De leesvolgorde
Lees in de volgorde van verschijnen; die is gelijk aan de nummering in de tabel. Elk boek heeft een eigen zaak, maar Falco's privéleven en zijn familie ontwikkelen zich van deel tot deel. Na Nemesis gaat het verhaal verder in de aparte reeks rond Flavia Albia, Falco's geadopteerde dochter.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
Flavia Albia
Sinds The Ides of April (2013) schrijft Davis over Flavia Albia, Falco's in Britannia geboren geadopteerde dochter, die zelf als speurder werkt. Lees deze reeks na de twintig Falco-boeken.
Falco: The Official Companion
Begeleidend boek bij de reeks uit 2010, geschreven door Davis zelf.
The Course of Honour
Roman uit 1997 over Vespasianus en Antonia Caenis, in dezelfde tijd als de Falco-boeken. Geen deel van de reeks.
BBC-hoorspelen
De BBC maakte hoorspelen van de eerste vijf Falco-romans, met Anton Lesser als Falco.
Over Lindsey Davis
Lindsey Davis (1949) is een Engelse schrijver uit Birmingham. Ze studeerde Engelse letterkunde in Oxford en werkte dertien jaar als ambtenaar. Toen een romantische roman van haar in 1985 tweede werd bij de Georgette Heyer-prijs voor historische romans, koos ze voor het schrijven; eerst schreef ze feuilletons voor het tijdschrift Woman's Realm.
Haar eerste historische roman, over keizer Vespasianus en zijn geliefde Antonia Caenis, vond aanvankelijk geen uitgever; hij verscheen pas in 1997 als The Course of Honour. In dezelfde periode zette ze Falco neer, en The Silver Pigs werd in 1989 haar doorbraak. Ze kreeg onder meer de Ellis Peters Historical Dagger (1999, voor Two for the Lions) en in 2011 de Cartier Diamond Dagger van de Crime Writers' Association voor haar hele werk.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · The Silver Pigs
Rome, het jaar 70. Het rijk is net bekomen van het vierkeizerjaar en Vespasianus zit pas kort op de troon. Op het Forum staat Marcus Didius Falco, informant van beroep: een man die tegen een karige vergoeding uitzoekwerk doet waar anderen hun handen niet aan willen branden. Hij woont in een bouwvallige huurkazerne op de Aventijn, heeft als soldaat in Britannia gediend en leeft van echtscheidingszaken en zoekgeraakte bezittingen. Dan komt er een doodsbang meisje op hem af. Sosia Camillina blijkt verstrikt te zijn geraakt in een zaak rond gestolen loden baren met zilvererts, de zogenoemde zilveren varkens uit de Britse mijnen. Wie die voorraad achterhoudt, houdt het geld achter de hand waarmee je een keizer kunt kopen. Falco krijgt twee opdrachtgevers die elkaar niet vertrouwen: senator Decimus Camillus Verus, de oom van het meisje, en Vespasianus zelf, die wil weten hoe ver de samenzwering reikt. Het spoor voert naar Britannia, de natte en ongastvrije provincie waar Falco liever nooit meer voet aan wal zet. Om bij de bron van de diefstal te komen laat hij zich als slaaf in een zilvermijn tewerkstellen, en daar ondervindt hij aan den lijve hoe ver mensen gaan die veel te verliezen hebben. In Britannia loopt hij ook Helena Justina tegen het lijf: dochter van zijn senatoriale opdrachtgever, gescheiden, scherp van tong en afkomstig uit een stand waarin iemand als Falco hooguit via de achterdeur binnenkomt. De twee hebben meteen een hartgrondige hekel aan elkaar, hij aan haar afkomst en zij aan zijn vooroordelen, en juist dat vormt het begin van de verhouding die de hele reeks draagt. Lindsey Davis publiceerde dit eerste deel in 1989 en zou er nog negentien laten volgen. Ze zet het vertrouwde stramien van de harde, spottende speurder uit de Amerikaanse detectiveroman midden in het Rome van de Flavische keizers neer: huurkazernes, badhuizen, veel te dure appartementen, traag ambtenarenwerk en een bemoeizuchtige familie die Falco bij elke stap voor de voeten loopt. Falco vertelt zelf, droog en zelfspottend, waardoor de armoede en het geweld eromheen des te harder aankomen. De titel slaat op de loden blokken van ruim negentig kilo waarin het erts uit de mijnen werd vervoerd. Voor wie de reeks op volgorde wil lezen is dit het aangewezen beginpunt: hier worden Falco, zijn familie, Helena Justina en zijn keizerlijke opdrachtgevers geïntroduceerd, en hier komt ook de vraag op tafel die hem boek na boek zal bezighouden. Een informant verdient te weinig om in aanmerking te komen voor de ridderstand, en zonder die rang kan hij een senatorendochter niet trouwen zonder haar familie te schande te maken. Wat het onderzoek naar het zilver oplevert, botst bovendien met wat de keizer politiek kan gebruiken, zodat de vraag wie er uiteindelijk voor de moord boet niet alleen een kwestie van bewijs is.
2 · Shadows in Bronze
Het tweede Falco-boek opent met werk waar niemand over praat: in het holst van de nacht ruimt Marcus Didius Falco samen met een ploeg praetorianen een ontbindend lijk op. De man is stilletjes terechtgesteld wegens verraad, en het is aan Falco om de sporen van die zaak weg te werken en het huis van de verrader leeg te halen. Het is late lente in het jaar 71, en de keizer wil vooral dat er niets naar buiten komt over de rol die zijn jongste zoon Domitianus in het complot speelde. Rust komt er niet. Als de tempel van Hercules Gaditanus in brand vliegt, sterft daarbij de senator Curtius Longinus, die juist naar Rome was ontboden om zich te verantwoorden. Een vrijgelatene met de naam Barnabas, die Falco al een tijd volgt, verdwijnt spoorloos en wordt de belangrijkste verdachte. Falco krijgt de opdracht naar Zuid-Italië te reizen om de broer van het slachtoffer op te sporen voordat die hetzelfde overkomt, en om hem tegelijk met een aantrekkelijk aanbod voor het nieuwe bewind te winnen. In Crotone belandt hij in een marktrelletje, op Kaap Colonna kampeert hij dagenlang op het strand met een geit die voor de offerdienst bestemd was, en van Barnabas is nergens een spoor. Het tweede deel van het boek speelt rond de Golf van Napels. Onder het mom van een vakantie reist Falco daarheen met zijn beste vriend Petronius Longus, diens gezin en zijn eigen neef Larius. In werkelijkheid zoekt hij senator Aufidius Crispus, die eveneens bij de samenzwering betrokken was en die genoeg geld en aanhang heeft om gevaarlijk te zijn. Om ongemerkt op landgoederen rond te kunnen kijken doet Falco zich voor als loodgieter, met zijn neef als knecht. Dat levert scènes op over waterleidingen, onhandelbare opdrachtgevers en de vraag hoe je je als Romein gedraagt op een plek waar iedereen doet alsof hij op vakantie is. Intussen is er de kwestie Helena Justina. De senatorendochter uit het vorige boek lijkt zich terug te trekken en Falco weet niet of dat aan hem ligt, aan haar familie of aan zijn lege beurs. De Engelse titel verwijst naar een bronzen beeld waarop zij als jong meisje staat afgebeeld, een voorwerp dat hem op de meest ongelegen momenten aan haar herinnert. Davis schreef dit boek uit 1990 als een reisverhaal met een politieke onderlaag: de nieuwe dynastie moet oude bondgenoten van het vorige regime binnenboord houden zonder ze te laten merken dat ze in de gaten worden gehouden, en Falco is precies laag genoeg in rang om dat ongezien te kunnen doen. Het toont ook voor het eerst hoe de reeks werkt buiten de stadsmuren: dezelfde droge verteltoon, maar met kustdorpen, tempels, veerboten en havens in plaats van de Aventijn. Wie deel één heeft gelezen, vindt hier de losse eindjes daarvan terug, verweven met een nieuwe zaak die Falco op eigen kracht moet oplossen.
