rug van een zwaluw en op de rug van een kameel, tot meneer Ooievaar hem ten slotte naar de hoge berg brengt waarop Pinkeltjesland ligt.
Dit achtste deel uit 1956 is het scharnierpunt van de reeks. Tot dan toe speelden de verhalen zich af in en rond het grote huis in Nederland; vanaf hier verschuift het toneel naar Pinkeltjesland, met een eigen koning, eigen dorpen en alleen insecten en spinnen als dieren. Dick Laan deed dat naar eigen zeggen om de reeks niet uitgeput te laten raken. De vertelstijl blijft ongewijzigd: korte hoofdstukken, eenvoudige zinnen en veel verkleinwoorden, bedoeld om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier. De tekeningen zijn van Rein van Looy.
Pinkeltjesland zelf is een merkwaardige mengeling van oud en nieuw: er is een koning die alles beslist, maar er zijn ook telefoons en auto's. Die combinatie gaf Laan de ruimte om er de meest uiteenlopende verhalen in te laten spelen. Het boek telt ongeveer 142 bladzijden.
9 · Pinkeltje en de flonkersteen
Met dit negende deel is Pinkeltjesland definitief het decor van de reeks geworden. Pinkeltje trouwt met de al even kleine Pinkelotje en gaat met haar in Zilvertorendorp wonen, in een land dat wordt geregeerd door koning Pinkelpracht. Omdat er in Pinkeltjesland geen zoogdieren voorkomen, nemen insecten en spinnen de rol over die de muizen en huisdieren in de eerdere boeken speelden.
Het eerste deel van het boek bestaat uit kleine hulpvaardigheden. Met steun van Draadspinner stopt Pinkeltje een gat in de vleugel van Muggemans, hij verzorgt een duizendpoot met een zieke poot en hij redt de slak meneer Huisjesdrager uit het ijskoude water. Als de winter invalt, valt er zoveel sneeuw dat heel Zilvertorendorp onder een dikke laag verdwijnt, en opnieuw is het Draadspinner die uitkomst biedt.
Dan verandert de toon. De flonkersteen van koning Pinkelpracht blijkt gestolen, en Pinkeltje gaat op zoek naar de rovers. Dat hij die opdracht krijgt, past bij zijn positie in Pinkeltjesland: hij heeft jarenlang tussen de mensen geleefd en weet daardoor dingen die de andere Pinkels niet weten, waardoor de koning hem bij problemen vrij spel geeft. Of het hem lukt de steen terug te brengen, blijft tot het eind open.
Het boek verscheen in 1957, met tekeningen van Rein van Looy. Zoals alle delen is het geschreven om voor te lezen, in korte hoofdstukken en eenvoudige zinnen, voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
In dit deel wordt ook zijn volledige naam bekend: Pinkeltje Witbaard. Dat had tot dan toe geen zin gehad, want zolang hij de enige van zijn soort was, hoefde niemand hem van anderen te onderscheiden. Pinkeltjesland bestaat uit drie rijken, met Goudentorenstad en Zilvertorendorp als bekendste plaatsen.
10 · Pinkeltje ontmoet Wolkewietje
Heimwee drijft dit verhaal. Pinkeltje woont inmiddels met Pinkelotje in Pinkeltjesland, maar hij mist meneer Dick Laan en het grote huis waar hij met Snorrebaard de kat, Wiebelstaart de hond en de vijf muizenbroers heeft gewoond. Samen beginnen de twee Pinkels aan de lange terugreis naar Nederland, in een luchtballon.
Hoog boven de aarde ontmoeten ze Wolkewietje, een klein wolkenmannetje dat op de wolken woont en voor mensen onzichtbaar is. Kort daarna botst de ballon tegen een maanstraal en klapt uit elkaar. Wolkewietje tovert het tweetal naar een groot bos, waar de elfenkoningin met haar volkje leeft. Ze nemen ook een kijkje in het kerstbomenbos en komen daar de kerstman tegen. Op de rug van twee grote postduiven vliegen ze ten slotte naar de stad waar meneer Dick Laan woont, en daar ziet Pinkeltje zijn oude vrienden terug. Hoe ze weer in Pinkeltjesland komen, is de vraag waarmee het boek eindigt.
Dit tiende deel uit 1958 introduceert een figuur die daarna een eigen plaats in de reeks kreeg: Wolkewietje, zo groot als een arm, kreeg zelfs enkele boeken waarin hij de hoofdrol speelt. Het boek zorgt er ook voor dat de reeks twee werelden kan blijven gebruiken: Pinkeltje woont in Pinkeltjesland, maar kan Nederland blijven bezoeken. De tekeningen zijn van Rein van Looy. De hoofdstukken zijn kort en bedoeld om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
In dit deel stelt Pinkeltje bovendien vast dat zijn vrienden in Nederland een stuk ouder zijn geworden en dat hij niet meer in het grote huis zal wonen. Daarmee neemt de reeks afscheid van het decor van de eerste zeven delen zonder het helemaal weg te doen; Nederland blijft een plek waar hij op bezoek kan gaan.
11 · Wolkewietje is ondeugend geweest
Hoog in de lucht ligt de Wolkenwei, en daar woont Wolkewietje. Hij is zo licht als een veertje en voor mensen onzichtbaar. Omdat hij boven zoveel kattenkwaad uithaalt, moet hij voor straf naar de aarde. Langs een dikke zilveren maanstraal laat hij zich naar beneden glijden. In dit deel staat niet Pinkeltje maar het wolkenmannetje in het middelpunt.
