De leesvolgorde
| Nr. | Titel | Jaar | Prijs indicatief | Waar te koop |
|---|---|---|---|---|
| 1 |
Thank You, Jeeves € 11,99 Bekijk bij bol.com
|
1934 | € 11,99 | Bekijk bij bol.com |
| 2 | 1934 | € 9,00 | Bekijk bij bol.com | |
| 3 | 1938 | € 9,04 | Bekijk bij bol.com | |
| 4 | 1946 | € 6,57 | Bekijk bij bol.com | |
| 5 |
The Mating Season € 13,95 Bekijk bij bol.com
|
1949 | € 13,95 | Bekijk bij bol.com |
| 6 | 1953 | € 9,95 | Bekijk bij bol.com | |
| 7 | 1954 | € 20,71 | Bekijk bij bol.com | |
| 8 | 1960 | € 7,26 | Bekijk bij bol.com | |
| 9 | 1963 | € 6,92 | Bekijk bij bol.com | |
| 10 | 1971 | € 9,99 | Bekijk bij bol.com | |
| 11 | 1974 | € 12,00 | Bekijk bij bol.com |
Lees de romans in de volgorde van verschijnen; elk boek is een afgerond verhaal, maar personages en eerdere avonturen komen terug. De korte verhalen (1915–1930) kwamen eerst; wie bij het begin wil starten, leest eerst die bundels (zie hieronder). Ring for Jeeves (deel 6) speelt zonder Bertie.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
The Inimitable Jeeves
Uit 1923: losse verhalen die zijn samengevoegd tot een doorlopend boek in achttien hoofdstukken.
Carry On, Jeeves
Tien verhalen uit 1925, waaronder Jeeves Takes Charge, waarin Bertie en Jeeves elkaar voor het eerst ontmoeten.
Very Good, Jeeves
Elf verhalen uit 1930, de laatste bundel vóór de eerste roman.
Jeeves and the Wedding Bells
Roman uit 2013 van Sebastian Faulks, met toestemming van de erven Wodehouse geschreven. Geen Wodehouse, wel in zijn stijl.
Over P.G. Wodehouse
P.G. Wodehouse (1881–1975) was een Engelse schrijver, geboren in Guildford. Hij werkte eerst bij een bank en schreef in zijn vrije tijd, tot hij er zijn beroep van maakte. Hij publiceerde meer dan negentig boeken, met bekende figuren als Jeeves en Bertie Wooster, Psmith en Lord Emsworth van Blandings Castle.
Wodehouse schreef ook musicals voor Broadway en werkte in Hollywood. Vanaf 1947 woonde hij in de Verenigde Staten. Hij overleed in 1975, een maand nadat hij in de adelstand was verheven.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · Thank You, Jeeves
Het eerste volledige Jeeves-boek opent met onenigheid in Berties flat. Bertie Wooster heeft een banjolele aangeschaft en oefent er onvermoeibaar op; zijn bediende Jeeves vindt het geluid onverdraaglijk en neemt ontslag. Bertie weigert het instrument op te geven en trekt zich terug in een huisje op het platteland van Somerset, waar geen buren zijn die kunnen klagen. Dat huisje hoort bij het landgoed van zijn oude vriend Lord "Chuffy" Chuffnell, en tot Berties verbijstering is Jeeves inmiddels bij diezelfde Chuffy in dienst getreden.
Chuffnell Hall verkeert in slechte staat en Chuffy heeft geen geld. Hij hoopt het huis te verkopen aan de schatrijke Amerikaan J. Washburn Stoker, die het wil verhuren aan de zenuwarts Sir Roderick Glossop, in Berties woorden een gekkendokter, die op zijn beurt met Chuffy's tante Myrtle wil trouwen. Zolang de verkoop niet rond is, durft Chuffy niet om de hand van Pauline Stoker te vragen, de dochter van de Amerikaan. Dat Pauline ooit kort verloofd is geweest met Bertie maakt de zaak er niet eenvoudiger op, zeker niet wanneer haar vader begint te vermoeden dat er tussen die twee nog iets speelt.
Bertie wil helpen en bedenkt een manier om Chuffy tot een aanzoek te dwingen. Zoals gebruikelijk pakt dat anders uit dan bedoeld: er ontstaat ruzie tussen de twee families, Stoker houdt zijn dochter aan boord van zijn jacht, en Bertie raakt verstrikt in misverstanden over wie nu eigenlijk met wie wil trouwen. Daar komt bij dat zijn nieuwe bediende Brinkley een onbetrouwbare drinker blijkt. Om zichzelf uit een benarde positie te redden moet Bertie zich onherkenbaar maken met schoensmeer; die scène geldt tegenwoordig terecht als kwetsend en zal moderne lezers onaangenaam treffen.