3 · Venus in Copper
Weinig vernederender dan door je moeder uit de gevangenis worden losgekocht: zo begint het derde deel. Falco zit in de Latumiae-kerker op beschuldiging van diefstal van staatseigendom, een aanklacht die hoofdspion Anacrites tegen hem heeft ingediend. Nauwelijks buiten wordt hij op straat afgetuigd door de knokploeg van zijn huisbaas wegens achterstallige huur. Hij besluit weer voor eigen rekening te gaan werken, ook al betekent dat dat hij voorlopig niet het vermogen bijeenkrijgt dat hij nodig heeft om in rang te stijgen. Dan dient zich een klant aan die wél betaalt. De Hortensii zijn drie schatrijke vrijgelatenen die met hun echtgenotes in één groot huis op de Pincius wonen. Sabina Pollia vertelt Falco dat de enige ongetrouwde man van het gezelschap, Hortensius Novus, op het punt staat te trouwen met Severina Zotica, en dat zij ervan overtuigd is dat de bruid hem naar het leven staat. Severina is namelijk al een paar keer weduwe geweest, telkens met een erfenis als resultaat, maar er is nooit iets bewezen. Zelf omschrijft ze zich als een net meisje dat veel handwerkt; ze houdt er een papegaai op na met een opmerkelijke woordenschat en draagt een eenvoudige koperen zegelring met de beeltenis van Venus, waaraan het boek zijn titel ontleent. Falco neemt de zaak aan, deels uit nieuwsgierigheid en deels omdat hij intussen dringend een betere woning zoekt. Het huizenjacht door Rome loopt als een tweede verhaallijn door het boek heen, compleet met een makelaar die alles mooier voorstelt dan het is en met de beruchte instabiliteit van Romeins vastgoed. Ook Helena Justina komt in beeld: zij is van plan bij hem in te trekken, wat op het slechtst denkbare moment samenvalt met een geïmproviseerd feest. De aanleiding voor dat feest is een gigantische tarbot, cadeau gekregen van Titus, de oudste zoon van de keizer, waarvoor Falco eerst een pan van voldoende formaat moet zien te vinden. Die kookscène is een van de bekendste passages uit de hele reeks. Ondertussen loopt het onderzoek bij de Hortensii vast. Er valt een dode na een banket, vergiftiging ligt voor de hand, maar bewijs is er niet, en Falco merkt dat hij wordt betaald door mensen die zelf allesbehalve zuiver zijn. Het gezelschap vormt een gesloten kring waarin iedereen een motief heeft en niemand een goede reputatie. Als hij te dicht in de buurt komt, krijgt hij opnieuw met geweld te maken. Davis noemde dit deel uit 1991 een bewuste oefening in het klassieke dilemma van de privédetective: de man die wordt afgedankt door zijn opdrachtgever en vervolgens wordt ingehuurd door de hoofdverdachte. Het boek is daarmee het meest kamerspelachtige van de vroege delen — er wordt weinig gereisd, de stad zelf is het decor — en het introduceert Thalia, de slangenbezweerster en circusvrouw die in latere delen nog terugkeert. Onder de grappen over huurprijzen, vis en familie zit een tamelijk grimmige zaak over geld, erfenissen en mensen die weten hoe je ongestraft blijft.
4 · The Iron Hand of Mars
Een opdracht in Germanië is wel het laatste wat Falco wil, en het paleis weet dat. Toch wordt hij naar de Palatijn geroepen, waar Vespasianus hem persoonlijk instrueert. Er zijn drie taken. Hij moet een nieuw veldteken afleveren bij het veertiende legioen Gemina in Moguntiacum: een twee voet lange mensenhand, gegoten in ijzer. Hij moet uitzoeken wat er is geworden van een vermiste officier, Munius Lupercus. En hij moet, het liefst zonder dat iemand het merkt, een einde maken aan de dreiging die uitgaat van Julius Civilis en de priesteres Veleda, de twee namen achter de Bataafse opstand en het idee van een verenigd Keltisch Europa. Het veldteken is vooral een voorwendsel: de loyaliteit van het veertiende legioen wordt in Rome met argwaan bekeken, en iemand moet daar van dichtbij naar kijken. Falco vertrekt in een beroerd humeur. Helena Justina is verdwenen uit zijn leven nadat hij op een ongelukkig moment een klant in Veii bezocht in plaats van haar bij te staan, en Titus Caesar maakt intussen openlijk werk van haar. Bovendien krijgt Falco een reisgezel opgedrongen die hij niet zelf zou hebben gekozen: Xanthus, een vrijgelaten kapper die zonder werk zit sinds zijn vorige opdrachtgever niet meer leeft, en die in de Germaanse bossen volstrekt misplaatst lijkt. De reis naar het noorden is een aaneenschakeling van slecht eten, slechtere wijn, opdringerige souvenirverkopers en krappe herbergen — en van doden. In Lugdunum raakt Falco betrokken bij een ruzie tussen reizigers en pottenbakkers die kort daarna in moord eindigt. Verderop stuit hij op een marskramer die curiosa verkoopt die afkomstig lijken uit de ramp van Varus, en die hem vertelt dat Veleda in een toren midden in het woud woont. In Moguntiacum blijkt ook de plaatselijke legaat spoorloos, en de officieren van het veertiende hebben geen enkele behoefte aan vragen van een burger uit Rome, zeker niet van iemand die ooit bij het tweede legioen Augusta diende. Helena's jongere broer Justinus, tribuun in het gebied, wordt Falco's enige betrouwbare hulp. Davis gebruikte voor dit vierde deel uit 1992 twee raadsels uit de onvolledig overgeleverde Historiën van Tacitus als vertrekpunt. Daarmee staat het boek dichter bij de geschiedschrijving dan de eerdere delen: het speelt in het ruwe grensgebied aan de Rijn, waar de Romeinse aanwezigheid nog allesbehalve vanzelfsprekend is en waar de herinnering aan verloren legioenen zwaar weegt. Tegelijk blijft het een Falco-boek, met een verteller die het diplomatieke handwerk van vredesonderhandelingen bespottelijk vindt en het toch moet klaren. De uitkomst hangt af van de vraag of Falco Veleda kan bereiken en of hij, eenmaal in haar toren, iets te bieden heeft wat een profetes met een eigen leger interesseert. Het geheel is geschreven als een reis naar het einde van de bekende wereld, met een ijzeren hand in de bagage en een kapper die zich verrassend nuttig weet te maken.
5 · Poseidon's Gold
Na een half jaar in Germania Libera komt Falco terug in Rome, blij dat hij nog leeft en klaar voor een rustige winter. In zijn appartement zit een centurio op hem te wachten met een rekening op naam van zijn oudere broer Festus, die niet meer leeft en die een handelsavontuur heeft achtergelaten waar niemand uit wijs wordt. Kort daarna is diezelfde legionair dood, en is Falco de eerste die men ervan verdenkt. Zo begint het vijfde deel, dat zich grotendeels afspeelt binnen de familie Didius. Falco's moeder geeft hem de opdracht de naam van Festus te zuiveren van een indrukwekkende reeks dubieuze plannen. Dat betekent dat hij moet samenwerken met de enige persoon in Rome die hij nog liever mijdt dan een schuldeiser: zijn vader Didius Geminus, veilingmeester op het Emporium, die het gezin jaren geleden in de steek liet. Vader en zoon moeten zich samen door een wereld van kunsthandel, vervalste beelden en handige veilingen bewegen, met onderweg de kans om even eigenaar te zijn van een echte Phidias. De zaak draait om een scheepslading die verloren ging en om geld dat iemand nooit heeft teruggezien. Er zijn schuldeisers die niet op papier willen worden afgehandeld, er zijn oud-soldaten die met Festus dienden en die opvallend weinig kwijt willen, en er is een handelsroute waarlangs meer werd vervoerd dan de vrachtbrieven aangeven. De titel verwijst naar de schat die met een schip naar de zeebodem verdween en daarmee, zoals de familie het graag voorstelt, aan Poseidon werd teruggegeven. Ondertussen werkt niets mee. Helena Justina wordt door Petronius Longus aangehouden terwijl ze Falco probeert te helpen, zijn zwagers en zusters bemoeien zich met alles, en Falco moet vaststellen dat de Didii met geen mogelijkheid te redden zijn van hun eigen inborst. Dat is ook precies de opzet van het boek: Davis laat de uitgebreide familie, die in de eerste delen vooral als achtergrond diende, hier het verhaal overnemen. De speurtocht is tegelijk een portret van een oudere broer die iedereen zich als held herinnert, en van wat er gebeurt als je die herinnering nauwkeurig gaat natrekken. Het vijfde deel uit 1993 is daarmee het meest huiselijke van de vroege boeken, en het is er niet minder scherp om. Rome is er zoals altijd: het Emporium met zijn pakhuizen, de veilinghallen, de tempels waar men zijn geld stalt, de kroegen waar oud-militairen elkaar spreken. Onderhuids speelt de vraag waar Falco met zijn leven heen wil. Voor het eerst lijkt het bedrag dat hij nodig heeft om tot de ridderstand toe te treden binnen bereik te komen, en voor het eerst is het aannemelijk dat hij en Helena hun verhouding niet langer voor de wereld hoeven te verbergen. Bij de Didii betekent zicht op een goede afloop echter zelden dat er niet nog iets tussen komt. Voor wie de reeks volgt is dit bovendien het boek waarin Falco's vader, tot dan toe vooral een naam waar thuis niet over werd gesproken, een vast personage wordt.
