Home › Literatuur › A Dance to the Music of Time

A Dance to the Music of Time op volgorde

A Dance to the Music of Time is een romancyclus van twaalf delen, tussen 1951 en 1975 geschreven door Anthony Powell. Verteller Nicholas Jenkins blikt terug op de mensen die hij een halve eeuw lang tegenkomt, van zijn schooltijd in de jaren twintig tot rond 1970. De titel komt van een schilderij van Nicolas Poussin.

De leesvolgorde

Lees de delen op volgorde: het is in feite één lange roman. Deel 7 tot en met 9 spelen in de Tweede Wereldoorlog en heten samen ook wel de oorlogstrilogie.

Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.

Rond de reeks

Verfilming · tv

A Dance to the Music of Time (1997)

Vierdelige serie voor Channel 4, door Powell en Hugh Whitemore naar de hele cyclus bewerkt.

Hoorspel

Hoorspelen op BBC Radio 4

De cyclus werd meermaals als Classic Serial op BBC Radio 4 uitgezonden, het laatst in zes delen in 2008.

Naslag

Invitation to the Dance

Handboek van Powells biograaf Hilary Spurling met alle personages, gebeurtenissen en verwijzingen uit de twaalf delen, plus een tijdlijn.

Over Anthony Powell

Anthony Powell (1905–2000) werd geboren in Westminster, Londen, als zoon van een legerofficier. Hij zat op Eton en studeerde in Oxford, waar hij bevriend raakte met Henry Green en Evelyn Waugh. Daarna werkte hij bij uitgeverij Duckworth, die in 1931 zijn eerste roman, Afternoon Men, uitgaf.

In de Tweede Wereldoorlog diende hij in het leger en later bij de inlichtingendienst in Londen. Naast zijn romans was hij literair redacteur van het tijdschrift Punch en jarenlang recensent. Temporary Kings, deel 11, won in 1974 de W.H. Smith Literary Award.

Waar gaat elk deel over?

Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.

Omslag van A Question of Upbringing 1 · A Question of Upbringing 1951

Anthony Powells twaalfdelige cyclus opent met een man die in de sneeuw naar wegwerkers bij een vuurkorf staat te kijken. Het tafereel roept bij verteller Nicholas Jenkins eerst de klassieke oudheid op en daarna het schilderij van Poussin waaraan de reeks haar titel ontleent: figuren die hand in hand op de maat van de tijd dansen, uit het zicht verdwijnen en weer opduiken. Vanuit die gedachte keert Jenkins terug naar zijn laatste schooljaren, rond 1921 en 1922, op een niet bij naam genoemde Engelse kostschool die op Powells eigen Eton is gebaseerd.

Daar heeft hij twee vrienden. Charles Stringham is geestig, rijk en onberekenbaar, met een moeder in de society en een stiefvader die zichzelf een zeeman noemt. Peter Templer is nuchter en vroegwijs, meer geïnteresseerd in geld en meisjes dan in boeken. Een vierde jongen hoort er niet bij: Kenneth Widmerpool, die in zijn eentje door de mist loopt te trainen in een jas waarom iedereen lacht. Juist hij zal de rode draad van de hele reeks worden, want achter die belachelijke verschijning zit een wil die nergens voor terugdeinst.

Als de school achter hen ligt, waaieren de levens uiteen. Jenkins logeert bij de familie Templer, waar hij voor het eerst Peters zuster Jean ziet en kennismaakt met de gladde zakenman Sunny Farebrother en de autogekke Jimmy Stripling. Hij bezoekt Stringhams glamoureuze moeder. Daarna wordt hij naar Frankrijk gestuurd om zijn Frans bij te spijkeren, en uitgerekend in dat stille pension duikt Widmerpool op, die tot Jenkins' verbazing een slepende ruzie tussen twee gasten met kille handigheid oplost. Het is het eerste moment waarop de verteller vermoedt dat hij hem verkeerd heeft ingeschat.

Het laatste deel speelt op de universiteit. Jenkins belandt in de theevisites van Sillery, een don die zijn leven wijdt aan het leggen van verbindingen en het influisteren van benoemingen, en ontmoet daar de dichter Mark Members en de latere marxistische criticus J.G. Quiggin, die elkaar meteen beginnen te beconcurreren. Stringham komt ook studeren, verveelt zich en vertrekt. Een autoritje met Templer en zijn Londense vrienden eindigt in een sloot, en daarmee stilzwijgend ook een vriendschap.

Powell schreef het boek in 1951 als begin van een cyclus die tot 1975 zou lopen. De aantrekkingskracht zit niet in een plot maar in de blik van de verteller: droog, beleefd, altijd net iets terughoudender dan de lezer zou willen. Jenkins beschrijft anderen scherp en zichzelf nauwelijks, waardoor zijn eigen karakter langzaam en schuin tevoorschijn komt. Wie dit eerste deel uitleest, heeft nog geen ontknoping gekregen maar wel een stel mensen leren kennen die de komende elf boeken blijven terugkeren, telkens in een andere gedaante, met een andere partner of een andere positie. Dat is precies het effect dat de titel belooft: de dans gaat door, de dansers wisselen van plaats. Het boek telt weinig gebeurtenissen en leest toch snel, doordat vrijwel elke scène een grap of een karakterschets oplevert die later in de reeks nog van pas komt.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 7,99 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van A Buyer's Market 2 · A Buyer's Market 1952

Het tweede deel verplaatst zich naar het Londen van de late jaren twintig, waar Nicholas Jenkins als jonge man in de uitgeverij werkt en zijn avonden vult met debutantenbals. Powell beschrijft die wereld met veel plezier en weinig genade: rijen jonge vrouwen die worden gepresenteerd, moeders die rekenen, jonge mannen die zich vervelen en te veel drinken. Op een van die bals, bij de Huntercombes, wordt Jenkins' verliefdheid op Barbara Goring op pijnlijke wijze afgesloten wanneer zij een suikerpot leegschudt over het hoofd van Kenneth Widmerpool. Het is een scène die de hele reeks door wordt nagedragen.