Eenmaal beneden trekt Wolkewietje in bij kabouter Kaboekeleboe en diens drie broers, die in een oude beukenboom wonen. Als het daar te vol wordt, verhuist hij naar de tuin van dokter Vrolijk. Daar leert hij Herder de hond en Witsok de kat kennen, en ook de vier kinderen van de dokter. Dieren kunnen hem zien en met hem praten, mensen niet, en dat levert het hele boek door raadselachtige voorvallen op waar niemand iets van begrijpt. Vaak helpt Wolkewietje mensen en dieren, maar soms doet hij iets dat hij beter had kunnen laten, zoals spelen met de zaag van dokter Vrolijk of de neus van twee mannen rood verven. Op haar verjaardag kan Pauline, de dochter van de dokter, hem opeens wel zien, al is de vraag of ze droomt.
Dit elfde deel verscheen in 1959, een jaar nadat Wolkewietje in de reeks was geïntroduceerd. Dick Laan wilde met dit personage een tweede serie beginnen; die boeken werden later gewoon bij de Pinkeltjereeks gerekend. De tekeningen zijn van Rein van Looy, en het boek is bedoeld om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Wolkewietje is zo groot als een arm en daarmee een stuk forser dan Pinkeltje zelf. Dat alleen dieren hem kunnen zien, geeft Dick Laan de kans om binnen één verhaal twee soorten scènes te schrijven: die waarin de lezer alles begrijpt, en die waarin de mensen in het boek nergens iets van snappen.
12 · Een grote verrassing voor Pinkeltje
Pauline, het dochtertje van dokter Vrolijk, ligt in het gras onder een boom te lezen wanneer een roodborstje haar een brief komt brengen. Kabouter Kaboekeleboe nodigt haar uit voor een groot dansfeest. Daar ontmoet ze de elfenkoningin, en ook Wolkewietje is van de partij. Pauline krijgt een prachtige parel, die de volgende ochtend nog steeds om haar hals blijkt te hangen.
Koning Kumulus staat haar daarna een wens toe, en Pauline wenst dat ze samen met Wolkewietje heel klein wordt, even klein als Pinkeltje zelf. Zo kan ze mee op reis naar Pinkeltjesland, waar ze vriendschap sluit met Pinkeltje en Pinkelotje. Als op een dag een vliegtuig een grote doos boven het land laat vallen, blijkt daar speelgoed in te zitten: autootjes, brommers en fietsjes. De Pinkels willen er meteen mee rijden, maar Pauline vindt dat ze eerst verkeersles moeten krijgen. Of ze in Pinkeltjesland blijft of weer groot wordt en naar haar ouders terugkeert, blijft tot het slot onbeslist.
Dit twaalfde deel uit 1960 hoort bij de boeken waarin Wolkewietje een hoofdrol speelt, al is Pinkeltje er ook ruim in aanwezig. Het is bovendien een van de weinige delen waarin een mensenkind meereist naar Pinkeltjesland, waardoor de lezer het land door haar ogen leert kennen. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Zoals alle delen bestaat het boek uit korte hoofdstukken die zich lenen om per keer één verhaal voor te lezen, aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Opvallend is dat de Pinkels hier leren omgaan met spullen uit de mensenwereld. Pinkeltjesland heeft dan wel een koning die alles beslist, maar er rijden ook auto's, en verkeersregels moeten ergens vandaan komen. Laan koos zijn onderwerpen bij voorkeur uit de leefwereld van zijn jonge luisteraars, en een verkeersles hoort daarbij.
13 · Pinkeltje en de parels
De koning en de koningin van Pinkeltjesland komen zelf naar Zilvertorendorp om Pinkeltje een opdracht te geven: hij moet een parel zoeken voor de koningin. Pinkeltje ontwerpt een onderwaterpak en vertrekt. Dat hij zulke klussen krijgt, komt doordat hij jarenlang tussen de mensen heeft geleefd en daardoor dingen weet die de andere Pinkels niet weten.
De reis voert eerst over land. Langlijf de slang neemt hem een eind mee, daarna een olifant, en met een apentransport vliegt hij naar Amsterdam, waar hij in Artis oude vrienden terugziet. Vader Duif brengt hem naar de kust. In zijn zelfgemaakte pak springt Pinkeltje de zee in en maakt hij kennis met kwallen, inktvissen en pareloesters. Dan hoort hij van een scheepswrak waarin kisten met edelstenen zouden staan. Met hulp van Knipknijper de krab en Zaagneus de zaagvis probeert hij die kisten open te krijgen.
Dit dertiende deel verscheen in 1961 en is een van de boeken waarin Dick Laan zijn mannetje een duidelijke queeste meegeeft, in plaats van een reeks losse voorvallen. De opbouw blijft wel dezelfde: per hoofdstuk één nieuw dier, één nieuw probleem en één oplossing, op de lengte van een voorleesbeurt. Onderweg keren plekken uit eerdere delen terug, zodat vaste lezers bekende namen tegenkomen. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek is bedoeld voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar en wordt sinds de jaren negentig uitgegeven in de hertaling van Suzanne Braam.
De opdracht komt rechtstreeks van het koninklijk paar, wat in Pinkeltjesland een terugkerend patroon is: bij lastige zaken krijgt uitgerekend dit kleine mannetje vrij spel. Van de meeste delen uit de reeks verschenen meer dan vijfentwintig drukken, waarmee de boeken voor uitgeverij Van Holkema & Warendorf jarenlang een vaste inkomstenbron waren.
14 · Pinkeltje en de raket
Wat geef je een koningin die alles al heeft? Pinkeltje krijgt de opdracht om iets heel bijzonders te zoeken voor koningin Pinkelschoon, en hij bedenkt dat de maan wel iets moet opleveren wat in Pinkeltjesland nog nooit iemand heeft gezien. Samen met Pinkelotje stapt hij in een raket en vertrekt hij naar boven.