6 · Last Act in Palmyra
Twee opdrachten en één reis: dat is de opzet van het zesde Falco-boek. Anacrites, de keizerlijke hoofdspion, stuurt Falco naar Nabatea om te bekijken hoe het ervoor staat in het woestijnkoninkrijk aan de rand van het rijk. Dat de bewoners van Petra volgens een vriendelijk bedoeld bericht wel raad weten met een Romeinse indringer, maakt duidelijk hoeveel die opdracht waard is. Daarnaast heeft Thalia, de circusvrouw die Falco uit een eerder avontuur kent, hem gevraagd naar haar verdwenen waterorgelspeelster Sophrona uit te kijken; de opleiding van dat meisje heeft haar een vermogen gekost. In Petra vindt Falco op de Hoge Plaats het lichaam van een toneelschrijver. De man behoorde tot een rondtrekkend gezelschap dat nu zonder tekstschrijver zit, en dat geeft Falco de kans om zijn officiële missie te laten voor wat ze is. Samen met Helena Justina sluit hij zich bij de spelers aan en trekt met hen langs de steden van de Decapolis, op weg naar Palmyra, het knooppunt van de karavaanroutes tussen oost en west. Onderweg moet hij een moordenaar zien te vinden die vrijwel zeker met het gezelschap meereist, uitkijken naar de vermiste muzikante, en tegelijk een nieuw stuk schrijven. Dat laatste levert de vrolijkste bladzijden op. Falco's toneelstuk, The Spook Who Spoke, is een klucht in de trant van Plautus over een sprekende geest, en de première wordt bedreigd door een ezel, een python en een publiek dat elk moment aan het muiten kan slaan. Om de spelers heen ontstaat het beeld van een reizend theatergezelschap zoals dat in de eerste eeuw kon bestaan: acteurs met een dubieus verleden, een regisseur die iedereen tegen elkaar uitspeelt, muzikanten die op de vlucht zijn voor schulden, en een kas die nooit klopt. De reis zelf is bepaald geen vakantie. Er zijn schorpioenen, er is droogte, er heerst ziekte, er zijn zwervende predikers en er is een streek waar mensenoffers niet tot het verre verleden behoren. Davis gebruikt de route langs Bostra, Gerasa, Damascus en Palmyra om te laten zien hoe het oostelijke deel van het rijk eruitzag: Griekse steden met theaters en zuilenstraten, Nabatese handelaars die de wierookroute beheersen, en Romeinse ambtenaren die van een afstand meekijken. Het boek uit 1994 hoort tot de reisdelen van de reeks en combineert een klassieke gesloten-kringmoordzaak met een cultuurhistorisch uitstapje naar het antieke toneel. De titel slaat op de afsluiting van de moordzaak, die zich in Palmyra afspeelt, en speelt tegelijk met Falco's tijdelijke carrière als toneelschrijver. Voor Helena is het een gelegenheid om haar eigen scherpzinnigheid te laten zien; zij is het die het gezelschap doorheeft op momenten dat Falco te veel met zijn tekst bezig is. Wat de moordenaar beweegt en of Sophrona gevonden wordt, blijft tot ver in het boek open. Davis bedankt in haar aantekeningen bij dit deel onder meer de reptielenafdeling van de Londense dierentuin voor de informatie over slangen en een kennis voor de feiten over schorpioenensteken.
7 · Time to Depart
Petronius Longus heeft het onmogelijke voor elkaar gekregen: Balbinus Pius, jarenlang de machtigste misdaadbaas van Rome, is veroordeeld. Alleen kent het Romeinse recht een merkwaardige regel. Een burger die ter dood is veroordeeld, mag niet meteen worden opgepakt; hij krijgt de tijd om te vertrekken, want vrijwillige ballingschap buiten het rijk gold als erger dan de dood. Falco en Petronius staan dus aan de kade toe te kijken hoe hun man aan boord gaat en wegvaart. Wat ze niet voorzien, is hoe snel het gat dat hij achterlaat wordt opgevuld. Binnen enkele dagen is er een roofoverval die de hele stad opschrikt, en daarna gaat het door. De onderwereld van Rome wordt herverdeeld en niemand weet wie er aan de winnende hand is. Vespasianus wil antwoorden, snel en zonder ophef, en Falco krijgt de opdracht. Samen met Petronius, die als brandwacht-officier bij de vigiles zijn eigen middelen heeft, moet hij langs kroegen, pakhuizen, bordelen en eethuizen waar je liever niet binnenkomt. Er vallen doden, er worden mensen ontvoerd, en het aantal verdachten groeit sneller dan het aantal aanwijzingen. Davis wilde met dit zevende deel uit 1995 een politieroman schrijven en ontdekte pas gaandeweg dat de vigiles in de eerste plaats de brandweer waren. Het boek werd daardoor een brandweerroman: veel aandacht gaat uit naar het leven in de wachtpost, met manschappen die klagen over de betaling, het gevaar, het gebrek aan waardering van het publiek en de onverschilligheid van hun meerderen. Het levert een beeld op van een stad die haar eigen ordehandhaving nauwelijks kan betalen, en van twee mannen die het toch proberen. Daarnaast is er het gewone leven, dat zich niets van de zaak aantrekt. Helena Justina is zwanger, en Falco, die daar tegelijk trots en doodsbang van wordt, sleept een vondelingbaby in huis zodat ze kan oefenen. Hij raakt bovendien aan een hond, of beter gezegd: de hond Nux besluit dat zij voortaan bij hem hoort. Zijn familie verkeert in de gebruikelijke staat van crisis, en Lenia van de wasserij beneden heeft trouwplannen die op niets goeds uitlopen. Onder de grappen zit een grimmig boek. De misdaad waar Falco en Petronius tegenaan lopen, is georganiseerd, geduldig en veel beter gefinancierd dan zijzelf; de mensen die eraan onderdoor gaan, zijn precies de mensen die niemand mist. En omdat Petronius er persoonlijk bij betrokken raakt, komt de vriendschap tussen de twee mannen onder een druk te staan die in latere delen nog zal doorwerken. De vraag die het boek open houdt, is of iemand die netjes binnen de regels werkt wel opgewassen kan zijn tegen een wereld die van diezelfde regels gebruikmaakt om de dans te ontspringen. Formeel valt het op nog iets anders: het boek bevat een hoofdstuk dat uit precies één woord bestaat, op het moment dat er niets meer te zeggen valt.
8 · A Dying Light in Corduba
Een netwerkavondje is zelden een goed idee. Het Genootschap van Olijfolieproducenten uit Baetica geeft in Rome een diner om de Spaanse olie aan te prijzen, en Falco is er op verzoek van Claudius Laeta, de hoogste klerk van de keizer. De avond eindigt met een kater, een danseres die geen blik over heeft voor hem, en twee aangevallen gasten. Een van hen overleeft het niet. De ander is Anacrites, de hoofdspion van Vespasianus, Falco's vaste tegenstander, die zwaargewond en hulpeloos op zijn handen belandt. Falco brengt hem onder op de enige plek waar niemand zoeken zal: het huis van zijn moeder. Wat volgt is een onderzoek naar de vraag of de aanslag verband houdt met een poging om de markt voor Spaanse olijfolie in handen te krijgen. Olie was in het Romeinse rijk niet alleen voedsel maar ook brandstof en verzorgingsproduct; wie de prijs kan bepalen, raakt aan de bevoorrading van de hoofdstad. Falco reist naar de provincie Baetica, in het zuiden van Hispania, samen met Helena Justina, die hoogzwanger is en zich door niemand thuis laat houden. Ze logeren op het landgoed van haar vader bij Corduba, waar ook haar broer Aelianus verblijft. In de provincie treft Falco een kleine kring van grootgrondbezitters die elkaar door en door kennen: vaders met invloed, zoons met te veel geld en te weinig geduld, dochters die beter op de hoogte zijn dan iedereen denkt. Helena raakt bevriend met twee van hen, wat meer oplevert dan Falco's eigen gesprekken. Ondertussen moet hij de gasten van dat noodlottige diner natrekken en de danseres zien te vinden die die avond optrad, en merkt hij dat hij in Rome niet alleen op de daders moet letten maar ook op zijn opdrachtgevers. Een ambtenaar in opleiding, die niets weet, denkt alles te kunnen en meer wil dan goed is voor het rijk, maakt de zaak er niet overzichtelijker op. Het achtste deel uit 1996 staat bekend om de manier waarop Davis de economie van het rijk tot verhaal maakt. De olijfoogst, de pershuizen, de amforen met hun stempels, het transport over de Baetis en de scheepvaart naar Rome komen allemaal aan bod zonder dat het boek een lesboek wordt. De titel verwijst naar die olie: als de lamp dooft in Rome, ligt de oorzaak in Corduba. Daarnaast is dit een van de persoonlijkste delen. Falco heeft Helena beloofd bij haar te zijn als het kind komt, en het onderzoek trekt hem juist steeds verder van haar weg. Dat hij tegelijk verantwoordelijk is voor het leven van zijn grootste rivaal, die hij gewoon had kunnen laten sterven, geeft het boek een wrange ondertoon. Wie in Rome de macht heeft, kan zich veel veroorloven, en Falco vreest dat zelfs de keizer om handelspolitieke redenen niet zit te wachten op de waarheid die hij aan het opgraven is.