Na afloop van het bal komen Jenkins en Widmerpool op straat bij een koffiekar de schilder en handelaar Mr Deacon tegen, een oude bekende van Jenkins' ouders, in gezelschap van de veel jongere Gypsy Jones, een activiste met uitgesproken meningen en losse moraal. Via Stringham, die er ook rondhangt, belandt het gezelschap op een feest bij Milly Andriadis, waar geld, titels en verveling zich vermengen. Jenkins ziet er zijn oude professor Sillery terug en observeert op afstand de industrieel Sir Magnus Donners, die in de reeks steeds meer macht zal vergaren.

In de zomer volgen de landweekenden. Jenkins lunchcht op Stourwater, het kasteel van Donners, waar hij Jean Templer terugziet, inmiddels getrouwd met de zakenman Bob Duport. Widmerpool werkt voor Donners, laat zich in de kerkers van het kasteel gelden en rijdt vervolgens met zijn auto een sierurn van zijn werkgever aan gruzelementen. De schilder Ralph Barnby komt in beeld, een man die zonder veel omhaal krijgt wat hij wil, en van wie Jenkins opsteekt hoe anderen met succes door deze wereld bewegen.

De titel wijst op een markt waarop de koper de dienst uitmaakt. Jenkins is daarin de partij met weinig te bieden: geen fortuin, geen positie, alleen opmerkingsgave. Powell laat zien hoe een jongeman leert dat vriendelijkheid, afkomst en talent zelden dezelfde valuta zijn, en dat wie binnenkomt in een gezelschap onmiddellijk wordt getaxeerd. Tegelijk is het boek een liefdevol portret van een bohemien randgebied waar schilders, oplichters en erfgenamen door elkaar lopen.

Tegen het einde verschuift de toon. De dood van Mr Deacon, kort na zijn eigen verjaardagsfeest, markeert het verdwijnen van een figuur die nog uit de negentiende eeuw leek te komen, en het huwelijk van Stringham met Peggy Stepney maakt duidelijk dat de vriendenkring uit het eerste deel verder uit elkaar drijft. Jenkins zelf doet dingen die hij niet aan zichzelf uitlegt, wat Powell zonder commentaar noteert.

Zoals in elk deel van de cyclus draait het minder om wat er gebeurt dan om hoe mensen zich tegenover elkaar gedragen. Wie het eerste boek heeft gelezen, merkt hier voor het eerst goed hoe Powells methode werkt: personages verdwijnen hoofdstukken lang uit beeld en keren terug op een plek waar je ze niet verwacht, met een reputatie die intussen is veranderd.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 10,50 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van The Acceptance World 3 · The Acceptance World 1955

Tussen 1931 en 1933 is Nicholas Jenkins eind twintig, werkt hij bij een uitgeverij die kunstboeken maakt en heeft hij zelf een roman gepubliceerd. Het derde deel begint met een afspraak in het Ufford, een sleets hotel in Bayswater waar zijn oom Giles logeert, een man die van familiegeld leeft en altijd op het punt staat iets te regelen wat nooit doorgaat. Het gesprek wordt overgenomen door Mrs Myra Erdleigh, een helderziende die de kaarten legt en Jenkins beroepsproblemen, een liefdesaffaire en een weerzien voorspelt.

Die beroepsproblemen betreffen de romancier St John Clarke, die een inleiding zou schrijven bij een boek over de society-schilder Isbister maar niets levert. Om hem te bereiken probeert Jenkins de secretaris van de schrijver te spreken, de dichter Mark Members, maar op de afspraak in het Ritz verschijnt J.G. Quiggin, die het baantje intussen heeft ingepikt. De strijd tussen die twee literaire klimmers loopt als komische lijn door het boek, net als de plotselinge bekering van de oude romanschrijver tot de linkse zaak.

Het hart van het verhaal ligt op een winters weekend bij Peter Templer buiten Maidenhead. In de auto erheen zit naast Templers vrouw Mona, een voormalig fotomodel dat zich verveelt, ook Jean, Templers zuster, die gescheiden van haar man leeft. Wat Jenkins jaren eerder als jongen voor haar voelde, keert in één ogenblik terug. De verhouding die volgt, wordt door Powell met opvallend weinig romantiek beschreven en met des te meer oog voor de leugentjes en het ongemak eromheen. In datzelfde weekend duikt Mrs Erdleigh opnieuw op, in het gezelschap van Jimmy Stripling, en houdt het gezelschap een seance met een planchette waarvan de uitkomst een van de aanwezigen zo verontrust dat hij halsoverkop naar Londen terugkeert.

De slotscènes spelen op een diner van oud-leerlingen in het Ritz, gegeven ter ere van hun voormalige huismeester Le Bas. Stringham komt zwaar aangeschoten binnen, Widmerpool houdt een ongevraagde, eindeloze toespraak over zijn eigen inzichten, en het geheel eindigt in een chaos die Powell met bewonderenswaardige beheersing opschrijft. Jenkins en Widmerpool brengen daarna samen de dronken Stringham naar bed, een scène waarin de verhoudingen van het eerste deel volledig zijn omgekeerd.