De maan valt tegen. Er is niets bijzonders te vinden, en zelfs maanmannetjes blijken niet te bestaan. Op de terugweg naar de aarde moeten de twee een noodlanding maken, waardoor ze niet in Pinkeltjesland maar in het grote bos in Nederland terechtkomen. Daar treffen ze veel oude bekenden, onder wie Wiebelstaart de hond en Snorrebaard de kat. De vraag wordt daarmee verlegd: misschien is het bijzondere cadeau voor de koningin wel in Nederland te vinden, en niet in de ruimte.
Dit veertiende deel verscheen in 1963, in de jaren waarin de ruimtevaart ook in kinderboeken opdook. Dick Laan gebruikt de raket niet om er techniek bij te halen, maar om zijn mannetje opnieuw tussen twee werelden heen en weer te laten bewegen: Pinkeltjesland met zijn koning en zijn dorpen, en het Nederland waar zijn dierenvrienden wonen. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek bestaat uit korte hoofdstukken, geschreven in eenvoudige zinnen om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier, en is sinds de jaren negentig verkrijgbaar in de hertaling van Suzanne Braam.
Ook hier geldt wat voor de hele reeks geldt: de oplossing komt van vindingrijkheid en van samenwerking met dieren, niet van kracht. De raket is bovendien een van de weinige moderne dingen in Pinkeltjesland, dat verder een koning en een hofhouding kent zoals in een sprookje.
15 · Pinkeltje en de gouden pen
Tijdens een bezoek aan koning Pinkelpracht hoort Pinkeltje dat meneer Dick Laan binnenkort jarig is. Meteen heeft hij een idee: de goudsmeden van Pinkeltjesland moeten een gouden pen maken, en hij zal die zelf in Nederland gaan afleveren. Met de raket van professor Pinkelprof vertrekt hij naar het land waar de schrijver van zijn avonturen woont.
De reis loopt anders dan gepland. De raket moet een noodlanding maken en belandt in een sloot. Met hulp van Groenpoot de kikker weet Pinkeltje zich naar buiten te werken, maar dan zakt de raket naar de bodem, met de kostbare pen nog aan boord. Vanaf dat moment draait het boek om de vraag of het cadeau nog op tijd en in één stuk bij meneer Dick Laan komt.
Bijzonder aan dit vijftiende deel is dat de schrijver er zelf in meespeelt. Vanaf het tweede boek is Dick Laan een personage in zijn eigen reeks: Pinkeltje vertelt hem zijn avonturen, waarna Laan ze opschrijft. Hij is ook zo ongeveer de enige mens aan wie het mannetje zich durft te vertonen. Dat maakt een verjaardagscadeau voor hem tot een logisch onderwerp voor een heel boek.
Het deel verscheen in 1963, met tekeningen van Rein van Looy. De hoofdstukken zijn kort en in eenvoudige taal geschreven, bedoeld om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Vanaf de jaren zestig kreeg de reeks ook kritiek, onder meer op het erg eenvoudige taalgebruik en op de voorspelbaarheid van de verhalen. Laan trok zich daar weinig van aan en bleef schrijven zoals hij voorlas. Toen Suzanne Braam de boeken in de jaren negentig hertaalde, schrapte zij een groot deel van de verkleinwoorden.
16 · Pinkeltje en de aardmannetjes
In het bos breekt paniek uit bij de aardmannetjes: de dikke boom waarin ze wonen wordt omgezaagd. Ze besluiten per boot terug te varen naar hun eigen land, Sprookjesland. Tijdens een storm vergaat het schip echter en spoelen ze aan in Afrika. Pas na een lange tocht, waarbij allerlei dieren hen helpen, bereiken ze Sprookjesland alsnog.
Daar blijkt iets wat de reeks een nieuwe wereld oplevert: Sprookjesland ligt vlak bij Pinkeltjesland, waar Pinkeltje met Pinkelotje woont. De aardmannetjes maken kennis met hem en nemen hem mee naar koning Diamantus. Die tovert een spoorlijn tussen de twee landen, zodat alle Pinkels op bezoek kunnen komen. In Sprookjesland staan ze vervolgens oog in oog met Roodkapje, Sneeuwwitje, Assepoester en Doornroosje, niet als verhaalfiguren maar in levenden lijve.
Dit zestiende deel uit 1964 is ongebruikelijk voor de reeks, omdat Pinkeltje er niet vanaf de eerste bladzijde in zit: het begint bij de aardmannetjes en hun vlucht, en pas daarna komen de verhaallijnen samen. Dick Laan breidde de wereld van zijn boeken zo opnieuw uit, iets wat hij vaker deed om de verhalen niet te laten uitputten. Sprookjesland en koning Diamantus keren later in de reeks terug.
De tekeningen zijn van Rein van Looy. Zoals de andere delen is het boek geschreven om voor te lezen, met korte hoofdstukken en eenvoudige zinnen, voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Sprookjesfiguren waren voor Laan geen vreemde keuze: eerder had hij Pinkeltje al laten kennismaken met Sinterklaas, de kerstman, de paashaas en Klaas Vaak. Het verschil is dat die figuren in de vroege delen naar Pinkeltje toe kwamen, terwijl hij hier zelf naar hun land reist.
17 · Lach jij maar, Pinkeltje
Wie een tijd in het grote huis heeft gewoond, houdt daar verhalen aan over. In dit deel komen Pinkeltje en Pinkelotje vanuit Pinkeltjesland weer eens naar Nederland, en vertelt Pinkeltje een aantal avonturen van de dieren uit dat huis, waar hij vroeger woonde en nog regelmatig op bezoek gaat. Het boek is daarmee eerder een bundel dan één doorlopend verhaal.