9 · Three Hands in the Fountain
Een fontein in een zijstraat op de Aventijn geeft geen water meer. Als er eindelijk iemand komt om de leiding door te spoelen, blijkt de verstopping te bestaan uit een afgehakte mensenhand. Falco en zijn vriend Petronius Longus staan er toevallig bij, met een beker in de hand, weggeslopen van het welkomstfeest dat de familie voor Falco heeft georganiseerd nu hij met Helena Justina en hun pasgeboren dochter terug is in Rome. Wat als een macabere curiositeit begint, wordt binnen enkele dagen iets veel ernstigers. Falco hoort van een zwager die bij de douane werkt dat er al jaren lichaamsdelen opduiken in de rivier en in de aquaducten, steeds kort na de grote feesten, en dat niemand er ooit werk van heeft gemaakt. Er is geen forensisch onderzoek, er is geen centrale registratie, en er is een stadsbestuur dat liever niet hoort dat het water van Rome door zoiets wordt vervuild. Petronius hangt een bord op waarin een beloning wordt uitgeloofd voor gevonden lichaamsdelen, met voorspelbaar en onsmakelijk resultaat. Dit negende deel uit 1997 is het eerste van een losjes opgezette drieluik waarin Falco, onder druk van iedereen om hem heen, probeert een vaste compagnon te vinden. De eerste kandidaat is Petronius. Dat lijkt vanzelfsprekend — ze kennen elkaar uit het leger en vertrouwen elkaar met hun leven — maar Petro's privéleven staat in brand, hij is uit huis gezet en zijn verhouding met de dochter van een misdaadbaas maakt hem kwetsbaar. Samenwerken blijkt bovendien iets anders dan bevriend zijn: de twee ontdekken spanningen waarvan ze het bestaan niet vermoedden. Daar komt bij dat Anacrites, gesteund door Falco's moeder die de hoofdspion om onnavolgbare redenen een aardige man vindt, de zaak naar zich toe trekt. Het onderzoek zelf gaat over iets waar de reeks tot dan toe omheen was gelopen: een moordenaar die niet uit hebzucht of politiek handelt, maar omdat hij het wil. Zonder technische hulpmiddelen blijft er weinig anders over dan het vergelijken van data, festivalkalenders en verdwijningen, en dat kost tijd die de slachtoffers niet hebben. Een vondst met een trouwring en twee namen erin gegraveerd geeft het eerste echte aanknopingspunt en verandert de zaak in één klap in iets persoonlijks: er is een weduwnaar die wil weten wat er met zijn vrouw is gebeurd. Davis schreef het boek naar eigen zeggen met de vraag hoe je zo'n verhaal fatsoenlijk vertelt. Het resultaat is een van de donkerste delen van de reeks, zonder dat de humor verdwijnt: de waterleiding van Rome, de bureaucratie eromheen en de families op de Aventijn worden met evenveel oog voor het dagelijkse leven beschreven als in de vrolijkere boeken. De titel speelt met het bekende liedje over munten in een fontein, en met de manier waarop de zaak aan het licht komt. Het is ook het eerste deel waarin Falco en Helena een baby in huis hebben, wat het speurwerk op de meest ongelegen momenten doorkruist.
10 · Two for the Lions
Om eindelijk genoeg geld bijeen te krijgen voor de ridderstand — en daarmee voor een fatsoenlijke positie naast Helena Justina — biedt Falco zich aan als belastingcontroleur bij de grote census van het jaar 73. Het is een baan met een aantrekkelijk winstaandeel en een groot nadeel: de keizer wil dat hij het werk met een partner doet, en de partner die zijn moeder voor hem heeft geregeld is Anacrites, de hoofdspion, die nog herstellende is en zich dolgelukkig toont met de samenwerking. Falco is dat beslist niet. Het tiende deel uit 1998 vormt het middendeel van de compagnons-drieluik en begint als een komedie over boekhouding: twee mannen die elkaar wantrouwen, doorlopen de administratie van rijke Romeinen op zoek naar niet-aangegeven vermogen. Bij de doorlichting van twee gladiatorenscholen loopt de zaak vast op een ongebruikelijk verlies. Er is een ster gestorven: niet een zwaardvechter, maar een mensenetende leeuw, het paradepaard van een van de scholen, en het dier is duidelijk niet aan ouderdom bezweken. De twee scholen liggen al langer met elkaar overhoop, en als er daarna ook een gladiator dood wordt aangetroffen, neemt Falco de moordzaak op zich. Het onderzoek voert hem van de arena's van Rome naar Tripolitanië, aan de Noord-Afrikaanse kust, waar de handel in wilde dieren voor de spelen vandaan komt. Daarmee opent het boek een kant van het rijk die in de reeks nog niet aan bod was gekomen: de vangst en het transport van roofdieren, de organisatie achter de arenaspelen, de contracten, de sponsors en de mensen wier leven ervan afhangt. Terug in Rome wordt inmiddels gebouwd aan het grote amfitheater dat de Flavische keizers zullen nalaten, en dat verleent de zaak een zekere urgentie. Er reist nog een tweede verhaallijn mee. Helena's jongere broer Justinus is ervandoor gegaan met de rijke verloofde van zijn oudere broer Aelianus, wat in beide families is ingeslagen als een bom. De twee zijn eveneens naar Noord-Afrika vertrokken, waar Justinus op zoek gaat naar silphium, het peperdure kruid uit Cyrenaica dat volgens vrijwel iedereen al is uitgestorven. Wie het zou terugvinden, zou binnen zijn — een plan van precies dezelfde orde als de plannen waarmee Falco's familie zich pleegt te ruïneren. Davis maakt van de belastingdienst een bron van vrolijkheid en gebruikt die tegelijk om te laten zien hoe het geld door het rijk stroomde. De titel verwijst naar de terechtstelling van veroordeelden in de arena. Het boek combineert daarmee twee uitersten: de bureaucratische humor van een controle en de rauwe werkelijkheid van de spelen, waarin dieren en mensen dezelfde economische waarde hadden. Of Falco zijn aandeel in de census overhoudt, en of hij het uithoudt met zijn compagnon, blijft tot het laatst onzeker. In haar nawoord bedankt Davis de mensen die haar in Libië rondleidden; silphium zelf heeft ze nooit gezien, maar ze ontmoette er wel twee mannen die beweerden van wel.