De titel komt uit de financiële wereld: het accepthuis handelt in wissels, in beloften over geld dat er nog niet is. Powell gebruikt dat beeld voor een generatie die leeft op krediet van verwachtingen, in een tijd van economische crisis en groeiende politieke onrust. Jenkins registreert die achtergrond zonder er veel over te theoretiseren; de lezer merkt hem vooral op in wat de personages zich kunnen veroorloven en in de snelheid waarmee sommigen van overtuiging wisselen.

Het boek geldt bij veel lezers als het punt waarop de cyclus echt op stoom komt. De vaste elementen zijn er allemaal: een enkele terugkerende plaats, een handvol toevallige ontmoetingen die achteraf geen toeval blijken, en een verteller die precies genoeg weglaat om je te laten doorlezen.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 11,59 ↑ Terug naar de volgorde

4 · At Lady Molly's 1957

Voor dit vierde deel kreeg Powell in 1957 de James Tait Black Memorial Prize. Het speelt in 1934, als Nicholas Jenkins met matig succes filmscenario's schrijft en via zijn collega Chips Lovell terechtkomt in het huis van Lady Molly Jeavons in Londen. Dat huis is de spil van het boek: een rommelige, gastvrije bedoening waar op elk uur van de avond volslagen onvergelijkbare mensen binnenlopen, van bejaarde aristocraten tot randfiguren uit de nachtclubwereld. Molly's tweede man Ted Jeavons zit er meestal wat verloren bij, beschadigd uit de vorige oorlog en niet geïnteresseerd in de kringen van zijn vrouw.

Het nieuws dat op die eerste avond de ronde doet, zet de toon: Kenneth Widmerpool gaat trouwen met Mildred Haycock, een twee keer weduwe geworden vrouw die aanzienlijk ouder is dan hij en een reputatie heeft die in de society breed is uitgemeten. Jenkins wordt vervolgens herhaaldelijk door Widmerpool uitgenodigd om te lunchen en met vragen bestookt, want de aanstaande bruidegom is minder zeker van zijn zaak dan hij voorgeeft. Die gesprekken leveren enkele van de komische hoogtepunten van de hele cyclus op.

Een toevallige ontmoeting in een bioscoop met Quiggin leidt tot een merkwaardige uitnodiging: een weekend op het platteland, in een huisje dat Quiggin en Mona hebben geleend van Erridge, oftewel Lord Warminster, het excentrieke, linkse hoofd van de familie Tolland. Het gezelschap dineert op Thrubworth Park, het familiegoed waar de erfgenaam in een paar kamers bivakkeert en de rest van het huis laat verstoffen. Tegen het eind van die maaltijd komen twee zusters Tolland binnen, en bij het zien van Isobel besluit Jenkins ter plekke dat hij met haar wil trouwen. Powell laat hem daar precies één zin aan wijden.

Daarna volgt de tegenhanger: een avond met Ted Jeavons in een Sohokroeg en daarna in de nachtclub van Dicky Umfraville, waar Widmerpool met zijn verloofde blijkt te zitten, en waar ook Peter Templer opduikt. Het boek eindigt in het najaar van 1934 met een reeks aangekondigde en afgebroken verbintenissen: Jenkins is verloofd, Erridge vertrekt naar China om de toestanden daar zelf te bestuderen en neemt Mona mee, en Widmerpools verloving loopt stuk op een manier waarover de verhalen in Londen uiteenlopen, afhankelijk van wie ze vertelt.

Het huwelijk is het thema dat alles verbindt. Powell zet naast elkaar wat mensen van een verbintenis verwachten en wat ze ervan terugkrijgen, van de ondoorgrondelijke tevredenheid van de Jeavonsen tot de berekening waarmee anderen een partner kiezen. Op de achtergrond komt de jaren dertig binnendruppelen: de opkomst van Hitler, het fascisme, de politieke bekeringen van de intellectuelen die Jenkins kent.

De kracht zit opnieuw in de toon. Jenkins vertelt over een klasse die zichzelf vanzelfsprekend vindt, maar hij doet dat zonder nostalgie en zonder aanklacht, alsof hij een lang, ingewikkeld gezelschapsspel beschrijft waarvan de regels nooit worden uitgesproken. Voor wie de reeks op volgorde leest, is dit bovendien het deel waarin de familie Tolland zijn intrede doet, een uitgebreide clan die in alle volgende boeken een rol blijft spelen.

↑ Terug naar de volgorde

5 · Casanova's Chinese Restaurant 1960

De vijfde roman opent bij de kapotte deuropening van de Mortimer, een verzonnen Sohokroeg die door een bominslag is verwoest. Vanuit die ruïne kijkt Nicholas Jenkins terug naar de late jaren twintig en de vroege jaren dertig, toen hij in dat café de componist Hugh Moreland leerde kennen. Moreland, gemodelleerd naar Powells goede vriend de dirigent en componist Constant Lambert, is een man die over muziek, liefde en mislukking praat met een mengeling van ernst en zelfspot die hem tot Jenkins' naaste vriend in de reeks maakt.

Rond Moreland groepeert zich een nieuwe kring: zijn vrouw Matilda, een actrice met een verleden dat zich niet laat wegpoetsen, de muziekcriticus Maclintick, die zijn eigen leven met hardnekkige koppigheid verwoest, en diens vrouw Audrey, met wie hij een huwelijk voert dat iedereen in hun omgeving ongemakkelijk maakt. Dat huwelijk staat in het centrum van het boek. Powell beschrijft het zonder er een oordeel over te vellen en juist daardoor des te pijnlijker: twee mensen die elkaar in het openbaar afmaken en er zelf het minst van begrijpen.