Wodehouse publiceerde Thank You, Jeeves in 1934, nadat hij zijn twee bekendste personages jarenlang alleen in korte verhalen had gebruikt. De roman verlegt het accent. Vanaf dit boek draait de intrige vrijwel altijd om Berties pogingen om niet te hoeven trouwen, en speelt het verhaal zich af rond één Engels landhuis met een vaste bezetting van tantes, verloofden, rechters en bedienden. Opvallend is dat Jeeves het grootste deel van het verhaal niet voor Bertie werkt. Juist die afstand geeft het boek zijn vorm: de twee blijven elkaar tegenkomen en blijven, ondanks de breuk, beleefd met elkaar omgaan.
Bertie vertelt zelf, in een spraakzame, licht overdreven stijl vol halve citaten die hij aan Jeeves heeft ontleend. Wie de reeks hier begint, krijgt meteen de volledige bezetting te zien: de goedbedoelende jongeman die telkens de verkeerde oplossing kiest, en de bediende die met één zin een probleem ontwart dat iedereen anders alleen maar groter heeft gemaakt.
2 · Right Ho, Jeeves
Terug in Londen na enkele weken Cannes treft Bertie Wooster een probleem aan dat hij niet zelf heeft veroorzaakt. Tijdens zijn afwezigheid heeft Jeeves raad gegeven aan Gussie Fink-Nottle, een oude schoolvriend die geheelonthouder is, salamanders houdt en zo verlegen is dat hij het niet over zijn lippen krijgt om Madeline Bassett ten huwelijk te vragen. Jeeves' plan met een gekostumeerd bal loopt mis. Bertie, die toch al slecht geluimd is over een meningsverschil met Jeeves over een nieuw wit smokingjasje, geeft zijn bediende de schuld en verbiedt hem verder nog advies uit te brengen. Vanaf dat moment bepaalt Bertie zelf de strategie, en daar draait deze roman om.
Het toneel is Brinkley Court, het landhuis van tante Dahlia en oom Tom Travers. Dahlia heeft Bertie gevraagd om er de prijzen uit te reiken op de plaatselijke school en daarbij een toespraak te houden, een taak waar hij met afgrijzen naar uitkijkt. Hij weet zich eruit te draaien door Gussie in zijn plaats te sturen, die zo tegelijk dicht bij Madeline kan komen. Ondertussen stapelen de moeilijkheden zich op. Nicht Angela heeft haar verloving met Berties vriend Tuppy Glossop verbroken na een ruzie over een haai en een paar onhandige opmerkingen over gewicht. Tante Dahlia heeft in Cannes vijfhonderd pond vergokt en moet dat bedrag zien los te peuteren bij haar zuinige echtgenoot, anders kan zij haar tijdschrift Milady's Boudoir niet langer bekostigen.
Bertie ziet in al die gebroken harten één patroon en deelt aan iedereen hetzelfde advies uit: sla het diner over, want wie niet eet, wekt medelijden. Het gevolg is dat er schaal na schaal onaangeroerd terugkomt naar de keuken, waar de Franse meesterkok Anatole zijn eer aangetast ziet. Vanaf dat punt rolt het ene misverstand over het andere, met verlovingen die worden verbroken en gesloten in een tempo dat Bertie zelf nauwelijks kan bijhouden. En omdat Madeline in haar hoofd heeft dat Bertie stiekem verliefd op haar is, dreigt hij bij elke nieuwe breuk zelf in het huwelijk te worden gesleept, iets wat zijn eigen erecode hem verbiedt te weigeren.
Right Ho, Jeeves verscheen in 1934, kort na Thank You, Jeeves, en introduceert twee personages die de reeks blijven bevolken: de dromerige Madeline Bassett en de sullige Gussie. Wodehouse schrijft hier op volle kracht; de toespraak op de prijsuitreiking wordt vaak genoemd als een van de grappigste scènes uit zijn hele werk. Onder de klucht zit een vaste constructie: Bertie neemt het heft in handen, alles loopt scheef, en Jeeves wacht in de coulissen tot hij mag ingrijpen. De aardigheid zit hem in de vraag hoeveel schade zijn werkgever eerst moet aanrichten voordat hij het toegeeft.
3 · The Code of the Woosters
Een zilveren melkkan in de vorm van een koe brengt Bertie Wooster in dit derde Jeeves-boek in ernstige problemen. Jeeves probeert zijn werkgever over te halen tot een wereldcruise, maar tante Dahlia heeft andere plannen. Zij stuurt Bertie naar een antiekwinkel om luidkeels zijn neus op te halen voor een achttiende-eeuws roompotje, zodat haar verzamelende echtgenoot Tom het goedkoper kan kopen. In de winkel loopt Bertie de rechter Sir Watkyn Bassett tegen het lijf, die eveneens verzamelt en die Bertie ooit een boete heeft opgelegd. Sir Watkyn wordt vergezeld door Roderick Spode, een brede, dreigende man die aan het hoofd staat van een fascistische beweging.
Wanneer Sir Watkyn het potje via een streek in handen krijgt, stuurt tante Dahlia haar neef naar Totleigh Towers om het terug te stelen. Bertie heeft nog een tweede reden om te gaan: hij moet de ruzie lijmen tussen zijn vriend Gussie Fink-Nottle en Sir Watkyns dochter Madeline Bassett. Madeline denkt namelijk nog altijd dat Bertie hopeloos verliefd op haar is en heeft beloofd met hem te trouwen als het met Gussie misloopt. Voor Bertie is het verhinderen van die uitkomst een zaak van leven of dood.