11 · One Virgin Too Many
Een bang kind trekt aan Falco's mouw en zegt dat haar familie haar wil vermoorden. Falco gelooft er niets van. Hij heeft zijn hoofd bij zijn eigen problemen — een nieuwe, absurde erebaan als procurator van het heilige pluimvee, een zoektocht naar een bruikbare compagnon en een zuster die zojuist weduwe is geworden — en stuurt het meisje naar huis. Dat besluit blijft hem bij. Gaia Laelia komt namelijk uit een vooraanstaande familie die generaties lang de belangrijkste priesterambten van Rome heeft bekleed, en ze geldt als de meest waarschijnlijke kandidate voor de loterij waarmee een nieuwe Vestaalse maagd wordt aangewezen. Als ze verdwijnt, krijgt Falco alsnog officieel de opdracht haar te zoeken, met de wetenschap dat hij haar de eerste keer heeft weggestuurd en dat de loterij nadert. De vigiles kunnen niet worden ingeschakeld zonder een schandaal te veroorzaken, dus moet hij het huis van de familie in zijn eentje doorzoeken. Tegelijk loopt er een tweede zaak. Helena's oudere broer Aelianus probeert zijn politieke loopbaan weer op gang te krijgen, die is stilgevallen sinds zijn jongere broer er met zijn verloofde vandoor ging, en stelt zich kandidaat voor de Arvalische Broederschap. Tijdens de nachtelijke plechtigheden in het heilige woud struikelt hij over het lichaam van een van de broeders, met doorgesneden keel, alsof hij is geofferd. De gevestigde orde reageert zoals gevestigde ordes doen: de zaak wordt toegedekt, en Falco krijgt te maken met priesters die van geen vragen willen weten. Dit elfde deel uit 1999 sluit de compagnons-drieluik af. Falco had ditmaal graag met Justinus gewerkt, de aardigste van de twee broers van Helena, maar hij krijgt een lastiger hulp toegewezen, terwijl zijn beide vorige partners — Petronius en Anacrites — om hem heen blijven hangen in de hoop hem op zijn gezicht te zien gaan. Dat levert de gebruikelijke wrijving op, met een scène waarin Falco ondersteboven boven een diep gat hangt aan het goede vertrouwen van drie mannen die daar elk hun eigen gedachten bij hebben. Wat het boek bijzonder maakt, is de blik op de Romeinse staatscultus. Davis laat zien hoe de priesterambten werkten als een verlengstuk van de politiek: welke families ervoor in aanmerking kwamen, hoe de selectie van een Vestaalse maagd verliep, wat het betekende voor een kind van zes om voor dertig jaar te worden uitgeloot, en hoe de geruchten rond koningin Berenice van Judea in Rome doorwerkten. Falco, die zelf toezicht houdt op de heilige ganzen en kippen van het staatsorakel en daar tot zijn enkels in de rommel staat, is de ideale verteller om die wereld van binnenuit belachelijk én begrijpelijk te maken. Ondertussen moet hij ook nog zijn weduwe geworden zuster en haar ontredderde kinderen zien op te vangen. De klok tikt door naar de dag van de loterij, en Falco weet dat hij dan met een antwoord moet komen.
12 · Ode to a Banker
Falco geeft een voordracht uit eigen werk. Het is een bescheiden avond voor familie en vrienden, tot Aurelius Chrysippus zich ermee bemoeit: een schatrijke Griekse bankier die daarnaast een scriptorium bezit en zich graag opwerpt als beschermheer van worstelende schrijvers. Hij biedt Falco aan zijn gedichten uit te geven. Falco leest het contract en bedankt: het is een regeling waarbij de auteur alle risico draagt en de uitgever alle winst. Kort daarna wordt Chrysippus vermoord aangetroffen in zijn eigen scriptorium, met een stuk van een afgebroken boekrol in zijn neus geduwd. Omdat Falco daar die dag is geweest, ligt hij meteen onder vuur, en zijn vriend Petronius Longus, inmiddels onderzoeksleider bij de vigiles, zet hem op de zaak — deels omdat hij hem vertrouwt, deels omdat het goedkoper is dan zijn eigen mannen inzetten. Zo belandt het twaalfde deel uit 2000 in de literaire en financiële wereld van Rome, twee milieus die Falco met gelijke minachting bekijkt. Er zijn schrijvers met een contract en schrijvers die er een willen, er is een schrijversclub die in de tempel van Minerva bijeenkomt en elkaar de maat neemt, er zijn kopiisten, boekhandelaren en een lezerspubliek dat vooral wil lachen. Aan de andere kant staat de Gouden Paard-bank, de tweede onderneming van de familie Chrysippus, met leningen, schuldeisers en incassomannen die debiteuren tot zelfmoord aanmoedigen omdat dat boekhoudkundig gunstiger uitkomt. Verdachten zijn er in overvloed: de weduwe, de eerste echtgenote, de zoon, een reder die het niet redt, en een handvol auteurs die net zijn afgedankt. Rome ligt er intussen bij in de zomerhitte, en de bank is niet de enige instelling die wankelt. Davis gebruikt de zaak om te laten zien hoe krediet in de eerste eeuw werkte en hoe snel een keten van schulden kan instorten. Dat raakt Falco ook privé: Anacrites dringt zich steeds verder op bij zijn familie en heeft zijn moeder overgehaald haar spaargeld op dezelfde bank te zetten als hij. Daarnaast draait de familie op volle toeren. Falco's vader heeft het zwaar na de dood van zijn maîtresse, zijn moeder is onderwerp van roddel, zijn zuster Maia is rusteloos, de hond is drachtig, en de aannemers Gloccus en Cotta zijn nog altijd niet klaar met het badhuis waarvoor ze allang betaald zijn — een lopende grap die in het volgende deel nog gevolgen krijgt. De ontknoping volgt het klassieke stramien van de detectiveroman: alle verdachten in één ruimte, in dit geval de Griekse bibliotheek, en een verteller die de zaak hardop uit elkaar haalt. Dat Falco daarbij vooral hoopt op de bekentenisbonus van de krenterige vigiles, is precies de toon waarin het boek is geschreven. Wie van boeken over boeken houdt, vindt hier een reeks grappen over uitgevers, deadlines en de commerciële kant van het schrijversvak, ruim negentien eeuwen voor ze werden uitgevonden. Het verhaal speelt in juli en augustus van het jaar 74, in een stad die onder de hitte nauwelijks functioneert.
13 · A Body in the Bath House
Het nieuwe badhuis bij Falco's huis is eindelijk zo goed als af, en dan blijkt er iets onder de vloer te liggen. Het is een lichaam, en het verklaart in één klap waarom de aannemers Gloccus en Cotta zo lang aan het werk zijn gebleven en daarna spoorloos verdwenen. Falco wil ze vinden. Tegelijk ligt er een opdracht van Vespasianus op tafel. In Britannia loopt een groot bouwproject uit de hand: voor Togidubnus, de Britse vorst die Rome trouw is gebleven, wordt bij Fishbourne een paleis gebouwd, en het werk is te laat en veel te duur. De eerste fase ging goed — de graanschuren die het leger als bevoorradingsbasis nodig had, stonden er snel — maar het woonhuis met badsuite komt niet van de grond. Omdat er aanwijzingen zijn dat de gezochte aannemers naar Britannia zijn uitgeweken, en omdat Anacrites thuis een dreiging vormt die Falco niet kan negeren, neemt hij de opdracht aan en neemt hij zoveel mogelijk familie mee: Helena, twee kleine dochters, een kinderjuffrouw en zijn beide zwagers Aelianus en Justinus. In Fishbourne begint Falco met het doorlichten van de bouwadministratie, en dat levert het soort ellende op dat elk groot publiek werk kent: onderaannemers die niet leveren, materiaal dat verdwijnt, rekeningen die niet kloppen, en twee architecten die allebei de leiding claimen en elkaar dwarszitten. Dan wordt de hoofdarchitect dood gevonden in het badhuis van de koning. Falco moet vanaf dat moment het project zelf leiden én uitzoeken wie er op de bouwplaats moordt, terwijl hij zijn mopperende assistenten probeert bij te brengen hoe je een getuige ondervraagt. Het dertiende deel uit 2001 speelt zich vijf jaar na Falco's eerste, rampzalige bezoek aan Britannia af en laat zien hoe de provincie intussen is veranderd. Davis baseerde de bouw op het werkelijke paleis van Fishbourne, een van de grootste Romeinse gebouwen ten noorden van de Alpen, en gebruikt de opgravingsgegevens voor de indeling, de mozaïeken en de tuinaanleg. Het boek is daarmee zowel een moordzaak als een verhaal over hoe zo'n gebouw tot stand kwam, met stukadoors, mozaïekleggers, loodgieters en importeurs van marmer. Naast het werk is er het gewone leven van een familie ver van huis: een avond uit om naar een danseres te kijken loopt anders af dan gedacht, want de danseres zou weleens de moordenares kunnen zijn die voor Anacrites werkt, en de kroeg waar ze optreedt zit vol ruziënde bouwvakkers. Falco heeft bovendien kiespijn, met alle gevolgen van dien voor zijn vertrouwen in de plaatselijke tandarts. Dat hij ondertussen ook nog fraude moet doorrekenen voor de keizer, maakt het boek tot een van de drukste delen van de reeks. Londinium bezoekt hij deze keer niet; daar heeft hij geen enkele behoefte aan. De titel slaat op twee badhuizen: dat waar een lijk onder de vloer lag, en dat waarin een moord wordt gepleegd.