De titel verwijst naar het restaurant waar de musici na afloop eten en waar het gezelschap steeds weer neerstrijkt. Onderwijl vordert de tijd. Jenkins trouwt met Isobel Tolland, de uitgebreide familie van zijn vrouw dient zich aan met bijbehorende lunches bij Lady Warminster, en in 1936 ligt Isobel in het ziekenhuis, waar Jenkins tegelijk Moreland tegenkomt, die daar voor Matilda is. In datzelfde jaar geeft Mrs Foxe, de moeder van Charles Stringham, een feest ter ere van de eerste uitvoering van Morelands nieuwe symfonie. Op die avond komen alle lijnen bij elkaar: de Maclinticks maken ruzie, Moreland blijkt verliefd te zijn geworden op Priscilla Tolland, en Stringham, die aan het afkicken is van de drank, verschijnt onaangekondigd en houdt zich met moeite staande.

Het jaar daarop brengt nieuwe verschuivingen. Erridge vertrekt naar de Spaanse Burgeroorlog, en Powell gebruikt die geschiedenis niet als decor maar als iets wat zijn personages ongelijkmatig raakt: de een gaat, de ander praat, de meesten leven door. Priscilla verlooft zich met Chips Lovell, de dood van St John Clarke wordt gemeld, en in de kring rond Moreland valt een klap die de hele muziekwereld van het boek van kleur doet veranderen.

Het is de meest melancholieke roman van de eerste helft van de cyclus, en tegelijk een van de grappigste. Powell schreef hem in 1960, negen jaar na het eerste deel, en de vertelstem is inmiddels rijper: Jenkins begint over zijn vrienden te spreken als over mensen van wie hij weet dat hij ze niet meer helemaal zal doorgronden. Voor lezers die de cyclus op volgorde volgen, is dit het deel waarin het kunstenaarsmilieu voorgoed naast de aristocratische en politieke wereld komt te staan, twee kringen die elkaar overlappen zonder dat de bewoners elkaar ooit helemaal serieus nemen. De vergelijking met de vooroorlogse hoofdstukken uit eerdere delen maakt zichtbaar hoeveel er in een paar jaar is veranderd, zonder dat iemand kan aanwijzen wanneer dat precies gebeurde.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 24,81 ↑ Terug naar de volgorde

6 · The Kindly Ones 1962

De titel is de verzachtende naam die de Grieken aan de wraakgodinnen gaven, en dat past bij een boek dat twee keer naar een oorlog toewerkt. Powell verdeelde het in vier episoden. De eerste speelt in 1914 op Stonehurst, het gehuurde huis waar Nicholas Jenkins als kind woont. Het huispersoneel voert daar een eigen drama op: kokkin Albert wil trouwen, kamermeisje Billson is verliefd op hem en de ordonnans Bracey weer op haar, en op de dag dat de moord in Sarajevo bekend wordt, komt dat alles tot een uitbarsting die door de toevallig aanwezige generaal Conyers met verbluffende kalmte wordt afgehandeld. Op de weg langs het huis draaft ondertussen de sekteleider Dr Trelawney met zijn discipelen voorbij, in gewaad en op blote voeten.

De tweede episode springt naar 1938. Jenkins en zijn vrouw logeren bij de componist Moreland en worden meegevraagd naar een lunch bij Sir Magnus Donners op Stourwater. De industrieel is aan het fotograferen geslagen en laat zijn gasten de zeven hoofdzonden uitbeelden zoals die op zijn wandtapijten staan. Wat als gezelschapsspel begint, wordt gaandeweg pijnlijk, en voor een van de aanwezigen loopt het slecht af. Midden in die vertoning meldt Widmerpool zich, in uniform, om zaken te bespreken.

In de derde episode, zomer 1939, sterft oom Giles in het Bellevue, een sjofel hotel aan zee dat wordt gerund door Albert, de vroegere kok van de familie. Jenkins gaat de nalatenschap regelen en treft er Bob Duport, die tijdens een avond drinken vertelt wat Jenkins liever niet had gehoord over de vrouw met wie hij jaren eerder een verhouding had. In hetzelfde hotel woont ook Dr Trelawney, die nog één profetie aflevert voordat de wereld opnieuw in brand vliegt.

Het slot beschrijft de eerste oorlogsmaanden. Het nieuws van het pact tussen Hitler en Stalin breekt door, en Jenkins, inmiddels in de dertig, probeert een officiersaanstelling te krijgen. Hij spreekt generaal Conyers aan, hij spreekt zelfs Widmerpool aan, die al reserveofficier is en hem met veel vertoon van goede wil niets oplevert. Uiteindelijk komt de benoeming er langs een heel andere weg. In Londen ontmoet hij een dakloos geworden Moreland, wiens huwelijk is geëindigd op een manier die niemand had voorzien.

Powell publiceerde het boek in 1962 als scharnier van de cyclus: het zesde van twaalf delen, en het laatste voordat de oorlog het verhaal overneemt. De opbouw laat zien wat de reeks kan. Twee wereldoorlogen worden met elkaar gerijmd via een kinderherinnering, en de dreiging wordt niet met grote woorden opgeroepen maar met huispersoneel, lunchgesprekken en een oude man die in een badkamer opgesloten raakt. De personages beseffen nauwelijks dat hun wereld ophoudt; de lezer, die het vervolg kent, des te meer. Het is ook het deel waarin Powell zijn verteller voor het eerst neerzet als volwassen man met verplichtingen: getrouwd, halverwege de dertig en bezig zijn plaats te zoeken in iets wat veel groter is dan hijzelf.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 14,00 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van The Valley of Bones 7 · The Valley of Bones 1964

Met dit zevende deel begint de oorlogstrilogie binnen de cyclus. Het is begin 1940 en Nicholas Jenkins heeft gekregen wat hij aan het eind van het vorige boek zocht: een aanstelling als tweede luitenant, bij een bataljon in Wales. Daarmee verlaat Powell de Londense salons en zet hij zijn verteller neer tussen bankbedienden, winkeliers en mijnwerkers uit Zuid-Wales, mannen die grotendeels niet hebben gestudeerd en nooit in de wereld van Stourwater of Lady Molly zullen komen. Jenkins observeert hen met dezelfde precisie als zijn oude vrienden, en concludeert dat het leger niet wezenlijk anders in elkaar zit dan welke gemeenschap ook.

