De leesvolgorde
| Nr. | Titel | Jaar | Prijs indicatief | Waar te koop |
|---|---|---|---|---|
| 1 |
|
1913 | € 8,92 | Bekijk bij bol.com |
| 2 |
In the Shadow of Young Girls in Flower À l'ombre des jeunes filles en fleurs € 16,00 Bekijk bij bol.com
|
€ 16,00 | Bekijk bij bol.com | |
| 3 |
|
1920 | € 9,99 | Bekijk bij bol.com |
| 4 |
|
1922 | € 10,92 | Bekijk bij bol.com |
| 5 |
|
1923 | € 14,00 | Bekijk bij bol.com |
| 6 |
The Fugitive Albertine disparue
|
1925 | volgt | volgt |
| 7 |
|
1927 | € 8,00 | Bekijk bij bol.com |
Lees de zeven delen in de volgorde van de tabel; dat is de volgorde van verschijnen én van het verhaal. Deel 2 werd eind 1918 gedrukt en kwam in 1919 in de winkel; daarom staat er geen jaartal bij. Deel 3 en 4 verschenen elk in twee banden (1920-1921 en 1921-1922). Deel 5 tot en met 7 verschenen pas na Prousts dood. De tabel gebruikt Engelse titels; tussen haakjes staat de Franse titel.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
Nederlandse vertaling
Thérèse Cornips vertaalde de cyclus in het Nederlands en kreeg daarvoor in 1999 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs. De titels: De kant van Swann, In de schaduw van meisjes in bloei (vertaald door Philippe Noble en Désirée Schyns, 2018), De kant van Guermantes, Sodom en Gomorra, De gevangene, De voortvluchtige en De tijd hervonden.
Swanns kant op
Alternatieve Nederlandse vertaling van het eerste deel door Rokus Hofstede en Martin de Haan uit 2015.
Over Marcel Proust
Marcel Proust (1871-1922) werd geboren in de Parijse wijk Auteuil, in een welgestelde familie. Zijn vader was een bekende arts. Proust had van jongs af aan zware astma, wat zijn opleiding vaak onderbrak. Als jonge man verkeerde hij veel onder aristocraten en de rijke burgerij, de kringen waaruit hij later putte voor zijn roman.
Het eerste deel van zijn roman liet hij in 1913 op eigen kosten uitgeven bij Grasset, nadat andere uitgevers het hadden afgewezen. Voor deel 2 kreeg hij in 1919 de Prix Goncourt. Hij overleed in november 1922; zijn broer Robert Proust zorgde voor de uitgave van de laatste drie delen.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · Swann's Way
Het eerste deel van Marcel Prousts romancyclus, in het Frans Du côté de chez Swann, begint met een man die 's nachts wakker ligt en niet meer weet in welke kamer hij is. Uit die verwarring komen de herinneringen los aan Combray, het dorpje waar hij als kind de zomers doorbracht bij familie. Het pijnlijkste wat hij zich herinnert is een kleinigheid: de avonden waarop zijn moeder hem geen nachtkus kwam geven omdat er bezoek was, en de listen die hij verzon om haar toch boven te krijgen. Proust behandelt dat jongensverdriet met dezelfde ernst als een staatszaak, en dat is meteen de toon van het hele werk.
Beroemd is de scène waarin de verteller als volwassene een in lindebloesemthee gedoopt madeleinekoekje proeft. De smaak roept zonder enige inspanning een hele wereld terug die hij kwijt dacht te zijn: het huis van zijn tante, de kerk, de tuin, de mensen. Uit die onwillekeurige herinnering groeit het hele boek. Combray wordt vervolgens in geuren en kleuren opgeroepen, met twee wandelingen die in het geheugen van het kind de vorm krijgen van twee tegengestelde werelden: de kant van Méséglise, langs het landgoed van de rijke Swann, en de kant van Guermantes, waar een adellijke familie woont die het kind vooral als een naam kent.
