Home › Kinderboeken en jeugd › Winnie de Poeh

Winnie de Poeh op volgorde

A.A. Milne schreef vier boeken rond Winnie de Poeh, allemaal getekend door E.H. Shepard: twee verhalenbundels (Winnie-the-Pooh, 1926, en The House at Pooh Corner, 1928) en twee gedichtenbundels (When We Were Very Young, 1924, en Now We Are Six, 1927). Samen vormen ze de oorspronkelijke Poeh-boeken; alles wat later kwam is van andere schrijvers of van Disney.

De leesvolgorde

Nr.TitelJaarPrijs indicatiefWaar te koop
1 1926 € 6,25 Bekijk bij bol.com
2 1928 volgt volgt
3 1924 € 6,92 Bekijk bij bol.com
4 1927 € 10,50 Bekijk bij bol.com

In de tabel staan eerst de twee verhalenbundels en daarna de twee gedichtenbundels. Op volgorde van verschijnen is het: When We Were Very Young (1924), Winnie-the-Pooh (1926), Now We Are Six (1927) en The House at Pooh Corner (1928). Voor het verhaal maakt het niet veel uit; lees de twee verhalenbundels wel in deze volgorde, want Teigetje komt pas in het tweede verhalenboek.

Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.

Rond de reeks

Vervolg · andere auteur

Return to the Hundred Acre Wood

Geautoriseerd vervolg van David Benedictus uit 2009, getekend door Mark Burgess. Het eerste nieuwe Poeh-verhalenboek sinds 1928, met het nieuwe personage Lottie de otter.

Vervolg · andere auteurs

The Best Bear in All the World

Tweede geautoriseerde vervolg (2016), vier seizoensverhalen van Paul Bright, Jeanne Willis, Kate Saunders en Brian Sibley, met tekeningen van Mark Burgess.

Films en series

Disney

Disney gebruikte de verhalen van Milne vanaf 1966 voor tekenfilms, te beginnen met Winnie the Pooh and the Honey Tree. Later volgden onder meer Het Grote Verhaal van Winnie de Poeh (1977) en veel series.

Over A.A. Milne

A.A. Milne (Alan Alexander Milne, 1882–1956) werd geboren in Kilburn, Londen. Na Cambridge schreef hij humoristische stukjes voor het tijdschrift Punch, toneelstukken en de detective The Red House Mystery (1922).

Zijn zoon Christopher Robin werd in 1920 geboren; diens knuffeldieren werden de personages van de Poeh-verhalen. In 1924 verscheen de gedichtenbundel When We Were Very Young, waarin de beer voor het eerst opduikt. De eerste Nederlandse bewerking, van Nienke van Hichtum, verscheen in 1929; daarin heet Christopher Robin Janneman Robinson.

Waar gaat elk deel over?

Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.

Omslag van Winnie-the-Pooh 1 · Winnie-the-Pooh 1926

Een beer met weinig verstand en veel belangstelling voor honing woont in een bos, samen met een klein varkentje, een neerslachtige ezel, een uil die denkt dat hij kan spellen, een konijn dat alles regelt en een jongen die erbij hoort alsof het vanzelf spreekt. Dat is in het kort de wereld van dit boek uit 1926, waarmee A.A. Milne een van de bekendste kinderboeken ooit schreef.

Het boek bestaat uit tien verhalen die elk apart te lezen zijn. Poeh probeert met behulp van een ballon honing bij een bijenboom te bemachtigen. Hij eet bij Konijn zo veel dat hij klem komt te zitten in het gat waardoor hij naar binnen kwam. Samen met Knorretje gaat hij op jacht op een Woezel, waarbij ze hun eigen voetsporen in de sneeuw niet herkennen. De staart van Iejoor raakt kwijt en moet worden teruggevonden. Er wordt een val gezet voor een Heffalump, Iejoor viert verjaardag, Kanga en Roe komen in het bos wonen, het gezelschap trekt eropuit om de Noordpool te ontdekken, Knorretje komt vast te zitten bij hoog water, en aan het eind geeft Janneman Robinson een feest.

Milne schreef de verhalen voor zijn zoon Christopher Robin, die in het Nederlands Janneman Robinson heet. De dieren zijn gebaseerd op diens knuffels, en de naam Winnie-the-Pooh komt van een berin in de dierentuin van Londen die Winnipeg heette, gecombineerd met de naam van een zwaan uit eerder werk van Milne. Het Honderd Bunderbos is geïnspireerd op een echt bos bij het huis van de schrijver. E.H. Shepard maakte de tekeningen, die net zo bekend zijn geworden als de tekst zelf.