14 · The Jupiter Myth
Bier maar geen oesters: zo vat Falco het uitstapje naar Londinium samen dat als vakantie was bedoeld. Het paleisproject in het zuiden van Britannia loopt weer, de familie is mee, en dan wordt er een man dood uit een put achter een louche taverne gehaald. Het slachtoffer is Verovolcus, een vertrouweling van koning Togidubnus, en dat maakt de zaak in één klap tot een diplomatiek probleem. De gouverneur Julius Frontinus en de procurator Flavius Hilaris zijn dan ook bijzonder verheugd dat ze iemand bij de hand hebben die zulke dingen oplost. Londinium is in het jaar 75 een ruwe grensstad. De meeste straten zijn niet eens verhard, maar de nederzetting trekt ondernemers aan van elk denkbaar soort: de beste, de slechtste en de juristen. Falco ontdekt dat een misdaadsyndicaat uit Rome de haven aan het overnemen is en zijn bedrijven herkenbaar maakt met namen uit de mythen rond Jupiter. Aan het hoofd staat een bekende: Florius, de man die in de hoofdstad uit beeld verdween en hier ongestoord opnieuw is begonnen. Petronius Longus heeft een oude rekening met hem te vereffenen, wat de zaak er niet rustiger op maakt. Daar komt bij dat Falco in Londinium iemand tegen het lijf loopt die hij uit zijn jonge jaren kent. Chloris treedt op in de plaatselijke arena en weet precies waar hij gevoelig is. Zijn zuster Maia, die met haar kinderen is meegereisd, wordt intussen het hof gemaakt door een welgestelde zakenman wiens herkomst niemand kan thuisbrengen, en Helena ziet dat allemaal met stijgende bezorgdheid aan. Het veertiende deel uit 2002 is het derde Falco-boek dat zich in Britannia afspeelt, en Davis gebruikte er de toen recentste opgravingsgegevens voor: de houten kaden, het forumgebied, de herbergen en de eerste openbare gebouwen van wat later Londen zou worden. De stad is hier nog geen generatie oud, wat de vergelijking oproept met een grensplaats waar de wet nog niet helemaal is aangekomen — en dat is precies waar het syndicaat op rekent. Het boek is ook om een andere reden een keerpunt in de reeks. Hier verschijnt Albia, een Brits weesmeisje dat op straat leeft en dat Falco en Helena uiteindelijk in hun gezin opnemen. Zij zou jaren later de hoofdpersoon worden van een tweede romanreeks van Davis, die begint met The Ides of April. Haar verhaal geeft aan dit deel een harde kant die scherp afsteekt tegen de gebruikelijke spot. Met een woedende koning, een getraumatiseerd kind, corrupte ambtenaren, een prikkelbare Petronius en Britse eetkraampjes waar Falco niets van moet hebben, heeft hij genoeg aan zijn hoofd. Waar het echt om draait is of een bende die in Rome buiten schot bleef zich aan de rand van het rijk wél laat aanpakken, en wat dat de mensen kost die zich ermee bemoeien. Het verhaal speelt in augustus van het jaar 75, en Falco zou het liefst zo snel mogelijk weer richting Rome vertrekken.
15 · The Accusers
Terug uit Britannia moet Falco zijn positie in Rome opnieuw opbouwen. Zijn bureau heeft werk nodig, zijn twee jonge medewerkers Aelianus en Justinus hebben ervaring nodig, en de eerste opdracht die binnenkomt is een bijrol in een proces tegen een senator. Die bijrol blijkt genoeg om hem te verstrikken in de manoeuvres van twee beroepsaanklagers, Silius Italicus en Paccius Africanus: historische figuren, allebei oud-consul, allebei berucht omdat ze hun fortuin verdienden met het aanklagen van de rijken. De senator, Rubirius Metellus, is het soort man dat in Rome doorgaat voor doorsnee: corrupt, onaangenaam, gehaat door zijn eigen familie. Hij wordt veroordeeld tot een zware boete en sterft kort daarna, naar het zich laat aanzien door zelfmoord. Dat is juridisch een handige zet, want het kan de erfgenamen behoeden voor de financiële gevolgen. Silius, die zijn honorarium ziet verdampen, huurt Falco in om aan te tonen dat het geen zelfmoord was maar moord. Paccius staat intussen vrijwel de hele familie bij, inclusief de ex-schoondochter die er goed uit dreigt te springen. Falco zit daartussen met het ouderwetse idee dat een onschuldige recht heeft op bescherming. Het onderzoek voert dwars door de geheimen van een vooraanstaande familie, en elke steen die Falco omdraait levert een nieuwe aanklacht op. Voor hij het weet staat hij zelf in de rechtszaal, als pleiter, met retorische vaardigheden waarvan niemand vermoedde dat hij ze bezat. Daarbij komen giftige pillen, magische praktijken, een bevalling op het verkeerde moment, oude schandalen uit de Senaat en een optreden van de niet bijster snugger rechter Marponius. Als er ook nog een aanklacht wegens goddeloosheid dreigt, staat niet alleen de zaak op het spel maar de toekomst van Falco's hele gezin: wie in Rome het verkeerde proces verliest, is zijn vermogen kwijt. Het vijftiende deel uit 2003 is het meest juridische boek van de reeks. Davis vertelde dat ze pas na vijftien jaar schrijven over informanten een studie las waarin stond wat Romeinse delatores werkelijk deden — en dat inzicht zit in dit boek verwerkt. Het laat zien hoe het Romeinse recht in de praktijk functioneerde: zonder openbaar ministerie, met particuliere aanklagers die een percentage van de boete opstreken, met getuigen die onder druk stonden en met een rechtsgang waarin welsprekendheid zwaarder woog dan bewijs. Ondertussen ontwikkelen de twee zwagers zich tot bruikbare medewerkers, elk op zijn eigen manier: de een verdiept zich in verwantschapsrecht, de ander krijgt onverwacht een erfgenaam. Helena vertrouwt de jonge vrouw die zich zo hulpeloos voordoet voor geen cent. En Falco, die zijn leven lang de gevestigde orde heeft bespot, ontdekt dat hij haar wapens moet gebruiken om er iets tegen te kunnen beginnen. Wie de reeks tot hier heeft gevolgd, ziet hem bovendien in een rol die hem in het eerste deel nog niet zou hebben gepast: niet de buitenstaander die het systeem bespot, maar de man die er middenin staat en er iets mee moet aanvangen.
16 · Scandal Takes a Holiday
Rome had een dagblad. De Acta Diurna werd op borden in het openbaar aangeplakt en bevatte naast officiële mededelingen ook een roddelrubriek, geschreven door een keizerlijke vrijgelatene die publiceerde onder het pseudoniem Infamia. Die man, Diocles, is verdwenen, en Falco krijgt de opdracht hem te zoeken. Het spoor loopt naar Ostia, de havenstad aan de monding van de Tiber, waar Falco met zijn gezin neerstrijkt: Helena, zijn dochters Julia en Favonia, pleegdochter Albia, zijn zuster Maia en de zwager die hij het minst kan uitstaan, Gaius Baebius. Petronius Longus is er ook, maar niet voor zijn plezier; hij zit achter een misdaadbaas aan die hij in Britannia uit het oog verloor. Het begint als een luchtige zaak aan zee. Diocles' collega's vinden hem begaafd maar onbetrouwbaar en gaan ervan uit dat hij spijbelt. Zijn hospita weet van niets. Op zijn kamer laat hij niet meer achter dan twee schrijftafeltjes: op het ene staat een naam, Damagoras, op het andere een merkwaardig rasterpatroon. De enige die iets over die naam wil zeggen blijkt uitgerekend Gaius Baebius te zijn, wat Falco tot wanhoop drijft. De naam voert naar een landgoed ten noorden van de stad, en van daar naar een gezelschap oudere heren met een verleden op zee. Piraterij bestaat officieel niet meer sinds Pompeius de zeeën schoonveegde, zoals iedereen weet. Wat voormalige zeerovers doen wanneer ze geen zeerover meer zijn, is een vraag waar dit boek uitvoerig op ingaat. Intussen weigert Ostia zich als vakantieoord te gedragen. Een jongetje komt bij de vigiles vertellen dat zijn moeder niet wakker wordt. Een tuinman vreest voor zijn leven. Zelfs Gaius Baebius meldt zich ziek. Er zijn zeelieden die een gevaarlijk spel spelen met hun loopplank, er is een Illyriër die waarschijnlijk geen Illyriër is, er rijdt een jongeman veel te hard door de stad met een opzichtige wagen, en er is een meisje met te veel romantische ideeën. Falco, die niet kan zwemmen, voelt zich in een havenstad sowieso niet op zijn gemak. Het zestiende deel uit 2004 is een van de zonniger boeken van de reeks, maar Davis gebruikt het decor om te laten zien waar Rome van leefde: Ostia en de nieuwe haven Portus verwerkten de graanvloot waarvan de hoofdstad afhankelijk was, met pakhuizen, gilden, reders en een bevolking die uit het hele Middellandse Zeegebied kwam. De gezinsvakantie levert daarnaast de gebruikelijke huiselijke spanningen op, met een zuster die niet weet wat ze wil en een vriend die aan het eind van zijn krachten is. De titel speelt met het pseudoniem van de vermiste journalist: de schandaalrubriek van Rome is met vakantie, en de vraag is of ze ooit terugkomt. Petronius en Falco delen intussen een logeeradres, wat de spanning tussen hen niet wegneemt. Falco houdt zichzelf bovendien voor dat er in deze zaak geen doden zullen vallen; vaste lezers weten wat zo'n voornemen waard is.