In het midden van het boek staat een verhaal dat de verteller niet zelf heeft meegemaakt en dat zich jaren voor zijn geboorte afspeelt: de liefde van Charles Swann voor Odette de Crécy. Swann is een verfijnde, in alle salons gevierde man die verliefd wordt op een vrouw die volgens zijn eigen maatstaven niet eens zijn type is. Wat begint als een vrijblijvende verhouding verandert in een jaloezie die zijn leven overneemt. Een muzikale frase uit een sonate van de componist Vinteuil wordt het geheime teken van die liefde, en het salon van de Verdurins, waar iedereen elkaar bewierookt en buitenstaanders meedogenloos worden weggehoond, vormt het decor.
Het slotdeel keert terug naar de verteller, inmiddels een jongen in Parijs die verliefd is op Gilberte, de dochter van Swann en Odette. Hij wacht op haar in de Champs-Élysées, leest te veel in elk gebaar en ontdekt hoezeer een naam of een plaats in de verbeelding iets anders is dan in werkelijkheid.
Proust publiceerde het boek in 1913 voor eigen rekening, nadat uitgevers het hadden geweigerd. Het is het eerste van zeven delen die samen een van de langste romans uit de wereldliteratuur vormen. De stijl is berucht: zinnen die over hele bladzijden doorlopen, met bijzinnen die zelf weer kleine verhalen bevatten. Wie het ritme te pakken krijgt, merkt dat die lengte geen opsmuk is maar precisie, omdat Proust een gedachte niet wil samenvatten maar wil laten zien terwijl hij zich vormt.
Het is geen boek dat je om de plot leest. Het gaat over tijd, over geheugen, over de vraag waarom we verlangen naar mensen die ons ongelukkig maken, en over de afstand tussen wat we van iemand denken en wie die iemand is. Dit openingsdeel zet al die thema's uit en levert bovendien, in het verhaal van Swann, een compacte roman die ook op zichzelf te lezen is.
2 · In the Shadow of Young Girls in Flower
In het tweede deel, À l'ombre des jeunes filles en fleurs, is de verteller een paar jaar ouder en nog altijd bezig te leren hoe zijn eigen gevoelens werken. Het boek valt in twee helften uiteen. In de eerste blijft hij in Parijs, waar hij eindelijk wordt toegelaten in het huis van de Swanns. Hij komt over de vloer bij Gilberte, drinkt thee met haar moeder Odette en maakt van dat gezin een soort heiligdom. Juist die nabijheid ondermijnt zijn verliefdheid: hoe vertrouwder alles wordt, hoe minder er te verlangen valt, en na een ruzie kiest hij voor een zwijgen dat hem meer pijn doet dan haar.
Ook zijn eerste kennismaking met de kunst krijgt in dit deel een gezicht. Hij ziet de beroemde actrice La Berma spelen en merkt tot zijn schrik dat hij niets voelt van wat hij had verwacht te voelen. Hij ontmoet de schrijver Bergotte, jarenlang zijn afgod, en die blijkt een gewone man met een onaangename neus en alledaagse meningen. Proust laat zijn verteller keer op keer ontdekken dat bewondering vooraf iets anders is dan ervaring achteraf.
De tweede helft speelt in Balbec, een badplaats aan de Normandische kust, waar hij met zijn grootmoeder logeert in een groot hotel. Hier gaat de wereld voor hem open. Hij raakt bevriend met Robert de Saint-Loup, een jonge officier van adel die zijn vooroordelen aan zijn laars lapt, en hij ontmoet diens oom, de hooghartige baron de Charlus, een man vol tegenstrijdigheden die beurtelings charmant en bijtend is. De schilder Elstir laat hem in zijn atelier zien hoe een kunstenaar de wereld opnieuw leert bekijken, alsof hij nog niet weet hoe de dingen heten.