Wat het boek zo lang overeind houdt, is de toon. Milne schrijft zonder moraal en zonder haast. De dieren hebben elk een duidelijk karakter: Poeh denkt langzaam maar verzint mooie liedjes, Knorretje is bang voor bijna alles en toch moedig, Iejoor verwacht het ergste, Konijn houdt van plannen en Uil van moeilijke woorden. De grappen komen voort uit die karakters en uit misverstanden over taal, waardoor volwassen voorlezers vaak net iets anders lachen dan de kinderen.

De verhalen zijn opgezet als een vader die aan zijn zoon vertelt, met onderbrekingen en vragen daartussendoor. Daardoor voelt het boek eerder als voorlezen dan als lezen, en het werkt goed voor kinderen vanaf ongeveer vier jaar. Oudere kinderen die zelf lezen, halen er de humor en de zinswendingen uit.

Dit is het eerste van twee verhalenboeken over Poeh; in 1928 volgde The House at Pooh Corner. Daarnaast schreef Milne twee dichtbundels waarin dezelfde figuren opduiken. De eerste Nederlandse bewerking verscheen in 1929 van de hand van Nienke van Hichtum. Sindsdien is het boek in tientallen talen vertaald en talloze keren opnieuw uitgegeven.

De verhalen zijn ontelbare keren bewerkt voor film, televisie en toneel, waardoor de figuren ook bekend zijn bij kinderen die het boek nooit hebben gehad. Wie de oorspronkelijke tekst leest, merkt dat die droger en geestiger is dan veel bewerkingen doen vermoeden, en dat de tekeningen van Shepard er onlosmakelijk bij horen. In de Verenigde Staten is het boek sinds 2022 vrij van auteursrecht.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 6,25 ↑ Terug naar de volgorde

2 · The House at Pooh Corner 1928

Twee jaar na het eerste verhalenboek keerde A.A. Milne in 1928 terug naar het Honderd Bunderbos met tien nieuwe verhalen. Ze zijn opgezet zoals de lezer gewend is: elk hoofdstuk is een op zichzelf staand avontuur, verteld met dezelfde rustige humor, en getekend door E.H. Shepard.

Het boek opent met Poeh en Knorretje, die besluiten een huis te bouwen voor Iejoor, omdat de ezel het koud heeft. Hoe die goede bedoeling uitpakt, is meteen typerend voor de manier waarop Milne zijn personages laat blunderen zonder ze belachelijk te maken. In het tweede hoofdstuk arriveert een nieuwe bewoner: Teigetje, een tijger die overal tegenaan springt, die van niets bang is en die nog moet ontdekken wat hij lekker vindt. Zijn komst zet de verhoudingen in het bos op scherp, want Konijn heeft weinig geduld met zo veel energie.

Verder bevat het boek enkele van de bekendste taferelen uit de reeks. Poeh en zijn vrienden bedenken het spel Poehstokjes, waarbij iedereen aan de ene kant van een brug een stokje in het water gooit en aan de andere kant wacht wie het eerst verschijnt. Er wordt geprobeerd Teigetje te ontmoedigen, er verdwaalt iemand in de mist, er wordt een huis gebouwd op de verkeerde plek en Uil moet verhuizen. Janneman Robinson verschijnt geregeld als de figuur die alles weer rechtzet.

Onder de verhalen ligt iets wat in het eerste boek nog ontbrak. Janneman Robinson wordt ouder en gaat overdag ergens heen waar de dieren niet mee kunnen; hij leert lezen en rekenen en heeft minder tijd voor het bos. Het laatste hoofdstuk gaat daarover en speelt zich af op een betoverde plek boven in het bos. Milne besloot na dit boek te stoppen met verhalen over Poeh, omdat zijn eigen zoon te groot werd voor dit soort spel. Dat gegeven maakt het slot ontroerend zonder dat het zwaar wordt; generaties lezers noemen het een van de mooiste afscheidsscènes uit de kinderliteratuur.

Voor het overige is het boek net zo luchtig als zijn voorganger. De karakters zijn nog duidelijker uitgewerkt: Iejoor mopperend en toch gesteld op gezelschap, Knorretje klein en dapper, Poeh langzaam denkend en altijd bezig met een hapje, Konijn vol plannen en Uil met zijn moeilijke woorden. Teigetje is de aanwinst die ervoor zorgt dat er iets te stellen valt.