Op het landgoed wacht een reeks complicaties. Gussie houdt een notitieboekje bij waarin hij beledigingen over Sir Watkyn en Spode heeft opgeschreven, bedoeld om zichzelf moed in te praten voor een toespraak. Dat boekje raakt zoek, en in verkeerde handen zou het elke kans op een huwelijk vernietigen. Het komt terecht bij Stephanie "Stiffy" Byng, de nicht van Sir Watkyn, die zelf wil trouwen met de plaatselijke hulppredikant Harold Pinker en haar oom daarvan niet overtuigd krijgt. Stiffy is niet te beroerd om het boekje als chantagemiddel te gebruiken, en Bertie merkt dat hij aan drie kanten tegelijk wordt geduwd: door zijn tante, door Stiffy en door zijn eigen gevoel voor fatsoen.
Die erecode geeft het boek zijn titel. De code van de Woosters schrijft voor dat je een vriend nooit laat vallen en dat je een vrouw die zegt met je te willen trouwen nooit afwijst, hoe rampzalig de gevolgen ook zijn. Vrijwel elke benarde situatie in het verhaal komt voort uit die regels, en Jeeves is degene die er telkens een uitweg omheen moet bedenken.
The Code of the Woosters uit 1938 wordt door veel lezers als het sterkste deel van de reeks beschouwd. Het is een vervolg op Right Ho, Jeeves en introduceert Totleigh Towers, Sir Watkyn en Spode, die later terugkeren. In de figuur van Spode stak Wodehouse de draak met de Britse fascistenleider van zijn tijd, een spot die het boek een scherp randje geeft zonder dat de lichte toon eronder lijdt. Bertie vertelt zoals altijd zelf, en zijn verontwaardigde commentaar op het onrecht dat hem overkomt is minstens zo vermakelijk als de intrige.
4 · Joy in the Morning
Het dorpje Steeple Bumpleigh is voor Bertie Wooster verboden gebied, want daar wonen zijn gevreesde tante Agatha en haar tweede man Lord Worplesdon op Bumpleigh Hall. Jeeves wil er graag heen om te vissen, Bertie wil er voor geen goud komen, en toch belandt hij er. Jeeves is namelijk om raad gevraagd door Worplesdon zelf, die in het diepste geheim wil overleggen met de Amerikaanse zakenman Chichester Clam zonder dat de pers er lucht van krijgt. Jeeves stelt voor dat Bertie een huisje in het dorp huurt waar de twee elkaar ongezien kunnen treffen.
Bertie heeft dan al een vervelende ontmoeting achter de rug. In een boekhandel komt hij Florence Craye tegen, de dochter van Worplesdon, een uiterst serieuze en intellectuele vrouw met wie hij ooit verloofd is geweest. Door een misverstand meent zij dat Bertie zijn geest aan het scherpen is met Spinoza en met haar eigen roman Spindrift, wat hem doet vrezen dat de verloving nieuw leven wordt ingeblazen. Tot zijn opluchting hoort hij even later dat Florence verloofd is met zijn studievriend D'Arcy "Stilton" Cheesewright, een forse jongeman die niet van tegenspraak houdt en in het dorp dienstdoet als politieagent.
In Steeple Bumpleigh loopt alles vervolgens door elkaar heen. Zenobia "Nobby" Hopwood wil trouwen met Berties vriend George "Boko" Fittleworth, maar haar voogd Worplesdon weigert toestemming, en Boko bedenkt een riskant plan om in de gunst te komen. Tante Agatha heeft Bertie opgedragen een broche op te halen als verjaardagscadeau voor Florence, een opdracht die precies zo misloopt als je zou verwachten. En dan is er nog Edwin, Florence' jongere broer, een padvinder die dagelijks een goede daad moet verrichten en daarbij een spoor van vernieling achterlaat. Er is een gekostumeerd bal in aantocht, er wordt een geheime bespreking in een tuinhuisje gepland, en Bertie merkt dat elke poging om zich afzijdig te houden hem dieper in de moeilijkheden brengt.
De titel komt uit Psalm 30: wenen mag een nacht duren, maar in de morgen is er gejuich. Dat past bij de vorm van het boek, dat opent met Bertie die achteraf terugblikt op alles wat hij heeft doorstaan. De ontstaansgeschiedenis is bijzonder: Wodehouse begon eraan in Frankrijk, werd door de Duitse bezetter geïnterneerd en maakte het manuscript pas in Duitsland af, nadat zijn vrouw het onafgemaakte werk had meegebracht. Het boek verscheen in 1946 in de Verenigde Staten en een jaar later in Groot-Brittannië; sommige Amerikaanse edities dragen de titel Jeeves in the Morning.