En dan zijn er de meisjes. Op de boulevard loopt een groepje vriendinnen dat zich om niemand bekommert, luidruchtig en gesloten tegelijk, en de verteller raakt er volledig door in de ban. Hij weet eerst niet eens welke van hen hij het mooist vindt; ze vormen voor hem een bewegende bloemenkrans waarvan de afzonderlijke gezichten steeds van plaats wisselen. Langzaam maakt Albertine Simonet zich uit die groep los, een meisje met donker haar en een spottende mond, en zij zal de rest van de cyclus beheersen.
Het boek verscheen in 1919 en kreeg de Prix Goncourt, waarmee Proust van een moeilijk te plaatsen zonderling in een gevierd schrijver veranderde. Het is het lichtste en vrolijkste deel van de zeven: er is zon, er is zee, er is jeugd, en de wanhoop van de latere boeken is nog ver weg.
Toch wordt hier alles voorbereid. De verteller leert in Balbec hoe verlangen werkt: hij wil vooral wat hij niet kan krijgen, en zodra hij het krijgt verschuift zijn belangstelling. Hij merkt ook dat mensen nooit één gezicht hebben maar met elke ontmoeting iemand anders lijken. Wie dit deel leest, ziet de bouwstenen van een van de grootste liefdesgeschiedenissen uit de literatuur op hun plaats vallen, terwijl het nog niet meer lijkt dan een zomervakantie.
3 · The Guermantes Way
Le Côté de Guermantes brengt de verteller in de wereld waar hij als kind alleen van kon dromen. Zijn familie verhuist naar een woning in een vleugel van het Parijse stadspaleis van de Guermantes, en daarmee is de adellijke naam die in Combray zo goed als mythisch klonk opeens een buurvrouw. Hij loert naar de hertogin wanneer zij uitgaat, richt zijn wandelingen zo in dat hij haar toevallig tegenkomt en verbeeldt zich een hele geschiedenis achter haar blik. Dat zij hem hoogstwaarschijnlijk niet eens opmerkt, ontgaat hem volkomen.
Om dichter bij haar te komen reist hij naar de garnizoensplaats waar zijn vriend Saint-Loup dient. Daar hoort hij officieren praten over strategie en over de affaire-Dreyfus, die in deze jaren heel Frankrijk in twee kampen verdeelt en ook door de salons een scheidslijn trekt. Terug in Parijs krijgt hij eindelijk toegang tot de kringen waar hij zo naar verlangde: eerst bij de markiezin de Villeparisis, later aan tafel bij de hertogin zelf.
Wat hij daar aantreft is het onderwerp van het boek. Proust beschrijft een middag en een diner met de nauwkeurigheid van een etnograaf: wie wie het eerst mag begroeten, hoe een geestigheid wordt doorverteld tot ze een reputatie vestigt, hoe wreedheid in beleefde vorm wordt geserveerd. De beroemde Guermantes-geest blijkt voor een groot deel te bestaan uit oude grappen en aangeleerde onverschilligheid. De verteller is te eerlijk om te doen alsof hij niet betoverd is, en te scherp om niet te zien hoe leeg het allemaal is.
Daar dwars doorheen loopt het sterfbed van zijn grootmoeder, en dat zijn de bladzijden die lezers het langst bijblijven. Proust beschrijft haar ziekte zonder omhaal, met de onhandige artsen, de valse hoop, de vernedering van een lichaam dat het begeeft, en hij zet die scènes pal naast de conversaties over niets in de salons. Voor de verteller en zijn moeder verandert het alles, al merkt de buitenwereld er nauwelijks iets van.
Ook Albertine keert terug. Zij komt hem in Parijs opzoeken, en wat in Balbec nog een onbereikbare bekoring was, wordt hier tastbaarder en tegelijk raadselachtiger. Verder vangt de verteller aan het slot van het boek in een binnenplaats een tafereel op tussen de baron de Charlus en een kleermaker uit de buurt, een moment dat hij nog niet goed kan plaatsen maar dat de deur opent naar het volgende deel.