Het boek is los te lezen, maar het werkt het best na Winnie-the-Pooh, omdat de lezer de bewoners dan al kent en omdat het slot meer indruk maakt wanneer je weet hoeveel avonturen eraan voorafgingen. Het is geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vier en om zelf te lezen voor wie iets ouder is.

Ook dit deel is in tientallen talen vertaald en sindsdien onafgebroken in druk gebleven. Nederlandse lezers kennen de bewoners onder hun vertaalde namen: Poeh, Knorretje, Iejoor, Konijn, Uil, Kanga, Roe, Teigetje en Janneman Robinson. Milne heeft na 1928 geen verhalen over hen meer geschreven, waardoor deze twee boeken samen het volledige verhaal over het Honderd Bunderbos vormen.

↑ Terug naar de volgorde

Omslag van When We Were Very Young 3 · When We Were Very Young 1924

Voordat A.A. Milne zijn verhalen over Winnie-the-Pooh schreef, verscheen op 6 november 1924 deze bundel met vierenveertig gedichten voor kinderen. Uitgeverij Methuen bracht het boek uit, met tekeningen van E.H. Shepard, dezelfde illustrator die later de beroemde beer zou tekenen. Het was het boek waarmee Milne, tot dan toe vooral bekend als toneelschrijver en journalist, in één klap een kinderboekenauteur werd.

De gedichten gaan over gewone dingen die er voor een kind heel anders uitzien: op de trap zitten op een tree die precies halverwege is, naar de koning van Buckingham Palace kijken, een dutje doen, aan tafel zitten, een boterham eten en vooral veel fantaseren. Bekende verzen zijn The King's Breakfast, over een koning die alleen maar een beetje boter bij zijn brood wil en daarmee een heel hof in beweging zet, Halfway Down over die tussentrede, en Vespers, waarin een klein kind zijn avondgebed doet en ondertussen aan van alles anders denkt.

Voor lezers van de Poeh-boeken is één gedicht bijzonder: Teddy Bear. Daarin komt een beer voor die eerst Mr Edward Bear heette en die later, in de verhalen, Winnie-the-Pooh zou worden genoemd. De bundel is daarmee het beginpunt van alles wat volgde, ook al staat het bos met Knorretje en Iejoor er nog niet in.

In de inleiding nodigt Milne de lezer uit om zelf te bedenken wie er eigenlijk aan het woord is in de gedichten, met de suggestie dat het Christopher Robin zou kunnen zijn: zijn eigen zoon, die ook in de latere boeken de jongen is die bij de dieren hoort. Die speelse verhouding tussen schrijver, kind en verteller loopt door heel het werk van Milne.

De verzen zijn geschreven om hardop te lezen. Ze hebben een sterk ritme, veel herhaling en rijmen die kinderen snel oppikken, waardoor ze zich goed lenen voor het voorlezen aan jonge kinderen. Verschillende gedichten zijn later op muziek gezet door Harold Fraser-Simson en werden zo ook als liedjes bekend.

Het boek geldt in de Engelstalige wereld als een klassieker van de kinderpoëzie, met een toon die nergens kinderachtig wordt. Milne kijkt naar de wereld vanaf kniehoogte, zonder de kleine hoofdpersoon te bespotten en zonder hem een les te willen leren. In 2020 kwam de bundel in de Verenigde Staten in het publieke domein, al is hij in andere landen nog beschermd.

In de reeks rond Winnie-the-Pooh vormt dit deel samen met Now We Are Six uit 1927 het dichtwerk naast de twee verhalenboeken. De vier boeken zijn in elke volgorde te lezen; wie chronologisch te werk wil gaan, begint hier, want dit is het oudste van de vier.

Het succes was meteen groot: de bundel verkocht in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten uitstekend en maakte de naam van Milne. Dat succes bracht zijn uitgever ertoe hem om meer werk voor kinderen te vragen, wat twee jaar later de verhalen over Winnie-the-Pooh opleverde. Zonder dit boek had de beer waarschijnlijk nooit bestaan.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 6,92 ↑ Terug naar de volgorde

4 · Now We Are Six 1927

Drie jaar na zijn eerste dichtbundel voor kinderen kwam A.A. Milne in 1927 met een tweede, opnieuw met tekeningen van E.H. Shepard. Het boek bevat vijfendertig gedichten, en in elf ervan is Winnie-the-Pooh op de illustraties te zien. Daarmee staat deze bundel dichter bij de verhalenboeken dan zijn voorganger: de beer die in 1926 zijn eigen boek kreeg, loopt hier als vanzelfsprekende metgezel door de verzen heen.