De titel komt uit het visioen van Ezechiël over het dal met de dorre beenderen. De ironie is dat er in Powells versie geen goddelijke adem aan te pas komt: er zijn alleen mannen, vaak niet sterk, vaak niet doeltreffend, die met elkaar een leger moeten vormen. Centraal staat compagniescommandant Rowland Gwatkin, in het burgerleven bankemployé, die van het soldatenvak een roeping heeft gemaakt en zich spiegelt aan oude Welshe helden. Zijn romantische opvatting van leiderschap botst pijnlijk met de praktijk van oefeningen, inspecties en administratie. Daarnaast is er luitenant Bithel, die vooral drinkt en van wie het een raadsel is hoe hij ooit is aangenomen.

Het bataljon verhuist naar Noord-Ierland, waar een oefening ontspoort doordat Gwatkin instructies verhaspelt en waar plotseling generaal Liddament langskomt voor een inspectie. Onderweg naar een cursus in Aldershot raakt Jenkins bevriend met David Pennistone, een intellectueel die tussen de militaire bedrijven door over filosofie praat, en hij ontmoet de energieke Odo Stevens. Tijdens een kort verlof bij familie van Isobel dringt de oorlog het privéleven binnen: verloven worden zonder uitleg ingetrokken, en verhoudingen verschuiven sneller dan in vredestijd.

Terug bij zijn eenheid ziet Jenkins hoe Gwatkin zich vastdraait, zowel in zijn ambities als in een hopeloze verliefdheid op een barmeisje, terwijl zijn ruzie met Bithel escaleert. Dan krijgt Jenkins het bevel zich te melden bij de DAAG op het divisiehoofdkwartier. Wie dat is, vormt de slotzin van het boek en een van de best getimede grappen van de hele cyclus; lezers die de eerdere delen kennen, zullen hem zien aankomen zonder er minder plezier aan te beleven.

Powell publiceerde de roman in 1964. Hij wordt vaak genoemd als een van de beste Engelse romans over het leven achter het front, juist omdat er zo weinig gevochten wordt. Het draait om wachten, om rangen, om de vraag wie een uniform draagt als een kostuum en wie erin verdwijnt. De kracht van het boek zit in de mengeling: een verteller uit de hogere middenklasse die zonder neerbuigendheid schrijft over mannen wier maatstaven totaal andere zijn dan de zijne, en die intussen zijn eigen leven op afstand ziet raken. Wie de eerdere delen vooral om de Londense society las, moet hier even wennen; wie doorzet, krijgt er een hele reeks nieuwe personages voor terug die Powell met evenveel aandacht tekent als zijn oude.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 12,75 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van The Soldier's Art 8 · The Soldier's Art 1966

De titel komt uit een regel van Robert Browning over eerst denken en dan vechten. Het achtste deel begint in 1941, met Nicholas Jenkins op het divisiehoofdkwartier in Noord-Ierland, waar hij als ondergeschikte werkt voor de man die hij al sinds school kent. Widmerpool is inmiddels majoor en houdt zich bezig met personeelszaken, wat hem de gelegenheid geeft loopbanen te maken en te breken. Jenkins hoopt op overplaatsing naar een functie waar zijn talenkennis van pas komt, generaal Liddament zet zich daarvoor in, maar in Londen loopt het gesprek met majoor Finn uit op een beleefde afwijzing: zijn Frans is niet goed genoeg.

Op het hoofdkwartier speelt zich intussen een kleine tragikomedie af. In de officiersmess wordt Jenkins geconfronteerd met Charles Stringham, ooit de schitterendste van zijn schoolvrienden, nu soldaat en bediende in diezelfde mess. Powell schrijft hun gesprekken met grote terughoudendheid; Stringham heeft zijn spot niet verloren en weigert medelijden. Widmerpool wordt ondertussen publiekelijk vernederd door een kolonel en begint aan een wraakoperatie die hij als zuivere dienstuitoefening presenteert. Het onderwerp van dit deel is dan ook wat mensen in een hiërarchie met hun beetje macht doen.

Een kort verlof brengt Jenkins naar het gebombardeerde Londen, waar de oude kring uit de vooroorlogse delen zich in gewijzigde samenstelling verzamelt: Chips Lovell, die zijn huwelijk met Priscilla wil lijmen, Moreland, die nu met Audrey Maclintick samenwoont, en Odo Stevens, die niet weg te denken is waar hij niet gewenst is. Het is een avond met te veel drank en te veel onuitgesproken dingen, en hij eindigt in een nacht waarin de oorlog niet langer iets is dat elders gebeurt. Powell beschrijft de gevolgen daarvan met een zakelijkheid die harder aankomt dan uitweiden zou doen; dit is het boek dat critici hebben aangewezen als een van de beste Engelse romans over de burger in oorlogstijd.