Snorrebaard de kat raakt een keer verdwaald en wordt uiteindelijk opgespoord via de televisie. De hond Wiebelstaart redt een drenkeling. Goudhuidje de goudvis trekt de wijde wereld in en ontmoet stekelbaarzen en karpers, snoeken en kikkers, maar de tocht die hij maakt is zo akelig dat hij alleen nog maar terugverlangt naar zijn eigen vertrouwde viskom. En Wipstaart, de kraai die Pinkeltje in de vroege delen zo vaak plaagde, krijgt een armband van Sinterklaas; wat hij daarmee aan moet, is een verhaal apart.
Dit zeventiende deel verscheen in 1965. Doordat de verhalen zich in het grote huis afspelen, keert de reeks even terug naar het decor van de eerste boeken, terwijl Pinkeltje zelf inmiddels in Pinkeltjesland woont. De losse opzet maakt het boek geschikt om per keer één verhaal voor te lezen. De tekeningen zijn van Rein van Looy, die de reeks vanaf 1952 illustreerde. Het boek richt zich op kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Het boek telt ongeveer 158 bladzijden. Dat Pinkeltje zijn avonturen vertellend doorgeeft, is in de reeks geen nieuwe vondst: vanaf het tweede deel vertelt hij ze aan meneer Dick Laan, die ze opschrijft. Hier is die vertelvorm het boek zelf geworden, wat het een rustiger toon geeft dan de speurtochten uit de latere delen.
18 · O, o, die Wolkewietje toch!
Wolkewietje en Donderkop zijn wolkenmannetjes die op de Wolkenwei wonen, hoog in de lucht. Af en toe glijden ze langs een maanstraal naar beneden. Mensen kunnen hen niet zien, dieren wel, en met dieren kunnen ze ook praten. In dit deel zijn zij de hoofdpersonen en blijft Pinkeltje op de achtergrond.
Op aarde helpen de twee de kinderen van dokter Vrolijk met douchen, tafeldekken en pannenkoeken bakken, al pakt die hulp niet altijd uit zoals bedoeld. Ze wonen als eregast een circusvoorstelling bij die de dieren op het vogeleiland in het bos geven. Het wordt pas echt onrustig wanneer dokter Vrolijk met zijn vrouw op vakantie gaat en tante Amalia komt oppassen, tot grote ergernis van Bob, Rob en Pauline. De wolkenmannetjes schieten de kinderen te hulp door in het doktershuis zulke onverklaarbare dingen te laten gebeuren dat de tante het er niet lang uithoudt.
Dit achttiende deel uit 1966 is het derde boek waarin Wolkewietje de hoofdrol heeft. Dick Laan had hem in 1958 bedacht als aanzet tot een aparte serie; die boeken zijn later gewoon in de Pinkeltjereeks opgenomen, wat verklaart waarom er tussen de Pinkeltjedelen een paar titels staan waarin het mannetje zelf nauwelijks voorkomt. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek bestaat uit korte hoofdstukken en is bedoeld om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Het boek telt ongeveer 160 bladzijden. Dat de wolkenmannetjes onzichtbaar zijn voor volwassenen maakt de grap voor jonge lezers dubbel zo sterk: zij weten steeds meer dan de mensen in het verhaal. Verder houdt Laan vast aan zijn vaste werkwijze, met onderwerpen uit de dagelijkse leefwereld van kinderen en eenvoudige zinnen.
19 · Het grote avontuur van Pinkelotje
Deze keer staat Pinkelotje in het middelpunt. Het begint met een ramp: in Pinkeltjesland houdt het op een dag op met regenen, waarna alles verdroogt en verwelkt. Koning Diamantus lost dat op door heel Pinkeltjesland naar Sprookjesland te toveren, het land dat een paar delen eerder in de reeks werd geïntroduceerd.
In Sprookjesland danst Pinkelotje, de vrouw van Pinkeltje, met de reus uit het verhaal van Klein Duimpje. Dan gaan de zevenmijlslaarzen van die reus er met haar vandoor, en belandt ze in handen van een roversbende die een kostbare diamant van koningin Pinkelschoon heeft gestolen. Pinkeltje weet zijn vrouw te bevrijden, waarna de twee samen doorreizen naar de bergen. Ze logeren bij de alpenmarmotten, komen terecht in een verschrikkelijke lawine en wonen een weekje boven op een kachel. Op de rug van de meeuw Pijlsnel vliegen ze ten slotte naar huis. Of de koningin haar diamant terugkrijgt, blijft tot het einde de vraag.
Het negentiende deel verscheen in 1967. Dat Pinkelotje hier de titelrol krijgt, hangt samen met de kritiek die vanaf de jaren zestig op de reeks kwam: haar rol werd te passief gevonden. Dick Laan gaf haar daarna meer te doen, en in dit boek draagt zij het verhaal. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Zoals de andere delen is het geschreven om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
De kritiek kwam onder meer uit feministische hoek en betrof het traditionele vrouwbeeld in de boeken. Laan reageerde verbaasd, omdat hij het zo nooit bedoeld had, maar gaf Pinkelotje daarna wel meer te doen. Het boek telt ongeveer 150 bladzijden en verschijnt sinds de jaren negentig in de hertaling van Suzanne Braam.
20 · Pinkeltje en de boze tovenaar
Lang geleden woonde in Pinkeltjesland een goede tovenaar, Tirandu. Zijn zoon deugde niet: hij betoverde zijn eigen vader en werd daarna zelf een boze tovenaar en de schrik van het hele land. Dat is de voorgeschiedenis waarmee dit twintigste deel begint, en die de reeks een tegenstander geeft die groter is dan de plaagdieren en boeven uit de eerdere boeken.
Op een dag waagt Pinkeltje zich in het betoverde bos. Samen met Mierepiet en Torrelor slaagt hij erin het toverboek uit het huis van de boze tovenaar weg te halen, waarna hij zelf leert toveren. Wanneer korte tijd later de zoon van de koning wordt ontvoerd, trekt hij opnieuw het betoverde bos in, dit keer gewapend met een toverzwaard. Er is bovendien een raadselachtige toverkogel in het spel, waarvan het geheim pas laat in het boek duidelijk wordt.