De gedichten gaan over de belevingswereld van een kind van een jaar of zes. Er wordt gespeeld, gedroomd, gezeurd, nagedacht over koningen en ridders en gepiekerd in het donker. Bekende verzen zijn Us Two, over Janneman Robinson en zijn beer die alles samen doen, King John's Christmas, over een koning die niemand aardig vindt en die hoopt op één cadeau, en In the Dark, over de gedachten die komen wanneer het licht uit is. De toon wisselt van uitgelaten naar stil, soms binnen hetzelfde gedicht.

De titel komt uit het slotvers, The End. Daarin kijkt een kind terug op de jaren die het al achter de rug heeft: hoe het was om één te zijn, twee, drie, tot het besluit dat het nu zes is en zo knap als knap kan zijn. Dat gedicht heeft de bundel zijn naam gegeven en wordt nog altijd vaak voorgedragen bij verjaardagen.

De verzen gaan over onschuld, over genegenheid en over de heerlijke onverantwoordelijkheid van een kind dat nog nergens voor hoeft op te draaien. Milne schrijft daarover zonder sentimentaliteit en zonder opgeheven vinger; wat er aan verdriet of angst in zit, krijgt evenveel ruimte als de vrolijkheid. Onderzoekers hebben de psychologische kant van deze gedichten uitvoerig besproken, wat opmerkelijk is voor verzen die op het eerste gezicht heel eenvoudig lijken.

Net als bij de eerdere bundel zijn de gedichten gemaakt om hardop voor te lezen. Ritme en rijm zijn stevig, de zinnen kort en de woorden eenvoudig, waardoor kinderen ze makkelijk meezeggen. Voor volwassenen zit het plezier in de precisie waarmee Milne een kinderlijke gedachtegang volgt.

De bundel verscheen tussen de twee verhalenboeken in: Winnie-the-Pooh kwam in 1926 uit, The House at Pooh Corner in 1928. Samen vormen de vier boeken het complete werk van Milne rond het Honderd Bunderbos. De bundel bleef bekend genoeg om parodieën uit te lokken, zoals Now We Are Sick, een verzameling griezelige kindergedichten waaraan Neil Gaiman meewerkte. In 2023 kwam het boek in de Verenigde Staten in het publieke domein.

Voor wie de reeks compleet wil hebben, hoort deze bundel er dus onlosmakelijk bij. De gedichten laten dezelfde wereld zien als de verhalen, maar dan van binnenuit: niet het bos met de dieren, maar het kind dat zich dat bos voorstelt. Daarmee is het boek zowel een aanvulling op de verhalen als een zelfstandig te lezen dichtbundel, die het in voorleessituaties nog altijd goed doet.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 10,50 ↑ Terug naar de volgorde

ISBN en EAN per deel

Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.

Nr.Titel en editieISBN-13 / EANISBN-10
1 Winnie-the-Poohbol.com: Winnie-the-Pooh 9781405294621 1405294620
2 The House at Pooh Corner 9780440437956
3 When We Were Very Youngbol.com: When We Were Very Young 9781405211185 1405211180
4 Now We Are Sixbol.com: Now We Are Six 9781420981520 1420981528

Gerelateerde reeksen

Veelgestelde vragen

In welke volgorde lees ik de boeken van Winnie de Poeh?

Begin met de verhalenbundel Winnie-the-Pooh (1926) en lees daarna The House at Pooh Corner (1928). De gedichtenbundels When We Were Very Young (1924) en Now We Are Six (1927) kun je ervoor, ertussen of erna lezen.

Hoeveel Winnie de Poeh-boeken schreef A.A. Milne?

Vier: twee verhalenbundels en twee gedichtenbundels. Alleen de twee verhalenbundels gaan helemaal over Poeh; in de gedichten komt hij af en toe voor.

In welk boek komt Teigetje voor het eerst voor?

In The House at Pooh Corner (1928), het tweede verhalenboek.

Zijn er later nog Poeh-boeken verschenen?

Ja, met toestemming van de erven Milne: Return to the Hundred Acre Wood van David Benedictus (2009) en The Best Bear in All the World (2016) van vier schrijvers. Die horen niet bij de oorspronkelijke vier.

Is Disney's Winnie de Poeh hetzelfde als de boeken?

De eerste Disney-films volgden de verhalen van Milne, maar Disney gaf Poeh een eigen uiterlijk en voegde later nieuwe personages en verhalen toe. De tekeningen van E.H. Shepard in de boeken zien er anders uit.