Wie de reeks kent, herkent hier de vertrouwde ingrediënten in een bijzonder strak geknoopte intrige: een handvol verlovingen die tegelijk dreigen te klappen, een tante die bevelen uitdeelt, een vijandige agent, en een bediende die pas op het laatste moment laat blijken hoeveel hij al die tijd heeft overzien. Veel lezers vinden Joy in the Morning het meest kunstige boek uit de reeks.
5 · The Mating Season
Vijf kritische tantes onder één dak: dat is de bezetting waar Bertie Wooster in dit boek tegenop moet boksen. Tante Agatha draagt hem op naar Deverill Hall in het gehucht King's Deverill te gaan, te logeren bij kennissen van haar en op te treden in het dorpsconcert. Jeeves kent het huis goed, want zijn oom Charlie Silversmith is er butler. Op Deverill Hall woont Esmond Haddock met zijn vijf tantes, van wie Dame Daphne Winkworth de dominantste is, en met Daphnes dochter Gertrude.
Rond die logeerpartij lopen drie liefdeszaken door elkaar. Gussie Fink-Nottle, verloofd met Madeline Bassett, zou eigenlijk samen met haar komen, maar zij moet een vriendin bezoeken en Gussie zit alleen te tobben. Voor Bertie is dat verontrustend, want als het tussen die twee misgaat, is Madeline vastbesloten om met hem te trouwen. Berties vriend Claude "Catsmeat" Potter-Pirbright, acteur van beroep, wil Gertrude het hof maken, maar de tantes moeten niets van toneelspelers hebben. En Catsmeats zus Corky, die het dorpsconcert organiseert, houdt van Esmond en wil hem pas nemen als hij eindelijk tegen zijn tantes in durft te gaan; ook zij is actrice en ligt daarom slecht bij de familie.
Wanneer Gussie na een dronken avontuur in een Londense fontein veertien dagen cel krijgt, moet dat koste wat kost geheim blijven voor Madeline. Jeeves ziet maar één uitweg: Bertie gaat naar Deverill Hall en doet zich daar voor als Gussie. Vanaf dat moment zit het huis vol mensen die onder een valse naam rondlopen. Catsmeat dient zich aan als Berties bediende, Jeeves moet zich naar de situatie voegen, en er komt een hond bij die voor extra verwikkelingen zorgt. Het dorpsconcert nadert intussen onverbiddelijk, met een programma waarin iedereen een nummer moet opvoeren waarvoor hij ongeschikt is, van een komische dialoog tot de voordracht van kindergedichten.
The Mating Season verscheen in 1949 en wordt vaak genoemd als een van de best geconstrueerde boeken uit de reeks. Wodehouse laat vier of vijf verhaallijnen tegelijk lopen en laat ze precies op het juiste moment op elkaar botsen. Ook de bijrollen zijn raak: de butler Silversmith die zijn neef Jeeves met plechtige waardigheid bejegent, een dorpsagent met uitgesproken opvattingen over godsdienst, en een kamermeisje dat daar het slachtoffer van is.
Wat het boek bij elkaar houdt is Berties eigen positie. Hij speelt iemand anders, kent de gewoonten van het huis niet, en moet ondertussen twee vrienden uit de brand helpen zonder dat hij zelf aan een verloving blijft hangen. Zijn verslag van die dagen, met de gebruikelijke omslachtige beleefdheid en zijn hardnekkige overtuiging dat hij alles onder controle heeft, levert de nodige komische spanning op. Voor wie de reeks al volgt is dit een deel waarin veel oude bekenden samenkomen; wie er nieuw in stapt, heeft weinig voorkennis nodig om het te volgen.
6 · Ring for Jeeves
In dit deel ontbreekt de vaste verteller. Ring for Jeeves is het enige boek uit de reeks waarin Bertie Wooster niet optreedt, en het enige dat in de derde persoon is geschreven. Bertie wordt wel genoemd: hij volgt een cursus waar leden van de adel leren zich zonder personeel te redden, mocht het ooit zover komen, en Jeeves mag daar niet mee naartoe. In de tussentijd treedt Jeeves tijdelijk in dienst bij een vriend van Bertie uit de Drones Club, Bill Belfry, Lord Rowcester, die op Rowcester Abbey woont.
Het verhaal speelt in het begin van de jaren vijftig, wanneer een groot deel van de Engelse aristocratie zijn vermogen heeft verloren. Bill is blut, zijn huis staat er belabberd bij en er lekt water door het dak. Zijn zus Monica en haar echtgenoot Sir Roderick Carmoyle, die tegenwoordig in een warenhuis werkt, hebben een mogelijke redding op het oog: de rijke Amerikaanse weduwe Rosalinda Spottsworth zoekt een huis in Engeland en is bereid Rowcester Abbey te komen bekijken. Dat zij belangstelling heeft voor het bovennatuurlijke en dat het huis een eigen spook zou hebben, komt niet slecht uit.