Met dit deel uit 1968 krijgt de reeks een duidelijker sprookjeskarakter. Tirandu keert in latere boeken terug, en ook het toverboek speelt nog een rol. De verhalen blijven wel opgebouwd als voorleesboek: korte hoofdstukken, eenvoudige zinnen en een cliffhanger aan het eind van een aflevering. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek is bedoeld voor kinderen van ongeveer vier tot negen jaar en verschijnt sinds de jaren negentig in de hertaling van Suzanne Braam.
Vanaf dit punt zijn de verhalen duidelijk groter van opzet dan de huiselijke voorvallen uit de eerste delen. Dat was ook nodig: Laan had zijn wereld in twintig boeken behoorlijk uitgeput en breidde hem steeds opnieuw uit met nieuwe landen, figuren en tegenstanders. Het toverboek keert in latere delen terug.
21 · Pinkeltje en de auto-raket
De goede tovenaar Tirandu tovert voor Pinkeltje en Pinkelotje een autoraket, een voertuig dat het tweetal in één keer van Zilvertorendorp naar Nederland kan brengen. Daarmee is een probleem opgelost dat de reeks lang parten speelde: hoe komt een mannetje van een pink groot van de ene wereld in de andere.
De eerste reis brengt hen in het grote bos, waar ze hun oude vrienden terugzien. Op de rug van vader Duif vliegen ze verder naar het huis van dokter Vrolijk. Daar woont Willem, een jongen die er plezier in heeft dieren te pesten. Wolkewietje, het wolkenmannetje, besluit hem een lesje te leren en tovert hem achter elkaar om in een hond, een duif, een bromvlieg en een konijn, zodat Willem zelf ondervindt hoe het is om zo behandeld te worden. Of hij daarna ophoudt met plagen, en of de twee Pinkels veilig in Pinkeltjesland terugkomen, wordt pas aan het slot duidelijk.
Dit eenentwintigste deel verscheen in 1969. De autoraket werd daarna het vaste vervoermiddel in de reeks en verving de rol die Wolkewietje eerder had als brug tussen Pinkeltjesland en Nederland. In de hertaling van Suzanne Braam heet het boek Pinkeltje en de autoraket, zonder streepje. De tekeningen van de oorspronkelijke uitgave zijn van Rein van Looy. Het verhaal is geschreven om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Voor jonge lezers ligt de moraal er dik bovenop: wie dieren pest, ondervindt in dit boek zelf hoe dat voelt. Dick Laan schreef vaker met een opvoedende ondertoon, iets wat latere bewerkers van de reeks juist afzwakten. Het deel verscheen in de jaren waarin Pinkeltje ook op de radio in hoorspelen te horen was.
22 · Pinkeltje en de ijsheks
Een wandeling door een besneeuwd bos loopt heel anders af dan bedoeld. Pinkeltje en Pinkelotje zijn met hun autoraket vanuit Zilvertorendorp naar Nederland gereisd, en tijdens die wandeling belanden ze in de slee van de kerstman, die op de terugweg is naar zijn huis op de Noordpool. Voordat ze het weten, reizen ze mee naar het hoge noorden.
Ze blijven een paar dagen bij de kerstman en ontmoeten er een ijs-elf. Daarna komen ze terecht in het paleis van de ijsheks, die hen gevangenneemt. Ontsnappen lukt, maar daarmee zijn ze nog niet van haar af. Onderweg maken ze kennis met een aardige poolhond en zien ze hoe Eskimo's een iglo bouwen; ondertussen blijft de heks een dreiging op de achtergrond.
Dit tweeëntwintigste deel verscheen in 1970 en telt ongeveer 144 bladzijden. Het hoort bij de boeken waarin Dick Laan een bekende figuur uit de kinderwereld opvoert, zoals hij eerder met Klaas Vaak en Sinterklaas deed. Het sneeuwlandschap geeft hem bovendien de gelegenheid om het formaatverschil weer volop te gebruiken: voor iemand van een pink groot is een sneeuwlaag een berglandschap. De tekeningen zijn van Rein van Looy. De hoofdstukken zijn kort, de taal is eenvoudig gehouden, en het boek is bedoeld om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Dick Laan overleed in oktober 1973. Dit deel schreef hij nog zelf, drie jaar eerder, in de periode waarin de verhalen zich afspelen rond Pinkeltjesland en de reizen die het echtpaar daarbuiten maakt. Sinds de jaren negentig verschijnt het boek in de hertaling van Suzanne Braam, met illustraties van Julius Ros.
23 · Pinkeltje en 10 spannende verhalen
Meneer Dick Laan weet even geen verhaal meer te bedenken. Precies op dat moment komt Pinkeltje bij hem op bezoek, gaat op de inktpot zitten en begint te vertellen over avonturen van lang geleden, uit de tijd voordat hij met Pinkelotje trouwde. Die vertelsituatie is het raamwerk van dit boek, dat uit losse verhalen bestaat in plaats van uit één doorlopende plot.
De voorvallen spelen zich af in het grote huis, het decor van de eerste delen van de reeks. Zo werd Pinkeltje een keer gevangengenomen door de speelgoedindianen die daar stonden, en beleefde hij een spannend avontuur met Hupsakee, het opwindpoppetje. Wanneer hij de kapotte teddybeer van het meisje van het huis wil oplappen, moet hij zich plotseling verstoppen en kruipt hij in het gat in de buik van de beer. Dan besluit de moeder de beer te repareren en naait ze het gat met naald en draad dicht, met Pinkeltje er nog in.