Het boek verscheen in twee stukken, in 1920 en 1921, en is het meest maatschappelijke deel van de cyclus. Het tempo ligt laag en Proust vraagt geduld: hele hoofdstukken bestaan uit gesprekken waarin zogenaamd niets gebeurt. Wie dat volhoudt, krijgt een ontleding van status en snobisme die na honderd jaar nog altijd klopt.
De verteller bereikt in dit deel wat hij wilde en ontdekt daarmee de wet die de hele roman beheerst: een begeerte die vervuld wordt, verliest haar glans op het moment van vervulling. De naam Guermantes betekent na dit boek nooit meer wat hij in Combray betekende, en die ontnuchtering is geen nederlaag maar een vorm van inzicht.
4 · Sodom and Gomorrah
Het vierde deel, Sodome et Gomorrhe, begint met wat de verteller aan het eind van het vorige boek op de binnenplaats zag. Hij is er getuige van hoe de baron de Charlus en de kleermaker Jupien elkaar zonder één woord herkennen, en Proust gebruikt die ontmoeting als aanleiding voor een lange bespiegeling over wat hij het volk van de verdoemden noemt: mannen en vrouwen die hun liefde verborgen moeten houden en die daardoor een eigen, over heel Europa verspreide samenleving vormen, met eigen tekens en eigen wetten. Het is een van de eerste keren dat een Franse roman dit onderwerp zo uitvoerig behandelt, en de titel verwijst naar de twee bijbelse steden.
Daarna gaat het boek naar een avondfeest bij de prinses de Guermantes, waar de verteller eindelijk tot de hoogste kringen wordt toegelaten en waar hij Swann terugziet, die ziek is en dat weet. Vervolgens vertrekt hij opnieuw naar Balbec, de badplaats van deel twee, maar de plaats is niet meer dezelfde. Zijn grootmoeder is er niet, en pas daar, bij het bukken om zijn schoenen uit te trekken, treft het verdriet om haar dood hem werkelijk. Proust laat zien dat rouw niet komt wanneer het hoort, maar wanneer een gebaar of een geur hem oproept.
In Balbec hervat hij zijn verhouding met Albertine, en tegelijk begint de jaloezie die de rest van de cyclus zal beheersen. Hij vermoedt dat zij vrouwen bemint, ondervraagt haar, betrapt zichzelf op het uitpluizen van elk antwoord en gelooft haar afwisselend wel en niet. Zij ontsnapt hem juist doordat hij haar wil vasthouden: hoe meer hij wil weten, hoe minder hij zeker weet.
Naast dat verhaal loopt een tweede, half komische lijn. De baron de Charlus raakt in de ban van Charlie Morel, een jonge violist van eenvoudige afkomst die zijn bewonderaar naar believen gebruikt. Hun verhouding speelt zich grotendeels af in het salon van mevrouw Verdurin, dat in Balbec een zomerafdeling heeft en waar de gastvrouw haar gasten met even veel gemak verheft als vernietigt. De autotochten door het Normandische achterland, de treinreisjes en de gesprekken over niets geven het boek een losse, bijna zomerse sfeer waaronder de spanning oploopt.
Sodome et Gomorrhe verscheen in 1921 en 1922; het tweede stuk was het laatste deel dat Proust zelf nog volledig voor publicatie kon voorbereiden. Het is het breedste en meest satirische deel van de cyclus, met een grote hoeveelheid personages die allemaal iets verbergen.
Het boek eindigt met een ommekeer. Een enkele mededeling van Albertine, over een afspraak die zij wil nakomen, brengt de verteller in een paniek die hij zelf nauwelijks begrijpt, en hij neemt in een opwelling een beslissing over hun toekomst die zijn leven en dat van haar zal vastzetten. Wie de eerste drie delen heeft gelezen, herkent het patroon: bij Proust wordt liefde pas serieus zodra ze in bezit dreigt te veranderen.