Onderweg ontmoet mevrouw Spottsworth een oude kennis, kapitein Biggar, een grootwildjager die verliefd op haar is maar vindt dat een man met weinig geld een rijke vrouw niet mag vragen. Biggar is bovendien op zoek naar een bookmaker die Honest Patch Perkins heet, herkenbaar aan een geruit pak, een ooglapje en een grote snor. Die man is hem ruim drieduizend pond schuldig na een gelukkige dubbelgok. Hoe die kwestie samenhangt met de bewoners van Rowcester Abbey wordt al vroeg in het boek duidelijk, en het zorgt ervoor dat Bill twee zaken tegelijk moet zien te verbergen: voor Biggar en voor zijn verloofde Jill Wyvern, de dierenarts van het dorp, aan wie hij een heel ander verhaal heeft verteld over de herkomst van zijn inkomsten.
Wodehouse bewerkte dit boek uit een toneelstuk dat hij samen met zijn vaste medewerker Guy Bolton had geschreven, Come On, Jeeves. Dat is aan het resultaat te merken: het verhaal speelt zich grotendeels in en om één huis af, met scènes die duidelijk voor een toneelvloer zijn bedacht en met een aantal vermommingen en verstoppertjesmomenten die het goed doen op het podium. Het boek verscheen in 1953 in Groot-Brittannië en een jaar later in de Verenigde Staten onder de titel The Return of Jeeves.
Voor liefhebbers van de reeks is dit een buitenbeentje. Jeeves is er wel, en hij lost op de vertrouwde wijze de problemen op van een jongeman die zichzelf klem heeft gezet, maar de stem van Bertie wordt gemist. Daar staat tegenover dat het naoorlogse Engeland, met zijn belastingen en verarmde landhuizen, hier veel scherper doorklinkt dan in de eerdere delen.
7 · Jeeves and the Feudal Spirit
Een snor is het uitgangspunt van dit zevende Jeeves-boek. Bertie Wooster heeft er een laten staan, Jeeves keurt hem af, en Bertie weigert zich deze keer te laten ringeloren. Het probleem is dat Florence Craye de snor prachtig vindt. Haar verloofde G. D'Arcy "Stilton" Cheesewright, die weigert er zelf een te kweken, wordt jaloers en raakt ervan overtuigd dat Bertie het op Florence heeft voorzien. Dat Bertie ooit met Florence verloofd is geweest, helpt niet mee. Ook de toneelschrijver Percy Gorringe, die Florence' roman Spindrift voor het toneel bewerkt en zelf verliefd op haar is, geeft Stilton reden tot achterdocht.
Wanneer Florence Bertie vraagt haar mee te nemen naar een nachtclub voor het onderzoek voor haar volgende boek, stemt hij toe in de hoop haar tot inkeer te brengen over Stilton. De avond eindigt met een politie-inval en voor Bertie met een nacht in de cel en een boete. Vervolgens verplaatst het verhaal zich naar Brinkley Court, het huis van tante Dahlia.
Dahlia probeert haar tijdschrift Milady's Boudoir te verkopen aan de Liverpoolse krantenmagnaat Trotter, die met zijn vrouw en zijn stiefzoon Percy is meegekomen. Om het blad succesvol te laten lijken heeft zij de bekende romanschrijfster Daphne Dolores Morehead ingehuurd voor een feuilleton, en om Trotter gunstig te stemmen zet zij haar Franse meesterkok Anatole in. Beide middelen sorteren minder effect dan gehoopt. Erger nog: om de nieuwe serie te kunnen betalen heeft Dahlia de parelketting belastbaar gemaakt die haar man Tom voor haar kocht, en draagt zij nu een namaakexemplaar. Er is een juwelenkenner op komst om oom Toms zilververzameling te bekijken, en die zal de vervalsing er meteen uit halen.
Daarmee zijn de kaarten geschud. Bertie heeft een woedende Stilton achter zich aan, een tante die hem voor een hachelijke opdracht wil inzetten, en een verloving die zich zomaar aan hem zou kunnen opdringen, want Florence gelooft graag dat mannen hopeloos naar haar verlangen. De erecode van de Woosters verbiedt hem een vrouw af te wijzen, dus elke nieuwe breuk tussen Florence en Stilton brengt hem in gevaar. Jeeves houdt zich intussen op de achtergrond, licht gepikeerd over de snor, en wacht tot zijn werkgever om hulp komt vragen.
Jeeves and the Feudal Spirit verscheen in 1954; in de Verenigde Staten kwam het uit onder de titel Bertie Wooster Sees It Through. De titel verwijst naar de ouderwetse trouw tussen heer en bediende, waar Jeeves zich met een zekere ironie op beroept. Het boek brengt een aantal oude bekenden terug, waaronder een personage uit eerdere delen dat inmiddels een adellijke titel draagt, en het speelt zich af op de vertrouwde plek waar de meeste Jeeves-verhalen ontsporen. Wodehouse was tegen de zeventig toen hij het schreef, maar het tempo en de woordspelingen zijn onverminderd.