Dit drieëntwintigste deel verscheen in 1971 en is met ongeveer 64 bladzijden een van de dunnere boeken uit de reeks. Doordat de verhalen kort en afgerond zijn, leent het zich goed om er per keer één voor te lezen. Het is bovendien een van de manieren waarop Dick Laan het oude decor terug liet keren nadat de reeks naar Pinkeltjesland was verhuisd. De tekeningen zijn van Rein van Looy.
De titel belooft tien verhalen, en dat is ook wat het boek geeft: korte avonturen die los van elkaar te lezen zijn. Voor wie met de reeks begint is dat prettig, want er wordt weinig kennis van eerdere delen verondersteld. Het boek is bedoeld om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
24 · Pinkeltje en het gestolen toverboek
Uit de schatkamer van koning Pinkelpracht verdwijnt het toverboek van tovenaar Tirandu. Pinkeltje, die met Pinkelotje in Zilvertorendorp woont, krijgt de zaak in handen en gaat op speurtocht met Speurneus, de oppasser van de koning. Samen komen ze op het spoor van een man met een gestreepte muts.
Het onderzoek loopt niet zonder kleerscheuren: de twee worden gevangengenomen en moeten zich eerst zelf zien te bevrijden voordat ze de dief kunnen ontmaskeren. Daarmee is het boek nog niet uit, want het toverboek zelf blijkt bij de gemene kluizenaar Pinkelpoel in het bange bos te liggen. Om er te komen moet Pinkeltje zelfs een draak zien te verslaan.
Dit vierentwintigste deel uit 1972 verandert iets wezenlijks aan de reeks: Pinkeltje wordt hier voor het eerst een speurder die een misdaad oplost, in plaats van een reiziger die avonturen overkomt. Met Speurneus krijgt hij daarbij een vaste metgezel, die in de laatste boeken van Dick Laan een grote rol blijft spelen. Het toverboek en de tovenaar Tirandu komen uit eerdere delen terug, zodat vaste lezers bekende draden herkennen.
De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek is opgebouwd uit korte hoofdstukken, geschreven in eenvoudige zinnen om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Dick Laan overleed in oktober 1973, een jaar na het verschijnen van dit deel; vier boeken van zijn hand kwamen daarna nog uit. In die laatste delen speelt Speurneus telkens een grote rol. Sinds de jaren negentig zijn alle boeken verkrijgbaar in de hertaling van Suzanne Braam, met een witte omslag in plaats van de vertrouwde gele.
25 · Pinkeltje en het verdwenen kindercircus
In Nederland blijkt een kindercircus naar Pinkeltje te zijn genoemd, en hij wil dolgraag een voorstelling bijwonen. Met Pinkelotje en de autoraket vertrekt hij ernaartoe, maar eenmaal aangekomen hoort hij dat het gezelschap naar Frankrijk is afgereisd. Erger nog: het vliegtuig met alle artiesten en hun begeleiders heeft een noodlanding moeten maken in het Afrikaanse oerwoud.
De twee Pinkels gaan meteen op zoek. Onderweg komen ze oude bekenden tegen: de apen, de krokodillen, de slang en koning Leeuw. Van al die dieren laten ze beloven dat ze de kinderen geen kwaad zullen doen, zodat het circusgezelschap tenminste veilig is zolang het zoeken duurt. Het blijft niet bij zoeken, want in het oerwoud raken twee van de circuskinderen uit het zicht, en daarmee begint een tweede, spannender speurtocht.
Dit vijfentwintigste deel verscheen in 1973, het jaar waarin Dick Laan overleed. Het verbindt twee dingen die in de reeks vaker terugkomen: de terugkeer naar dieren die Pinkeltje in eerdere delen heeft leren kennen, en een reis buiten Europa. Doordat het circus naar hem is vernoemd, speelt het boek bovendien met de gedachte dat Pinkeltje in Nederland een bekende figuur is, precies zoals hij dat in werkelijkheid was geworden. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het verhaal is geschreven om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Dit is het laatste deel dat nog tijdens het leven van de schrijver verscheen; de vier boeken daarna kwamen postuum uit. De reeks was inmiddels zo bekend dat Pinkeltje kort daarop ook een speelfilm kreeg, met een verhaal dat speciaal voor die film werd geschreven en niet op een van de boeken is gebaseerd.
26 · Pinkeltje en de spannende avonturen om de gouden beker
De toverbeker van koning Pinkelpracht is gestolen. De koning laat Pinkeltje bij zich roepen, want aan die beker hangt hij niet alleen omdat hij van goud is en bezet met kostbare edelstenen: het voorwerp heeft toverkracht. Samen met Speurneus, de schatbewaarder van de koning, gaat Pinkeltje op zoek.
Het spoor loopt naar het water. De boeven varen met hun buit in een motorboot de Pinkelzee op, en van een oude visser hoort Pinkeltje iets verontrustends: elke motorboot die daar vaart, verdwijnt op geheimzinnige wijze. Pinkeltje redt onderweg een kleine zeemeermin, leent een duikerpak en gaat zelf het water in. Daar wordt hij gevangengenomen door zeeduivels, waarna het zeemeerminnetje hem bevrijdt. Zo maakt hij kennis met haar ouders, koning Neptunus en koningin Parelglans, die over de Pinkelzee heersen.
Dit zesentwintigste deel verscheen in 1974, na de dood van Dick Laan in oktober 1973; het is een van de vier boeken van zijn hand die postuum uitkwamen. Het voegt een nieuw gebied aan de reeks toe: de Pinkelzee en het dorp Zeedorp komen alleen in dit boek voor. Speurneus, die twee delen eerder werd geïntroduceerd, is inmiddels een vaste medespeler. In de hertaling van Suzanne Braam heet het boek Pinkeltje en de gouden beker. De tekeningen zijn van Rein van Looy.