17 · See Delphi and Die
De eerste eeuw was de gouden eeuw van het toerisme. Wie geld had, reisde naar Griekenland en Egypte om de wereldwonderen te zien, met gidsen die onverstaanbaar ratelden, hotels die eeuwig in de steigers stonden en reisorganisaties die bij problemen nergens van wisten. De wegen waren slecht, de bedden hard en het weer onbetrouwbaar, en wie onderweg overleed, kon erop rekenen dat de Romeinse havenautoriteiten invoerrechten probeerden te heffen op zijn as. In dat decor speelt het zeventiende deel uit 2005. Via zijn zwager Aulus hoort Falco over twee jonge Romeinse vrouwen die in Griekenland om het leven zijn gekomen, allebei bij Olympia, met drie jaar ertussen. Aulus hoort in Athene rechten te studeren, maar heeft zich in plaats daarvan op de zaak gestort. Falco krijgt daarmee een dubbele opdracht: de student terug naar zijn colleges sturen, en uitzoeken wat er bij het oude Olympische heiligdom is gebeurd. Samen met Helena reist hij naar Griekenland en sluit hij zich aan bij het reisgezelschap waarmee een van de vrouwen op vakantie was. Dat gezelschap is geboekt bij Zeven Bezienswaardigheden, een reisorganisatie met een twijfelachtige reputatie die op dat moment rondritten door Griekenland verzorgt. De route voert langs Olympia, Korinthe, Delphi, het orakel van Trophonios bij Lebadeia en ten slotte Athene, met onderweg standbeelden, tempels, orakels en buitenlands eten dat Falco met diep wantrouwen bekijkt. Het onderzoek stuit op het probleem dat het rijk zich weinig gelegen laat liggen aan een provincie die vooral als bezienswaardigheid wordt beschouwd. De gouverneur is met vakantie, zijn plaatsvervanger heeft andere zorgen, en niemand heeft behoefte aan een Romein die oude sterfgevallen oprakelt. Als Falco in Olympia wordt aangevallen en zijn belager later zelf dood wordt gevonden, krijgt zijn eigen reisgezelschap de schuld en moet hij met weinig geld en veel boze omstanders naar Korinthe uitwijken. Wel is dan duidelijk dat de sporen naar de atleten leiden die bij het heiligdom trainden. Davis bouwde het boek, zoals vaker in de reeks, rond een herkenbaar modern gegeven: de georganiseerde groepsreis, met alles wat daarbij hoort aan reisgenoten die je niet zelf hebt uitgekozen. Daaronder zit een serieuzer verhaal over jonge vrouwen die ver van huis niets en niemand hebben om op terug te vallen, en over een bedrijf dat er belang bij heeft dat er geen vragen worden gesteld. De titel is een variatie op de uitdrukking dat men Napels gezien moet hebben voor men sterft, en slaat tegelijk op de doden die in dit boek bij de toeristische trekpleisters vallen. Voor Falco is het bovendien een confrontatie met de klassieke cultuur waar Rome zo trots op is: veel gips, veel gidsenpraat, en heel af en toe iets dat werkelijk indruk maakt. Daarnaast loopt de vraag mee wat er drie jaar eerder bij hetzelfde heiligdom met de andere jonge vrouw is gebeurd, en waarom dat onderzoek destijds zo snel werd gesloten.
18 · Saturnalia
December in Rome, en de stad viert Saturnalia: het feest waarop de rollen worden omgedraaid, slaven hun meesters commanderen en meesters zich in hun studeerkamer verstoppen. Voor Falco is het een week van pure ellende. Er wordt gedronken, geknoeid en gegild, beelden wankelen, kinderen zijn misselijk, cadeaus zijn onbruikbaar en zelfs de hond houdt het niet meer uit. Het feest was ooit bedoeld om oude ruzies bij te leggen; in de praktijk komen ze er juist bovendrijven. Middenin die chaos verdwijnt iemand die absoluut niet mag verdwijnen. Veleda, de Germaanse priesteres en zieneres die jaren eerder samen met Julius Civilis de Bataafse opstand aanvoerde, is spoorloos. Voor Rome is dat een veiligheidsprobleem van de eerste orde, want zolang zij vrij rondloopt is er een naam waaromheen ontevredenheid aan de grens zich kan verzamelen. Falco is een van de weinigen die haar ooit onder ogen is gekomen, tijdens zijn missie in Germanië, en dat maakt hem tot de aangewezen man om haar te zoeken. Het achttiende deel uit 2007 grijpt daarmee nadrukkelijk terug op The Iron Hand of Mars uit 1992, en haalt personages en gevoeligheden uit dat boek opnieuw naar voren. De zoektocht wordt bemoeilijkt door alles waar Rome in deze dagen mee bezig is: een keizerlijk apparaat dat vooral met zichzelf overhoop ligt, hooggeplaatste officieren die elkaar de loef willen afsteken, een Praetoriaanse garde die zich door de hoofdspion laat opjutten, en een bevolking die het allemaal weinig kan schelen zolang de wijn stroomt. Ondertussen sterft een jonge man die alles had om voor te leven op een afschuwelijke manier, en heeft Falco geen idee of dat met zijn zaak te maken heeft. Rond de hoofdzaak woekert het gebruikelijke familieleven. Een prins is liefdesverdriet nabij, Helena's broer weet niet of hij dat ook is, en de leden van de familie Didius wisselen geschenken uit die zelfs naar hun maatstaven bijzonder ongelukkig gekozen zijn. Artsen verdienen goud geld aan het feest, alternatieve genezers ook, en aan de rand van de samenleving — bij de mensen die in de officiële stukken niet voorkomen — is er van feestvreugde weinig te merken. Davis gebruikt het feest als een spiegel: één week per jaar mocht Rome doen alsof de standenmaatschappij niet bestond, en juist die week laat zien hoe stevig ze overeind stond. Falco beweegt zich door beide werelden, van de rijke huizen met hun wanordelijke banketten tot de achterbuurten waar donkere krachten gewoon inhuurbaar zijn, en heeft daarbij zowel hulp als hinder van gezichten uit zijn verleden. Dat hij tegen de klok werkt, weet hij; wat er gebeurt als hij te laat komt, weet niemand. Tegelijk is dit een van de weinige delen waarin Rome zelf het volledige decor vormt: geen zeereis, geen provincie, alleen de stad in het hart van de winter, met haar processies, haar overvolle straten en haar achterbuurten.