8 · Jeeves in the Offing
Wanneer Jeeves met vakantie gaat naar de kust, neemt Bertie Wooster dankbaar de uitnodiging aan van zijn tante Dahlia om naar Brinkley Court te komen. Zijn oude schoolvriend Reginald "Kipper" Herring logeert op dat moment bij hem. Op Brinkley is het druk: oom Tom probeert zaken te doen met de Amerikaan Homer Cream, en terwijl de heren in Harrogate zitten, verblijven Creams echtgenote Adela, die detectiveromans schrijft, en hun zoon Wilbert in het landhuis. Ook aanwezig zijn de onbezonnen Roberta "Bobbie" Wickham, Phyllis Mills, en Aubrey Upjohn, de vroegere schoolhoofd van Bertie en Kipper, die als een schrikbeeld uit hun jeugd terugkeert en politieke ambities blijkt te hebben.
Nog voor Bertie vertrekt, leest hij in The Times een aankondiging die hem de adem beneemt: hij zou verloofd zijn met Bobbie Wickham. Daar heeft hij niet om gevraagd, en de gevolgen zijn niet te overzien, want Bobbie is in werkelijkheid verliefd op Kipper en gebruikt het bericht om haar moeder onder druk te zetten. Kipper heeft bovendien een vernietigende, anonieme recensie geschreven van het boek dat Upjohn net heeft gepubliceerd, iets wat aan het licht zou kunnen komen op het slechtst denkbare moment.
Tante Dahlia heeft haar eigen zorgen. Upjohn wil zijn stiefdochter Phyllis uithuwelijken aan Wilbert Cream, en over die jongeman doen in Amerika hardnekkige verhalen de ronde. Om hem in de gaten te houden haalt Dahlia de beroemde zenuwarts Sir Roderick Glossop in huis, die zich onder de naam Swordfish voordoet als vervangend butler. De aanblik van de man die hem jarenlang voor krankzinnig heeft versleten, nu in butlerkleding met een dienblad, is voor Bertie een van de aardigste wendingen uit de hele reeks. Wanneer daarna ook nog het zilveren roompotje van oom Tom verdwijnt, is het huis compleet in rep en roer.
Jeeves in the Offing verscheen in 1960; in de Verenigde Staten kwam het uit onder de titel How Right You Are, Jeeves. Het is het achtste boek in de reeks en het enige waarin Aubrey Upjohn zelf ten tonele verschijnt, na jarenlang alleen in Berties herinneringen te hebben rondgespookt als de man die zijn leerlingen op harde biefstuk en morele preken trakteerde.
Wat dit boek karakteristiek maakt, is dat Jeeves er een groot deel van de tijd niet is. Bertie moet zich zonder hem redden, met tegenstrijdige opdrachten van zijn tante, een verloving waar hij niet in is gekend en een reeks mensen die iets voor elkaar verborgen houden. Zijn eigen erecode belet hem om een vrouw die zegt met hem te willen trouwen af te wijzen, wat hem keer op keer klem zet. Het resultaat is een strak gebouwde klucht met de vertrouwde ingrediënten: een landhuis, een verdwenen voorwerp, een reeks valse identiteiten en een bediende die op het juiste moment weer opduikt.
9 · Stiff Upper Lip, Jeeves
Totleigh Towers, het huis van rechter Sir Watkyn Bassett, is voor Bertie Wooster geen aangename bestemming, en toch moet hij er opnieuw heen. De aanleiding is zijn vriend Gussie Fink-Nottle, die ruzie heeft met zijn verloofde Madeline Bassett. Jeeves wijst erop dat als die verloving klapt, Madeline vastbesloten zal zijn met Bertie te trouwen, en dat Berties eigen erecode hem verbiedt haar af te wijzen. Met een gelaten "stiff upper lip, Jeeves" pakt Bertie de koffers.
Er is een tweede kwestie. Sir Watkyn heeft opgeschept over een zwart barnstenen beeldje dat hij heeft aangeschaft, tot ergernis van oom Tom Travers, een concurrerend verzamelaar. Al snel blijkt dat Sir Watkyn het stuk voor een schijntje heeft losgepeuterd van een zekere Plank, een oud-ontdekkingsreiziger die vlakbij woont. Stephanie "Stiffy" Byng, de nicht van Sir Watkyn, vindt dat onrecht en zet Bertie onder druk om het beeldje terug te brengen. Stiffy heeft haar eigen belang: zij wil trouwen met de hulppredikant Harold "Stinker" Pinker, en haar oom weigert hem de pastorie te geven die dat mogelijk zou maken.
Ondertussen speelt er een huiselijke oorlog. Madeline heeft Gussie op een vegetarisch dieet gezet, waar hij diep ongelukkig van wordt. De kokkin van het huis, die niet is wie zij lijkt te zijn, smokkelt hem heimelijk hartige schotels toe, en dat geheim is precies het soort munitie waarmee iemand als Stiffy kan chanteren. Boven dat alles hangt de aanwezigheid van Roderick Spode, inmiddels Lord Sidcup, die zelf van Madeline houdt maar zijn gevoelens verbergt en die bij het minste of geringste dreigt met geweld.