Het boek is opgebouwd als een speurtocht met steeds nieuwe medespelers, een vorm die Laan in zijn laatste delen vaker gebruikte. De hoofdstukken zijn kort en in eenvoudige taal geschreven, bedoeld om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar. Sinds de jaren negentig verschijnt het in de hertaling van Suzanne Braam.
27 · Pinkeltje op zoek naar de maandiamant
Zilvertorendorp, het dorp waar Pinkeltje met Pinkelotje woont, bestaat vijfhonderd jaar. Dat wordt gevierd, en dus wordt het hele dorp opgeruimd en versierd. Bij het schoonmaken van de kerk komt een oud en vies schilderij tevoorschijn dat niemand meer wil hebben. Pinkeltje neemt het mee naar huis, en daar begint het verhaal pas echt.
Met hulp van prins Pinkellief ontdekt hij wie erop staat afgebeeld: professor Steenklover, die lang geleden een opzienbarende ontdekking deed. Hij vond een steen die in diamant kan veranderen. Omdat het ding zo gevaarlijk bleek, begroef de professor hem diep onder de grond. Het probleem is dat de boeven Gauwdief en Vingervlug het verhaal ook kennen en al bezig zijn de plek te zoeken. Pinkeltje gaat samen met Speurneus en prins Pinkellief op pad, met de wetenschap dat ze niet de enigen zijn.
Dit zevenentwintigste deel verscheen in 1975, twee jaar na de dood van Dick Laan, en hoort bij de vier boeken van zijn hand die postuum uitkwamen. Die laatste delen verschenen niet in de volgorde waarin ze zich afspelen: het verhaal van het achtentwintigste boek speelt vóór dit deel. Pinkeltje treedt hier opnieuw op als speurder, de rol die hij vanaf het vierentwintigste boek heeft gekregen. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het boek is bedoeld om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Sinds de jaren negentig verschijnt de reeks in de hertaling van Suzanne Braam, die zich op de oorspronkelijke teksten van Laan baseerde en de delen een witte omslag gaf in plaats van de bekende gele. Pinkelotje kreeg in die versies bovendien een minder passieve rol dan in de uitgaven uit de jaren zeventig.
28 · Pinkeltje en de Bibelebonse pap
Prins Pinkellief, de zoon van de koning van Pinkeltjesland, is ernstig ziek. Wanneer ook de pinkeldokter geen raad meer weet, belt de koning ten einde raad Pinkeltje op. Die komt meteen en besluit naar Kluizelientje te gaan, de wijze kluizenares die in het Bange Bos woont. De tocht daarheen is griezelig, maar Pinkeltje vindt haar.
Kluizelientje weet één middel: de prins kan alleen beter worden als hij Bibelebonse pap eet. Het recept van die pap ligt echter ver weg, bij de Bibelebonse Berg in de Sahara. Pinkeltje gaat op weg aan een lange reis, met de wetenschap dat hij op tijd terug moet zijn om de prins nog te kunnen helpen. Dat tijdsslot houdt het hele boek de spanning erin.
Dit achtentwintigste deel verscheen in 1976, na de dood van Dick Laan in 1973, en hoort bij de vier delen die postuum werden uitgegeven. Die vier verschenen niet in de volgorde waarin ze spelen: het verhaal van dit boek gaat vooraf aan dat van het zevenentwintigste deel. De titel verwijst naar het bekende kinderrijmpje over de Bibelebonse berg, dat Laan hier tot een heel avontuur uitwerkt. De tekeningen zijn van Rein van Looy. Het verhaal is geschreven in korte hoofdstukken en eenvoudige taal, om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier.
Kluizenaars, betoverde bossen en verre reizen horen bij de latere delen van de reeks, die een stuk sprookjesachtiger zijn dan de huiselijke avonturen uit de jaren veertig en vijftig. Sinds de jaren negentig verschijnt ook dit boek in de hertaling van Suzanne Braam, met nieuwe illustraties van Julius Ros.
29 · Pinkeltje op zoek naar de vurige ogen
Op school hoort prins Pinkellief praten over Ururu, een stad die na een uitbarsting van de vulkaan Vuurtop van de aardbodem verdween. In die stad stond een gouden beeld met rode edelstenen als ogen, en volgens een oude legende lichtten die ogen vuurrood op zodra iemand loog. In het boek De geschiedenis van de Vuurtop vindt de prins een eeuwenoude brief waarin staat dat het beeld Uru nog bestaat, ergens diep onder de grond.
De koning roept de hulp van Pinkeltje in. Die weet de ingewikkelde tekeningen in de brief te ontcijferen en trekt er met Speurneus op uit. Ze zijn niet de enigen die het beeld zoeken: een paar pinkelboeven maken er ook jacht op. Wat de speurtocht oplevert, blijkt vervolgens nieuwe raadsels op te roepen, want er staan vreemde tekens op het beeld en er is een diepe, geheimzinnige kloof in het spel.
Dit is het negenentwintigste en laatste Pinkeltjeboek van Dick Laan; het verscheen in 1977, vier jaar na zijn dood. De ondergrondse stad Ururu en haar bewoners, de Urukezen, komen alleen in dit deel voor. Later schreven anderen nog Pinkeltjeverhalen, maar de reeks van Laan zelf sluit hier af. De tekeningen zijn van Rein van Looy, die alle delen vanaf 1952 illustreerde. Het boek is bedoeld om voor te lezen aan kinderen van ongeveer vier tot negen jaar.