Terug op het hoofdkwartier lopen de verhaallijnen van Widmerpool, Stringham en Bithel naar elkaar toe, met gevolgen voor mensen die daar zelf nauwelijks invloed op hebben. Aan het eind krijgt Jenkins opdracht zich in Londen te melden bij het ministerie van Oorlog, waarmee het boek zijn plaats inneemt als middendeel van de oorlogstrilogie: het brengt hem van de modder van de divisie naar de gangen van Whitehall.

De roman verscheen in 1966 en is korter en donkerder dan zijn voorganger. De thema's zijn scheiding en onverwacht verlies, maar de verteltoon blijft die van iemand die aan een tafel in de mess zit en noteert wat er gezegd wordt. Juist het contrast tussen de nuchterheid van de vertelling en de schokken in het verhaal geeft dit deel zijn kracht. Wie de cyclus tot hier heeft gevolgd, ziet bovendien hoeveel personages uit de eerste delen inmiddels een compleet andere rol spelen. Ook de titel krijgt zo een dubbele bodem, want het vak van de soldaat bestaat in deze roman vooral uit wachten, schikken en toezien hoe anderen over je hoofd beslissen.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 20,00 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van The Military Philosophers 9 · The Military Philosophers 1968

Het negende deel, verschenen in 1968, sluit de oorlogstrilogie af en verplaatst Nicholas Jenkins naar Whitehall. Hij werkt daar onder majoor Finn als assistent van David Pennistone bij de afdeling die contact onderhoudt met de geallieerde legers in ballingschap, eerst met de Polen, later ook met de Belgen en de Tsjechen. Het is een boek over vergaderingen, memo's, rangen en verbindingsofficieren, en Powell haalt daar verrassend veel komedie uit: de oorlog wordt hier gevoerd met dossiers en protocol, en iedereen speelt een rol waarvan hij hoopt dat die na afloop nog iets waard is.

Onder die ambtelijke oppervlakte ligt iets zwaars. De Poolse secties worden beheerst door de kwestie van het bloedbad in het Katynbos, een onderwerp waarover de geallieerden liever niets zeggen, en Jenkins ziet van dichtbij hoe politieke noodzaak en fatsoen uit elkaar lopen. Widmerpool, inmiddels op een positie waar hij besprekingen voorzit, gedijt in deze wereld als geen ander; zijn optredens in het kabinetsgebouw laten zien hoe iemand zonder charme maar met onvermoeibare vastberadenheid doorgroeit.

In dit deel verschijnt een van de meest memorabele personages van de hele reeks: Pamela Flitton, chauffeur bij de vrouwelijke hulpdienst, mooi, giftig en volstrekt onvoorspelbaar. Ze blijkt een nicht van Charles Stringham en brengt nieuws over zijn lot mee. Waar zij komt, ontstaat schade, en Powell laat haar de restanten van de vooroorlogse vriendenkring doorkruisen als een kras op glas. Onderweg duikt ook Mrs Erdleigh weer op, die tijdens een aanval met vliegende bommen in een schuilkelder nog een paar voorspellingen aflevert.

Het laatste deel van het boek is een reis. Jenkins begeleidt een gezelschap geallieerde militaire attachés door Normandië, België en Nederland, kort na de bevrijding, en ontmoet daar onder meer veldmaarschalk Montgomery. Terug in Londen volgt de dankdienst in St Paul's, waar de hele cast van de cyclus in uniform en in rouwkleding bijeen blijkt te zitten en waar Jenkins iemand uit zijn verleden niet eens herkent. Daarna volgt zijn demobilisatie: het einde van zes jaar waarin hij, zoals hij zelf opmerkt, vrijwel niets heeft meegemaakt dat op een heldendaad lijkt.

Powell laat zijn verteller in deze roman Proust lezen tijdens een rit door Frankrijk, een knipoog naar de vergelijking die critici altijd maken en die hij zelf relativeerde. Zijn eigen methode is anders: geen zelfonderzoek maar observatie, geen lange herinneringspassages maar toevallige ontmoetingen waarvan de betekenis pas boeken later duidelijk wordt. De titel verwijst naar de theorieën over het soldatenleven die in de trilogie langskomen, en naar de ironie dat de mensen die de oorlog het best doorstaan meestal geen theorie hebben. Voor wie de reeks leest, is dit het deel waarin de oude wereld definitief wordt afgesloten en de naoorlogse jaren zich aandienen. Het slot laat Jenkins achter als burger in een land dat hij zes jaar lang alleen in uniform heeft gezien, met een uitgedunde vriendenkring en een loopbaan die opnieuw moet beginnen.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 10,04 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van Books Do Furnish a Room 10 · Books Do Furnish a Room 1971

Na de oorlog is Engeland grauw, koud en op rantsoen, en in dat klimaat begint het tiende deel. Nicholas Jenkins keert terug naar de universiteitsbibliotheek voor onderzoek naar Robert Burton, de zeventiende-eeuwse auteur van The Anatomy of Melancholy, wiens zinnen hij de hele roman door als commentaar op zijn eigen omgeving gebruikt. Bij Sillery, die nog altijd in zijn kamers hof houdt, ontmoet hij Ada Leintwardine, een jonge vrouw met literaire ambities die precies weet hoe ze zich moet bewegen in de wereld die zij binnenkomt.

De kern van het boek is een tijdschrift. Fission wordt opgericht door de linkse uitgeverij Quiggin & Craggs, met geld dat uit onverwachte hoek komt en met een redacteur die zijn bijnaam aan de titel van de roman heeft gegeven: Books-do-furnish-a-room Bagshaw, een journalist die overal is geweest en nergens is gebleven. Jenkins wordt recensieredacteur, Widmerpool, inmiddels Labour-parlementslid, schrijft over politiek en economie. Powell tekent de naoorlogse literaire wereld met plezier in het detail: de ruzies over papiertoewijzing, de manuscripten, de auteurs die elkaars recensies regelen.