Een lopende grap door het hele boek is Berties nieuwe blauwe Alpenhoedje met een roze veer. Jeeves vindt het onaanvaardbaar, Bertie draagt het uit principe, en het hoofddeksel speelt op een onverwacht moment een rol in de intrige. Zulke kleine motieven, die in het eerste hoofdstuk terloops worden neergelegd en aan het slot terugkomen, zijn kenmerkend voor de manier waarop Wodehouse zijn kluchten in elkaar zet.
Stiff Upper Lip, Jeeves verscheen in 1963 en is het negende Jeeves-boek. Het is een rechtstreeks vervolg op The Code of the Woosters: dezelfde locatie, dezelfde bewoners, dezelfde dreiging dat Bertie met Madeline zal moeten trouwen. Wie dat eerdere deel heeft gelezen, herkent het vertrouwde spel, al wordt er in Berties omgeving inmiddels met andere belangen geschoven. Nieuw is Major Plank, een luidruchtige oud-reiziger die vooral aan rugby denkt en die in het laatste deel van de reeks terugkeert. Wodehouse was ruim tachtig toen hij dit schreef, en de vaart en de taalgrappen doen niet onder voor die in zijn eerdere werk.
10 · Much Obliged, Jeeves
Er bestaat een boek waarin de leden van de Junior Ganymede Club, een gezelschap van Londense bedienden, alles noteren wat zij over hun werkgevers te weten komen. Het is bedoeld als waarschuwing voor collega's die ergens willen solliciteren, en Jeeves houdt er trouw de laatste avonturen van Bertie Wooster in bij. Bertie vraagt hem die bladzijden te vernietigen, uit angst dat zijn tante Agatha ze ooit onder ogen krijgt, maar Jeeves verzekert hem dat het boek veilig ligt en weigert de clubregels te overtreden. Dat vertrouwen blijkt in dit boek minder vanzelfsprekend dan gedacht.
De rest van het verhaal speelt zich af op Brinkley Court. Berties oude schoolvriend Ginger Winship stelt zich kandidaat voor het Lagerhuis bij een tussentijdse verkiezing in Market Snodsbury, op aandringen van zijn strenge verloofde. Tante Dahlia haalt Bertie over om te komen helpen met de campagne. Ter plaatse ontdekt hij dat Gingers verloofde niemand minder is dan Florence Craye, met wie hij ooit zelf verloofd is geweest en die er nog altijd van overtuigd is dat hij naar haar smacht. Ook aanwezig zijn Roderick Spode, inmiddels Lord Sidcup, die voor Ginger komt spreken, en diens verloofde Madeline Bassett, die er eveneens van uitgaat dat Bertie stiekem naar haar verlangt. Twee vrouwen die hem niet loslaten en een erecode die hem verbiedt nee te zeggen: Berties positie is zelden zo benard geweest.
Daar komt een tweede verhaallijn bij. De financier L.P. Runkle logeert op Brinkley om oom Tom een kostbare zilveren schaal te verkopen. Runkle was ooit de werkgever van de vader van Berties vriend Tuppy Glossop en heeft destijds met diens uitvinding een fortuin verdiend, terwijl de familie met lege handen achterbleef. Tante Dahlia wil Runkle zover krijgen dat hij Tuppy alsnog uitbetaalt, zodat die eindelijk met haar dochter Angela kan trouwen. En dan is er nog Bingley, een onaangename oud-bediende van Bertie, die Jeeves op ongepast familiaire toon aanspreekt en die het op iets waardevols heeft gemunt waarmee Gingers kansen bij de kiezers om zeep kunnen worden geholpen.
Much Obliged, Jeeves verscheen op 15 oktober 1971, de negentigste verjaardag van de schrijver, in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten tegelijk. De Amerikaanse editie draagt de titel Jeeves and the Tie That Binds en heeft op verzoek van de uitgever een iets ander slot, waarin de band tussen bediende en werkgever nadrukkelijker wordt uitgesproken dan in de Britse versie.
Het is het voorlaatste boek over Bertie en Jeeves. Wodehouse laat er veel oude bekenden in terugkomen en speelt met de geschiedenis van de reeks zelf, onder meer doordat het clubboek een register wordt van alle eerdere blunders. Voor lezers die de eerdere delen kennen, zit daarin een groot deel van het plezier; als losse klucht over een verkiezingscampagne die alle kanten op schiet, staat het boek ook op zichzelf.
11 · Aunts Aren't Gentlemen
Roze vlekjes op zijn borst brengen Bertie Wooster naar een arts in Harley Street, die hem geruststelt en hem frisse lucht en beweging op het platteland voorschrijft. Tante Dahlia gaat toevallig logeren bij haar vriend kolonel Briscoe in het dorp Maiden Eggesford in Somerset, en zij regelt daar een huisje voor haar neef. Jeeves is teleurgesteld, want een geplande reis naar New York gaat daarmee niet door, al troost hij zich met het vooruitzicht dat hij in Maiden Eggesford zijn tante kan opzoeken.