5 · The Prisoner
La Prisonnière is het smalste en benauwdste deel van de cyclus. Albertine woont nu bij de verteller in het Parijse appartement van zijn ouders, zonder dat ze getrouwd zijn en zonder dat iemand precies weet wat hun verhouding is. Hij houdt haar er feitelijk gevangen: hij bepaalt wanneer zij uitgaat, met wie, en hij laat haar volgen door een vriendin die hem verslag uitbrengt. Zijn motief is geen verlangen maar angst. Zolang zij binnen is, kan er niets gebeuren wat hij niet weet.
Proust brengt het grootste deel van het boek door binnen vier muren, en hij maakt van die beperking een voordeel. De verteller bestudeert Albertine zoals een geleerde een verschijnsel bestudeert: hij kijkt naar haar terwijl zij slaapt en vindt haar dan het mooist, omdat zij op dat moment niets voor hem verbergt. Hij analyseert haar zinnen op leugens, ontdekt dat een ontkenning net zo goed een bekentenis kan zijn, en merkt hoe zijn eigen gevoel per uur omslaat van hartstocht in verveling en terug. Wanneer zij weg is, wil hij haar; wanneer zij naast hem zit, denkt hij aan reizen.
Buiten het appartement gaat het leven intussen door. De verteller hoort van het laatste ziekbed van de schrijver Bergotte, wiens dood Proust beschrijft in een van de beroemdste passages van het werk, voor een schilderij van Vermeer. En er is een groot muziekavond bij de Verdurins, waar Morel een septet van de componist Vinteuil uitvoert. Die muziek raakt de verteller dieper dan wat ook: hier is iemand erin geslaagd zijn binnenste wereld zo vorm te geven dat een ander hem kan horen, en dat is precies wat de verteller zelf nooit lukt. Op dezelfde avond zet mevrouw Verdurin een intrige in gang tegen de baron de Charlus die laat zien hoe gevaarlijk een gastvrouw kan zijn.
Terug thuis gaat het gekibbel verder. De verteller verzwijgt waar hij is geweest, Albertine verzwijgt wat zij denkt, en beiden houden elkaar in een evenwicht dat op niets rust. Hij besluit meermalen dat hij niet meer van haar houdt en dat hij er een eind aan zal maken, en telkens stelt hij het uit omdat hij het idee niet verdraagt dat zij ergens zou zijn waar hij haar niet ziet. Het boek eindigt met een verandering in die situatie waar hij niet op gerekend had.
La Prisonnière verscheen in 1923, een jaar na Prousts dood, en is door zijn broer en zijn uitgever uit de nagelaten papieren samengesteld. Dat merk je soms aan losse eindjes, maar het deel is als geheel opmerkelijk hecht.
Het is een boek over bezit dat zichzelf onmogelijk maakt. Proust laat zien dat je een mens kunt opsluiten zonder ooit te weten wat er in dat hoofd gebeurt, en dat jaloezie geen bijverschijnsel van liefde is maar bij deze verteller de motor ervan. Wie geduld heeft voor de trage, cirkelende gedachtegangen krijgt er een van de scherpste beschrijvingen van een verstikkende relatie voor terug die er bestaat.
6 · The Fugitive
Het zesde deel, in het Frans verschenen als Albertine disparue, begint op het moment dat de verteller alleen achterblijft. De vrouw om wie zijn hele bestaan was gaan draaien is er niet meer, en hij ontdekt dat hij haar pas werkelijk begeert nu zij buiten zijn bereik is. Zijn eerste reactie is berekening: hij stuurt boodschappers, hij speelt onverschilligheid, hij schrijft brieven waarin hij het tegenovergestelde zegt van wat hij wil. Geen van die manoeuvres werkt, en kort daarna verliest hij haar definitief.