19 · Alexandria
Na Griekenland is Egypte aan de beurt. Falco reist met zijn gezin naar Alexandrië om de resterende wereldwonderen te zien: de vuurtoren op Pharos en, verderop, de piramiden. Het gezelschap logeert bij zijn oom Fulvius en diens metgezel Cassius, twee gepensioneerde heren die overduidelijk met iets bezig zijn wat het daglicht niet verdraagt. De eerste avond is er een diner, waarvoor ook Theon is uitgenodigd, de hoofdbibliothecaris van het Serapeion. Kort daarna wordt Theon dood gevonden, opgesloten in zijn eigen werkkamer, en daarmee staat Falco's complete familie op de lijst van verdachten. Om iedereen vrij te pleiten begint hij rond te vragen bij de instelling waar Theon werkte, en dat betekent kennismaken met het academische bedrijf van de oudheid: de Grote Bibliotheek, waar in theorie alle kennis van de wereld ligt opgeslagen, met een directeur die veel minder onbenullig is dan hij lijkt, een natuuronderzoeker met eigen dierentuin, geleerden die elkaar decennialang de tent uit vechten en een bestuur dat bij elke beslissing verstijft. Het blijft niet bij één dode. Een oude geleerde wordt levenloos in de bibliotheek aangetroffen, en een student komt op gruwelijke wijze om het leven bij de dieren. Er wordt in het openbaar sectie verricht op een lichaam, wat in Egypte verboden is en de betrokkene een arrestatie kan opleveren, en de uitkomsten daarvan brengen het onderzoek eindelijk verder. Ondertussen duikt Thalia op, de circusvrouw die Falco al jaren kent en die naar eigen zeggen zaken komt bespreken, en verschijnt ook Falco's vader in Alexandrië, eveneens om zaken te doen met oom Fulvius. Dat is zelden goed nieuws. Davis stelde zichzelf bij dit negentiende deel uit 2009 de opgave om een roman in het Romeinse Egypte te schrijven zonder farao's, zonder mummificatierituelen, zonder eendenjacht op de Nijl en met zo min mogelijk piramides. Wat overblijft is de grote Griekse havenstad zoals die in de eerste eeuw functioneerde: een wereldstad met een bibliotheek als machtsfactor, een levendige handel, een gemengde bevolking en een Romeins bestuur dat de provincie vooral als graanschuur beschouwt. De boekrollen zelf spelen daarin een hoofdrol, want een verzameling die alle kennis van de wereld bevat, vertegenwoordigt ook een enorm vermogen. Tegen het einde raakt de stad letterlijk in nevel en zand gehuld, staat de Pharos in de mist, gaan de piramiden schuil in een zandstorm en steekt er een onaangename wind op uit de woestijn. Als er dan ook nog brand wordt gesticht, komt het aan op een uitvinder die voor gek doorgaat en op het feit dat Falco toevallig weet hoe diens nuttigste apparaat werkt. Wie het geleerde gekrakeel kan waarderen, vindt hier een moordzaak waarin ijdelheid, subsidies en reputaties net zo dodelijk blijken als vergif. De titel verwijst eenvoudigweg naar de stad waar de sterfgevallen plaatsvinden; het boek kwam uit in 2009, een jaar voor het afsluitende deel van de reeks.
20 · Nemesis
Het twintigste en laatste Falco-boek begint met verlies in de naaste kring, gevolgd door iets wat volgens iedereen meevallen zou: een erfenis. Falco's vader, veilingmeester en levenslange bron van ergernis, laat de familie een aanzienlijk vermogen na. Voor een man die er twintig boeken lang naar heeft gestreefd om genoeg geld te hebben, valt die klap harder dan verwacht, temeer omdat er verplichtingen aan vastzitten die hij er niet bij had gewild. Om aan het huiselijke tumult te ontsnappen begint Falco de zakelijke nalatenschap door te nemen: contacten, debiteuren, crediteuren. Daarbij stuit hij op een schuld die nooit is voldaan, eenvoudigweg omdat de schuldeiser niet meer te vinden is. Julius Modestus is verdwenen. Falco reist met zijn pleegdochter Albia naar de stadjes ten zuiden van Rome om hem te zoeken, betaalt de schuld uit aan een neef van de vermiste en vraagt zich intussen af waarom niemand in de streek er iets over wil zeggen. Petronius Longus, inmiddels commandant van de vigiles in het twaalfde district, vindt Modestus uiteindelijk wel — en de toestand waarin maakt van een verdwijningszaak een moordonderzoek. Het spoor voert naar de Pontijnse moerassen, een van de weinige streken waar zelfs Romeinen liever niet komen: laaggelegen, ziekmakend, dunbevolkt en verwaarloosd. Daar woont de familie Claudius, een clan van keizerlijke vrijgelatenen die zich beroept op vrienden aan het hof en die niemand als buren wil hebben. Dat ze in Rome ook niet welkom zijn, zegt genoeg. Naarmate Falco en Petronius dieper graven, raakt Anacrites geïnteresseerd, en de hoofdspion doet wat hij altijd doet: hij trekt de zaak naar zich toe. Zijn gedrag wordt daarbij grilliger dan Falco ooit heeft meegemaakt. Er valt een tweede slachtoffer, op dezelfde manier toegetakeld als het eerste, en daarmee is duidelijk dat het onderzoek geen kwestie van geld of politiek is. Davis liet bij dit deel uit 2010 bewust weg wat er verder over de plot te zeggen valt; de titel, de naam van de Griekse godin van de vergelding, moet volstaan. Nemesis strafte hoogmoed, en hoogmoed is in dit boek ruim vertegenwoordigd, van de familie in de moerassen tot de dienaren van de keizer. Het boek is bovendien geschreven als een afronding. Vrienden die elkaar al sinds hun diensttijd kennen, komen op een punt waarop ze onaangename dingen over zichzelf te horen krijgen; twee families botsen en niet allebei komen ze heel uit die botsing; van de mensen die erbij betrokken zijn, komt er nauwelijks een ongeschonden uit. Na dit deel verlegde Davis de reeks naar de volgende generatie, met Falco's pleegdochter Albia als hoofdpersoon van een eigen romanserie. Wie de twintig delen op volgorde heeft gelezen, vindt hier de rekening voor een groot deel van wat eraan voorafging. Falco wijkt in dit boek herhaaldelijk uit naar de kust, deels om aan de eisen van het gezinsleven te ontsnappen, en juist daar stuit hij op het raadsel dat hem niet meer loslaat.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | The Silver Pigsbol.com: Silver Pigs | 9780099515050 | 0099515059 |
| 2 | Shadows in Bronzebol.com: Shadows In Bronze | 9780099515067 | 0099515067 |
| 3 | Venus in Copperbol.com: Venus In Copper | 9780099515074 | 0099515075 |
| 4 | The Iron Hand of Marsbol.com: The Iron Hand Of Mars | 9780099200918 | 0099200910 |
| 5 | Poseidon's Goldbol.com: Poseidon's Gold | 9780099831907 | 0099831902 |
| 6 | Last Act in Palmyrabol.com: Last Act In Palmyra | 9780099515128 | 0099515121 |
| 7 | Time to Departbol.com: Time to Depart | 9780099338819 | 0099338815 |
| 8 | A Dying Light in Cordubabol.com: A Dying Light in Corduba | 9780446606806 | 0446606804 |
| 9 | Three Hands in the Fountainbol.com: Three Hands in the Fountain | 9780446607742 | 0446607746 |
| 10 | Two for the Lionsbol.com: Two for the Lions | 9780099799610 | 0099799618 |
| 11 | One Virgin Too Manybol.com: One Virgin Too Many | 9780099799719 | 0099799715 |
| 12 | Ode to a Bankerbol.com: Ode To A Banker | 9780099298205 | 0099298201 |
| 13 | A Body in the Bath Housebol.com: Body In The Bath House | 9780099515180 | 0099515180 |
| 14 | The Jupiter Mythbol.com: The Jupiter Myth | 9780099298403 | 0099298406 |
| 15 | The Accusersbol.com: The Accusers | 9780099515227 | 0099515229 |
| 16 | Scandal Takes a Holidaybol.com: Scandal Takes A Holiday | 9780099445272 | 0099445271 |
| 17 | See Delphi and Diebol.com: See Delphi And Die | 9780099515241 | 0099515245 |
| 18 | Saturnaliabol.com: Saturnalia | 9780099493839 | 0099493837 |
| 19 | Alexandriabol.com: Alexandria | 9780099515623 | 0099515628 |
| 20 | Nemesisbol.com: Nemesis | 9780099536772 | 0099536773 |
Gerelateerde reeksen
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik de Falco-boeken?
Begin bij The Silver Pigs (1989) en lees door tot en met Nemesis (2010), in de volgorde van de tabel.
Moet ik de reeks op volgorde lezen?
Het is wel aan te raden. Elke roman heeft een eigen zaak, maar Falco's relaties, familie en positie in Rome veranderen door de reeks heen.
Hoeveel Falco-boeken zijn er?
Twintig romans, verschenen tussen 1989 en 2010. De reeks is af.
Wat lees ik na Nemesis?
De Flavia Albia-reeks, over Falco's geadopteerde dochter. Die begon in 2013 met The Ides of April en loopt nog.
Is de reeks verfilmd?
The Silver Pigs werd in 1993 heel vrij verfilmd als Age of Treason; Davis liet haar naam van de aftiteling halen. De BBC maakte hoorspelen van de eerste vijf boeken.