Onderweg naar de dokter is Bertie al Vanessa Cook tegengekomen, een vastberaden jonge vrouw aan wie hij ooit een aanzoek deed en met wie hij nu beslist niet meer wil trouwen. Zij loopt voorop in een protestmars, samen met haar verloofde Orlo J. Porter. Die twee kunnen niet trouwen, omdat Vanessa's vader het beheer heeft over Orlo's erfenis en weigert het geld vrij te geven zolang Orlo communist is. In de wachtkamer zit bovendien Major Plank, de luidruchtige oud-ontdekkingsreiziger die Bertie kent uit een eerder avontuur en die van hem een uiterst ongunstig beeld heeft, al herkent hij hem voorlopig niet.
In Maiden Eggesford loopt Bertie meteen bij het verkeerde landhuis naar binnen, dat van Vanessa's vader. Daar aait hij een zwarte kat, waarop de eigenaar hem beschuldigt van kattendiefstal en met een rijzweep dreigt. De kat blijkt allesbehalve onbelangrijk: de twee buren hebben allebei een renpaard, de paarden treffen elkaar binnenkort in een wedstrijd aan de kust, en het paard van Cook presteert alleen goed in het gezelschap van juist dit dier. Tante Dahlia heeft flink ingezet op de tegenstander en is niet vies van een list. Bertie ziet aankomen dat hij er middenin zal belanden, en ook dat een verbroken verloving in het dorp hem zomaar een huwelijkskandidate kan opleveren die hij volgens zijn erecode niet mag weigeren.
Aunts Aren't Gentlemen verscheen in oktober 1974 in Groot-Brittannië en het jaar daarop in de Verenigde Staten onder de titel The Cat-nappers. Het is het laatste boek over Bertie en Jeeves en de laatste roman die Wodehouse helemaal heeft afgemaakt; hij overleed in 1975, drieënnegentig jaar oud.
De toon is milder dan in de vooroorlogse delen en het tempo iets rustiger, maar de bouw is vertrouwd: een landelijk dorp, een tante met een plan, een handvol jonge mensen die elkaar niet begrijpen, een dreigende beschuldiging, en een bediende die zich nergens door van de wijs laat brengen. De titel is een klacht van Bertie zelf, die na al die jaren tot de slotsom komt dat tantes zich niets aantrekken van de regels waaraan een heer zich hoort te houden. Voor wie de reeks van begin tot eind heeft gelezen, is het een gepast afscheid.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | Thank You, Jeevesbol.com: Thank You Jeeves | 9781787461062 | 1787461068 |
| 2 | Right Ho, Jeevesbol.com: Right Ho, Jeeves | 9781514243596 | 1514243598 |
| 3 | The Code of the Woostersbol.com: The Code of the Woosters | 9781787461048 | 1787461041 |
| 4 | Joy in the Morningbol.com: Joy In The Morning | 9780099513766 | 0099513765 |
| 5 | The Mating Seasonbol.com: Mating Season | 9780099513773 | 0099513773 |
| 6 | Ring for Jeevesbol.com: Ring For Jeeves | 9780099513926 | 0099513927 |
| 7 | Jeeves and the Feudal Spiritbol.com: Jeeves and the Feudal Spirit | 9780563494393 | 0563494395 |
| 8 | Jeeves in the Offingbol.com: Jeeves In The Offing | 9780099513940 | 0099513943 |
| 9 | Stiff Upper Lip, Jeevesbol.com: Stiff Upper Lip, Jeeves | 9780099513957 | 0099513951 |
| 10 | Much Obliged, Jeevesbol.com: Much Obliged Jeeves | 9780099513964 | 009951396X |
| 11 | Aunts Aren't Gentlemenbol.com: Aunts Arent Gentlemen | 9780099513971 | 0099513978 |
Gerelateerde reeksen
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik Jeeves en Wooster?
Lees de romans van Thank You, Jeeves (1934) tot Aunts Aren't Gentlemen (1974), zoals in de tabel. Wil je vanaf het eerste begin lezen, begin dan met de verhalenbundels The Inimitable Jeeves, Carry On, Jeeves en Very Good, Jeeves.
Moet ik de boeken op volgorde lezen?
Het hoeft niet. Elke roman is een afgerond verhaal. Wel verwijzen latere boeken naar eerdere avonturen; zo keert Stiff Upper Lip, Jeeves terug naar Totleigh Towers, het huis van Sir Watkyn Bassett uit The Code of the Woosters.
Waarom zit Bertie niet in Ring for Jeeves?
Ring for Jeeves (1953) is een bewerking van een toneelstuk. Jeeves werkt daarin tijdelijk voor Lord Rowcester, terwijl Bertie op een school zit waar rijke nietsnutten leren voor zichzelf te zorgen. Het is de enige roman die niet door Bertie wordt verteld.
Zijn er nieuwe Jeeves-boeken van andere schrijvers?
Ja, met toestemming van de erven Wodehouse. Sebastian Faulks schreef Jeeves and the Wedding Bells (2013), en Ben Schott schreef Jeeves and the King of Clubs (2018) en Jeeves and the Leap of Faith (2020).
Is Jeeves en Wooster verfilmd?
Het bekendst is de Britse tv-serie Jeeves and Wooster (1990–1993) met Stephen Fry als Jeeves en Hugh Laurie als Bertie.