Na 1977 werd de reeks door anderen voortgezet: eerst met prentenboeken van Corrie Hafkamp, daarna met hertalingen van Suzanne Braam en sinds 2014 met nieuwe leesboeken onder de naam Studio Dick Laan. De negenentwintig delen van Laan zelf blijven daarbij het hart van de reeks.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | De avonturen van Pinkeltjebol.com: Avonturen van Pinkeltje | 9789047513322 | 9047513320 |
| 2 | Pinkeltje en zijn vriendjesbol.com: Pinkeltje en zijn Vriendjes | 9789047510444 | 9047510445 |
| 3 | Pinkeltje op reisbol.com: Pinkeltje op reis | 9789047510451 | 9047510453 |
| 4 | Pinkeltje in Artisbol.com: Pinkeltje in Artis | 9789047513346 | 9047513347 |
| 5 | Pinkeltje en het grote huisbol.com: Pinkeltje en het grote huis | 9789026903052 | 9026903057 |
| 6 | Pinkeltje op zoek naar Klaas Vaakbol.com: Pinkeltje op zoek naar Klaas Vaak | 9789026903069 | 9026903065 |
| 7 | Pinkeltje in Madurodambol.com: Pinkeltje In Madurodam | 9789026988172 | 9026988176 |
| 8 | Pinkeltje gaat naar Pinkeltjeslandbol.com: Pinkeltje gaat naar Pinkeltjesland | 9789047510468 | 9047510461 |
| 9 | Pinkeltje en de flonkersteenbol.com: Pinkeltje en de flonkersteen | 9789047513391 | 9047513398 |
| 10 | Pinkeltje ontmoet Wolkewietjebol.com: Pinkeltje ontmoet Wolkewietje | 9789047513407 | 9047513401 |
| 11 | Wolkewietje is ondeugend geweestbol.com: Wolkewietje is ondeugend geweest | 9789047516712 | 9047516710 |
| 12 | Een grote verrassing voor Pinkeltjebol.com: Grote verrassing voor Pinkeltje | 9789047516729 | 9047516729 |
| 13 | Pinkeltje en de parelsbol.com: Pinkeltje 13 - Pinkeltje en de parels | 9789000384082 | 9000384087 |
| 14 | Pinkeltje en de raketbol.com: Pinkeltje en de raket | 9789026903168 | 9026903162 |
| 15 | Pinkeltje en de gouden penbol.com: Pinkeltje en de gouden pen | 9789047516750 | 9047516753 |
| 16 | Pinkeltje en de aardmannetjesbol.com: Pinkeltje En De Aardmannetjes | 9789041011428 | 9041011420 |
| 17 | Lach jij maar, Pinkeltjebol.com: Lach jij maar pinkeltje | 9789041012821 | 9041012826 |
| 18 | O, o, die Wolkewietje toch!bol.com: O ! o, die wolkewietje toch ! | 9789026903205 | 9026903200 |
| 19 | Het grote avontuur van Pinkelotjebol.com: Grote Avontuur Van Pinkelotje | 9789026988301 | 9026988303 |
| 20 | Pinkeltje en de boze tovenaarbol.com: Pinkeltje en de boze tovenaar | 9789047502326 | 9047502329 |
| 21 | Pinkeltje en de auto-raketbol.com: Pinkeltje en de autoraket | 9789000304523 | 9000304520 |
| 22 | Pinkeltje en de ijsheksbol.com: Pinkeltje en de ijsheks | 9789047502333 | 9047502337 |
| 23 | Pinkeltje en 10 spannende verhalenbol.com: Pinkeltje En 10 Spannende Verhalen | 9789041011473 | 9041011471 |
| 24 | Pinkeltje en het gestolen toverboekbol.com: Pinkeltje en het gestolen toverboek | 9789000304554 | 9000304555 |
| 25 | Pinkeltje en het verdwenen kindercircusbol.com: Pinkeltje en het verdwenen kindercircus | 9789047502340 | 9047502345 |
| 26 | Pinkeltje en de spannende avonturen om de gouden bekerbol.com: Pinkeltje en de spannende avonturen om de gouden beker | 9789026903298 | 9026903294 |
| 27 | Pinkeltje op zoek naar de maandiamantbol.com: Pinkeltje op zoek naar de maandiamant | 9789047502357 | 9047502353 |
| 28 | Pinkeltje en de Bibelebonse papbol.com: Pinkeltje en de Bibelebonse pap | 9789047510284 | 9047510283 |
| 29 | Pinkeltje op zoek naar de vurige ogenbol.com: Pinkeltje op zoek naar de vurige ogen | 9789047509806 | 9047509803 |
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik Pinkeltje?
Begin met De avonturen van Pinkeltje (1939) en volg de nummers in de tabel. Wil je het verhaal strikt op volgorde, lees dan deel 28 vóór deel 27.
Moet ik de boeken op volgorde lezen?
Het hoeft niet, elk boek is een afgerond avontuur. Op volgorde merk je wel hoe Pinkeltje van het grote huis naar Pinkeltjesland gaat en wie Wolkewietje, Pinkelotje en Speurneus zijn.
Hoeveel Pinkeltje-boeken schreef Dick Laan?
Negenentwintig leesboeken, verschenen tussen 1939 en 1977. Vier daarvan kwamen uit na zijn dood in 1973.
Wat is het verschil tussen de oude en de hertaalde boeken?
Suzanne Braam hertaalde de boeken tussen 1995 en 1999 met minder verkleinwoorden en een modernere toon, met nieuwe tekeningen van Julius Ros. Die versies worden sindsdien herdrukt.
Verschijnen er nog nieuwe Pinkeltje-boeken?
Ja. Sinds 2014 schrijft Studio Dick Laan nieuwe Pinkeltje-boeken, met tekeningen van Arne van der Ree. Die staan niet in de tabel, omdat ze niet door Laan zelf geschreven zijn.
Voor welke leeftijd is Pinkeltje?
De boeken zijn bedoeld om voor te lezen aan jonge kinderen. Laan schreef bewust in eenvoudige, duidelijke zinnen.