Wat volgt is een van de nauwkeurigste beschrijvingen van rouw in de literatuur. Proust laat het verdriet niet in één golf komen maar in stukjes, gebonden aan uren van de dag, aan een straatnaam, aan een gewoonte die opeens geen doel meer heeft. De verteller moet zijn verlies telkens opnieuw ontdekken, omdat delen van hemzelf nog niet weten wat er gebeurd is. Tegelijk gaat hij door met wat hij tijdens haar leven ook al deed: hij stuurt iemand op onderzoek uit om te achterhalen wat zij vroeger deed en met wie, en de antwoorden die hij krijgt maken hem niet rustiger.
Dan zet een tweede, ongemakkelijker beweging in. Het verdriet neemt af. De verteller merkt dat hij hele middagen niet aan haar heeft gedacht, dat een gezicht op straat hem afleidt, dat hij een artikel in de krant belangrijker vindt dan haar nagedachtenis. Hij herkent het patroon uit zijn verliefdheid op Gilberte, die hem destijds ook onvervangbaar leek. Dat vergeten doet bijna meer pijn dan het verlies zelf, want het bewijst dat het ik dat van haar hield al bezig is te verdwijnen.
Om zich te herstellen reist hij met zijn moeder naar Venetië. De stad, die hij jarenlang alleen als naam en als schilderij kende, biedt hem opnieuw de ervaring dat werkelijkheid en verbeelding niet samenvallen, maar ook een van de mooiste passages van het hele werk. Daar bereikt hem bovendien een telegram dat hem volledig in de war brengt en waarvan de betekenis anders blijkt dan hij aanneemt.
Bij zijn terugkeer in Frankrijk blijkt de wereld van de eerste delen intussen door elkaar geschud. Er worden huwelijken gesloten die niemand had kunnen voorspellen en die twee families verbinden die vroeger niets met elkaar te maken wilden hebben, en een van zijn naasten blijkt een leven te leiden dat hij nooit had vermoed. De standen die in Combray onwrikbaar leken, blijken binnen één generatie te zijn opgeschoven.
Het boek verscheen in 1925, drie jaar na Prousts dood, en de tekst is filologisch omstreden: er bestaat een door de schrijver zelf sterk ingekorte versie die pas later werd teruggevonden, en uitgaven verschillen daardoor onderling. Nederlandse vertalingen volgen meestal de langere tekst.
Het is het deel waarin de cyclus van liefdesroman in filosofie kantelt. De vraag is niet meer wat Albertine deed, maar wat het betekent dat we mensen verliezen, hen vervolgens vergeten en toch dezelfde persoon menen te blijven. Daarmee bereidt het boek de slotgedachte van het laatste deel voor.
7 · Time Regained
Le Temps retrouvé sluit de cyclus af en doet dat op een manier die het hele voorafgaande werk van betekenis verandert. Het begint rustig, met een verblijf op het platteland bij Gilberte, in de buurt van het Combray uit het eerste deel. Daar hoort de verteller twee dingen die zijn jeugd omkeren: de twee wandelwegen die hij altijd als elkaars tegenpolen zag, blijken gewoon op elkaar uit te komen, en het meisje dat hij destijds hopeloos aanbad had hem indertijd heel graag gewild. Wat hij als kind voor de structuur van de wereld hield, was een misverstand.
Dan springt het boek naar Parijs tijdens de Eerste Wereldoorlog. De verteller, die lange tijd in een sanatorium heeft doorgebracht, keert terug in een stad die verduisterd is en waar 's nachts vliegtuigen overkomen. De salons zijn niet gesloten maar verbouwd tot vaderlandslievende instituten, met dezelfde gastvrouwen en dezelfde geestigheden in oorlogsuitvoering. Saint-Loup is aan het front. En in een donkere straat loopt de verteller de baron de Charlus tegen het lijf, die inmiddels alles heeft laten varen wat hem ooit nog in bedwang hield; wat hij vervolgens toevallig ziet in een hotel waar men liever geen vragen stelt, hoort tot de meest schokkende bladzijden van het werk.