Uit dat milieu komt de figuur die dit deel beheerst, de romanschrijver X. Trapnel. Hij loopt met een wandelstok met een zilveren doodskop, leent geld dat hij nooit terugbetaalt, slaapt waar hij kan en heeft desondanks een absolute opvatting over wat literatuur moet zijn. Zijn botsing met Pamela Widmerpool, die inmiddels met Kenneth getrouwd is en haar talent voor vernietiging onverminderd inzet, vormt de motor van het verhaal. Powell bouwt hun geschiedenis langzaam op, met de onafwendbaarheid van iemand die precies weet waar het heen gaat.

Daarnaast is dit een boek over afscheid. De begrafenis van Erridge op Thrubworth brengt de familie Tolland bij elkaar en wordt door de late aankomst van de Widmerpools en hun gevolg volkomen ontregeld. Powell schrijft die scène als een klucht die tegelijk verdrietig is, en hij laat Jenkins er niets over zeggen wat hij ook kan tonen.

De roman verscheen in 1971. De titel klinkt als een grap over interieurs en is dat ook, maar hij vat daarnaast samen waar de reeks het in dit stadium over heeft: boeken als handelswaar, als meubilair, als levenswerk dat in een kanaal kan belanden. Voor Jenkins, die nu zelf schrijver en redacteur is, komt de literaire wereld dichterbij dan ooit, en dat maakt hem eerder milder dan cynischer. De lezer ziet bovendien hoe personages uit de vooroorlogse delen zich aanpassen aan een land waarin hun oude positie niet meer vanzelfsprekend is. Van de twaalf delen is dit het meest uitgesproken portret van schrijvers onder elkaar, en het wordt vaak genoemd om zijn verzonnen boektitels, waarvan sommige een eigen leven zijn gaan leiden. De sfeer van kolenschaarste, schrale etalages en onverwarmde redactiekamers hangt over elke bladzijde, en Powell laat zien hoe literaire eerzucht ook in zulke omstandigheden gewoon doorwoekert. Trapnel is bovendien een van de weinige personages in de cyclus die openlijk over kunst praat zonder zichzelf belachelijk te maken.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 13,00 ↑ Terug naar de volgorde

11 · Temporary Kings 1973

Het elfde deel speelt grotendeels in Venetië, waar Nicholas Jenkins rond 1958 een internationaal schrijverscongres bijwoont. Powell gebruikt de stad zoals hij eerder Londen gebruikte: als een decor waarin mensen die elkaar decennia niet zagen elkaar binnen een dag drie keer tegenkomen. Het gezelschap bestaat uit academici, romanciers en cultuurfunctionarissen uit allerlei landen, en de gesprekken gaan over literatuur, politiek en vooral over elkaar.

Op het congres raakt Jenkins bevriend met Dr Emily Brightman, een geleerde met een scherpe tong, en maakt hij kennis met Russell Gwinnett, een gesloten Amerikaanse academicus die een biografie wil schrijven over de overleden romanschrijver X. Trapnel. Om dat te kunnen doen, moet Gwinnett spreken met de vrouw die in Trapnels laatste jaren de hoofdrol speelde: Pamela Widmerpool, die eveneens in Venetië is. Een bezoek van het congres aan een palazzo met een plafondschildering van Tiepolo levert de centrale scène op, waarin het mythologische tafereel boven de hoofden van de bezoekers commentaar levert op wat er tussen hen gebeurt.

Ook Kenneth Widmerpool is aanwezig, inmiddels een man met internationale contacten en een reputatie die begint te wankelen. Rond hem hangen geruchten over informatie die naar het oosten van Europa zou zijn doorgegeven, en zijn huwelijk met Pamela wordt in het openbaar uitgevochten. Powell laat de belangrijkste gebeurtenissen buiten beeld en toont alleen de scènes eromheen, meestal komisch, wat de catastrofes des te scherper maakt. Ook de oude schilder en marxistische bekeerling Daniel Tokenhouse komt langs, met een tentoonstelling van eigen werk die niemand durft te becommentariëren.

Terug in Engeland verschuift het boek naar Londense interieurs. Er is een muziekavond bij Odo Stevens en zijn vrouw Rosie, waar Moreland dirigeert en waar vrijwel iedereen uit de vorige delen opduikt: Mrs Erdleigh met Jimmy Stripling, Audrey Maclintick, de Widmerpools, de Amerikaanse filmproducent Louis Glober. Wat op zo'n avond aan spanning ontstaat, ontlaadt zich buiten op straat, en een waarschuwing van de helderziende hangt daarna over de rest van het boek.

De titel verwijst naar het gebruik om iemand tijdelijk tot koning uit te roepen, met alle gevolgen van dien wanneer die periode afloopt. Dat idee past bij een roman over mensen die hun hoogtepunt hebben gehad en dat zelf als laatsten merken. Powell kreeg er in 1974 de W.H. Smith Prize voor, en critici noemden het een herstel na het vorige deel: de mengeling van kunstbeschouwing, roddel en dreiging is hier even geconcentreerd als ergens in de cyclus.