Het hart van het boek is het slotfeest bij de prins de Guermantes, jaren later. Op weg erheen struikelt de verteller over een ongelijke tegel op de binnenplaats, en die kleine misstap roept met dezelfde kracht als het madeleinekoekje een vergeten ogenblik terug. Kort daarna gebeurt hetzelfde met het geluid van een lepel tegen een bord en met de stugheid van een servet. Uit die ervaringen bouwt hij eindelijk het inzicht op waar hij honderden bladzijden lang naar zocht: alleen zulke toevallige herinneringen bevatten de tijd zelf, en alleen kunst kan hen vastleggen. Daarmee weet hij wat hij moet doen, namelijk het boek schrijven dat de lezer in handen heeft.
Het feest zelf is een schok van een andere orde. Hij herkent bijna niemand meer. De mensen uit zijn jeugd zijn oud geworden, sommigen tot de onherkenbaarheid toe, standen zijn verschoven, schandalen zijn vergeten, een bespotte buitenstaander is nu de gevierde gastheer en iemand van hoge komaf is weggezakt. Proust laat de tijd hier niet beschrijven maar tonen, als een stoet verklede figuren.
Het deel verscheen in 1927, vijf jaar na Prousts dood. Hij had het in grote lijnen al vroeg geschreven, nog voordat de middendelen hun definitieve vorm kregen, wat verklaart hoe strak het aansluit op het openingsdeel.
Aan het slot wordt de cirkel gesloten. Een jonge vrouw uit de volgende generatie verenigt in haar persoon de twee werelden die in Combray onverenigbaar leken, en de verteller beseft dat hij weinig tijd heeft voor de taak die hij zichzelf stelt. De vraag is niet of hij het werk zal voltooien, maar of iemand die zo lang heeft geaarzeld nog aan het begin durft te beginnen. Daarmee eindigt de roman precies op het punt waar hij begon.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | Swann's Waybol.com: Mint Editions- Swann's Way | 9781513283432 | 151328343X |
| 2 | In the Shadow of Young Girls in Flowerbol.com: In Search of Lost Time – In the Shadow of Young Girls in Flower | 9781631493676 | 1631493671 |
| 3 | The Guermantes Waybol.com: Oxford World's Classics-The Guermantes Way | 9780192849762 | 019284976X |
| 4 | Sodom and Gomorrahbol.com: Oxford World's Classics- Sodom and Gomorrah | 9780192846181 | 0192846183 |
| 5 | The Prisonerbol.com: The Prisoner (In Search of Lost Time Vol. 5) | 9798344963143 | |
| 6 | The Fugitive | 9782080704467 | |
| 7 | Time Regainedbol.com: Time Regained | 9788027336760 | 8027336767 |
Gerelateerde reeksen
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik Op zoek naar de verloren tijd?
Begin met De kant van Swann (Du côté de chez Swann, 1913) en eindig met De tijd hervonden (Le Temps retrouvé, 1927). De zeven delen vormen samen één verhaal.
Kan ik ook een los deel lezen?
Het eerste deel is het beste beginpunt. Het onderdeel Een liefde van Swann verschijnt ook wel los, omdat het een afgerond verhaal is. De latere delen bouwen voort op wat ervoor kwam.
Hoeveel delen heeft Op zoek naar de verloren tijd?
Zeven. Sommige uitgaven splitsen ze verder op; de Franse Folio-uitgave telt bijvoorbeeld acht banden.
Waarom hebben de delen verschillende Engelse titels?
De oudere Engelse vertaling van Scott Moncrieff heette Remembrance of Things Past en gebruikte andere titels, zoals Within a Budding Grove voor deel 2 en The Captive voor deel 5. De letterlijke titel In Search of Lost Time raakte pas later in zwang, en daarmee ook titels die dichter bij het Frans liggen.
Bestaat er een Nederlandse vertaling?
Ja. Thérèse Cornips vertaalde de hele cyclus voor De Bezige Bij; het tweede deel verscheen in 2018 in een nieuwe vertaling van Philippe Noble en Désirée Schyns.