Voor lezers van de hele reeks is dit het boek waarin de rekeningen worden opgemaakt, zonder dat er iets definitief wordt afgesloten. Het slotdeel Hearing Secret Harmonies moet dat doen, maar de figuren die daar de dienst uitmaken, komen hier al voorbij, en de dans die in het eerste deel begon, wordt hier hoorbaar trager. Venetië krijgt in deze roman weinig ansichtkaartbeschrijvingen; de stad dient vooral als plek waar iedereen elkaar tegen het lijf loopt en niemand ergens alleen kan zijn.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 27,60 ↑ Terug naar de volgorde

Omslag van Hearing Secret Harmonies 12 · Hearing Secret Harmonies 1975

Het twaalfde en laatste deel verscheen in 1975, vierentwintig jaar na het begin van de cyclus, en speelt van de late jaren zestig tot 1971. Nicholas Jenkins woont met Isobel op het platteland en laat een groepje jonge mensen op zijn land kamperen: volgelingen van Scorpio Murtlock, een jonge sekteleider die zich met occulte rituelen en strenge tucht bezighoudt en die vooral belangstelling heeft voor de prehistorische staande stenen in de buurt, de Devil's Fingers. Een van zijn volgelingen is Fiona Cutts, een nicht van Isobel, en daarmee komt de tegencultuur van de jaren zestig rechtstreeks de familie binnen.

De grote figuur van de reeks maakt hier zijn laatste bewegingen. Kenneth Widmerpool keert terug uit de Verenigde Staten als bekeerling van de jongerenbeweging, laat zijn adellijke aanspreektitel varen en presenteert zich als iemand die met de gevestigde orde heeft gebroken. Hij wordt benoemd tot kanselier van een nieuwe universiteit en krijgt tijdens de openingsplechtigheid verf over zich heen gegooid door de tweelingdochters van Quiggin, een vernedering die hij als bevestiging van zijn nieuwe overtuiging opvat. Zijn toenadering tot Murtlock vormt de laatste beweging in een carrière die in het eerste deel begon met een jongen die alleen door de mist rende.

Daarnaast loopt er een literaire lijn. Matilda Donners stelt een prijs in ter nagedachtenis aan haar overleden man, en Jenkins komt in de jury. Als het werk waarvoor de prijs uiteindelijk wordt toegekend de biografie van X. Trapnel door Russell Gwinnett blijkt te zijn, ontstaat er een ongemakkelijke situatie, want de betrokkenen bij dat boek zitten zelf aan tafel. Het diner loopt uit de hand op een manier die de lezer inmiddels van deze reeks verwacht.

Powell bindt in dit slotdeel de draden van vijftig jaar aan elkaar. Namen uit de schooljaren, uit de bohème van de jaren twintig, uit de oorlog en uit de literaire wereld komen nog één keer langs, meestal in een rol die niemand had voorspeld. Jenkins mijmert onderweg over Ariosto's Orlando Furioso, over de reis naar de maan om verloren verstand terug te halen, en het boek eindigt met een lange, stromende passage uit Burtons Anatomy of Melancholy, boven een vuur in de open lucht: precies het beeld waarmee de cyclus in 1921 begon.

Het is een merkwaardig, soms bevreemdend slot, waarin Powell de Engelse jaren zestig behandelt met dezelfde geamuseerde afstandelijkheid als de bals van 1928. Sommige lezers vinden hem hier op zijn best, andere missen de scherpte van de oorlogstrilogie. Wie de hele reeks heeft gelezen, zal vooral merken hoe consequent de opzet is: de figuren draaien rond, verdwijnen, keren terug, en de verteller die alles heeft gezien, zegt over zichzelf nog altijd bijna niets. Als afsluiting van twaalf delen is het vooral een boek over herhaling: dezelfde namen, dezelfde patronen, een generatie later en met andere kleren aan.

Bekijk bij bol.com Indicatieve prijs bij bol.com: € 12,75 ↑ Terug naar de volgorde

ISBN en EAN per deel

Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.

Nr.Titel en editieISBN-13 / EANISBN-10
1 A Question of Upbringingbol.com: Question Of Upbringing 9780099472384 0099472384
2 A Buyer's Marketbol.com: Buyers Market 9780099472391 0099472392
3 The Acceptance Worldbol.com: Acceptance World 9780099472421 0099472422
4 At Lady Molly's 9780006540397
5 Casanova's Chinese Restaurantbol.com: CASANOVA'S CHINESE RESTAURANT 9780749306557 0749306556
6 The Kindly Onesbol.com: The Kindly Ones 9780749306526 0749306521
7 The Valley of Bonesbol.com: Valley Of Bones 9780099472469 0099472465
8 The Soldier's Artbol.com: Soldiers Art 9780099472476 0099472473
9 The Military Philosophersbol.com: Military Philosophers 9780099472483 0099472481
10 Books Do Furnish a Roombol.com: Books Do Furnish A Room 9780099472490 009947249X
11 Temporary Kingsbol.com: TEMPORARY KINGS 9780434599202 0434599204
12 Hearing Secret Harmoniesbol.com: Hearing Secret Harmonies 9780099472537 0099472538

Gerelateerde reeksen

Veelgestelde vragen

In welke volgorde lees ik A Dance to the Music of Time?

Begin bij A Question of Upbringing (1951) en lees door tot Hearing Secret Harmonies (1975), zoals in de tabel. De verteltijd loopt mee met de volgorde van verschijnen.

Kan ik een los deel lezen?

Dat kan, maar je mist dan veel. Personages verdwijnen en duiken delen later weer op; juist dat patroon is de kern van de cyclus.

Wie is Widmerpool?

Kenneth Widmerpool is een schoolgenoot van de verteller die steeds weer opduikt en ondanks alles hogerop komt. Hij is het bekendste personage uit de reeks.

Hoe lang is de hele cyclus?

Twaalf romans, samen een van de langste romans in de Engelse literatuur. Ze verschenen over een periode van 24 jaar.

Is de reeks verfilmd?

Ja, als vierdelige tv-serie voor Channel 4 in 1997. Daarnaast bestaan er hoorspelen van BBC Radio 4.