De leesvolgorde
| Nr. | Titel | Jaar | Prijs indicatief | Waar te koop |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 1968 | € 15,99 | Bekijk bij bol.com | |
| 2 |
2010: Odyssey Two € 16,96 Bekijk bij bol.com
|
1982 | € 16,96 | Bekijk bij bol.com |
| 3 | 1987 | € 10,40 | Bekijk bij bol.com | |
| 4 | 1997 | € 11,99 | Bekijk bij bol.com |
Lees in de volgorde van verschijnen. Let op: de vervolgen sluiten aan op de film, niet altijd op het eerste boek. In de roman 2001 reist de Discovery naar Saturnus, in de film en in 2010 naar Jupiter. Clarke legt dat zelf uit in het voorwoord van 2010.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
2001: A Space Odyssey (film)
De film van Stanley Kubrick uit 1968, waarvan Clarke en Kubrick samen het scenario schreven. Het boek verscheen na de film.
2010: The Year We Make Contact
Verfilming van het tweede boek uit 1984, geregisseerd door Peter Hyams.
The Lost Worlds of 2001
Boek uit 1972 met materiaal dat het boek en de film van 2001 niet haalde.
Over Arthur C. Clarke
Arthur C. Clarke (1917–2008) werd geboren in Minehead in Engeland. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij als radarspecialist bij de Royal Air Force, en in 1945 stelde hij een netwerk van communicatiesatellieten in een geostationaire baan voor. Na de oorlog studeerde hij wiskunde en natuurkunde aan King's College London.
In 1956 verhuisde Clarke naar Sri Lanka, waar hij ook ging duiken en tot zijn dood bleef wonen. Het scenario van 2001 schreef hij samen met Kubrick, op basis van onder meer zijn korte verhaal The Sentinel. Naast deze reeks is vooral zijn Rama-reeks bekend.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · 2001: A Space Odyssey
Drie miljoen jaar geleden staat er op een ochtend een gladde zwarte zuil tussen de rotsen van een uitgedroogd Afrikaans landschap. De mensapen die daar hongerend rondtrekken, weten niet wat ze zien, maar het voorwerp laat hen niet los en er verandert iets in de manier waarop ze naar hun omgeving kijken. Arthur C. Clarke opent zijn roman uit 1968 met die scene en maakt er meteen duidelijk wat de inzet van het boek is: de vraag wie of wat de menselijke intelligentie een duwtje heeft gegeven, en wat die onbekende partij daar verder mee voorheeft.
De sprong naar de toekomst is groot. Op de maan stuit een opgraving bij de krater Tycho op een zwart blok met verhoudingen die te precies zijn om toeval te kunnen zijn. Dr. Heywood Floyd reist erheen terwijl de vondst streng geheim wordt gehouden, en wat het blok doet zodra het zonlicht het voor het eerst raakt, bepaalt de rest van het verhaal: er vertrekt een signaal, gericht op een verre bestemming in het zonnestelsel.
Het grootste deel van de roman speelt daarna aan boord van het ruimteschip Discovery One. David Bowman en Frank Poole zijn de enige twee bemanningsleden die wakker zijn; hun collega's liggen in kunstmatige slaap tot het schip zijn doel nadert. Het schip zelf wordt bestuurd door HAL 9000, een computer die met de mannen praat, schaakt, hun gezondheid bewaakt en trots is op zijn eigen onfeilbaarheid. Clarke beschrijft het dagelijks leven in die kleine wereld met veel geduld: de routines, de radioberichten van thuis die steeds langer onderweg zijn, de stilte buiten. Juist door dat geduld valt het des te meer op wanneer er iets niet klopt in wat HAL meldt, en wanneer de twee astronauten voor het eerst moeten overwegen dat de betrouwbaarste machine aan boord het misschien bij het verkeerde eind heeft. Wat volgt is een van de bekendste vertrouwenscrises uit de sciencefiction, en tegelijk een nuchtere vraag: hoeveel mag je een systeem toevertrouwen dat niet mag toegeven dat het zich vergist?
Clarke schreef het boek naast de film van Stanley Kubrick, waaraan hij meewerkte; de roman verscheen kort na de première. Waar de film veel in het midden laat, legt het boek de techniek en de achtergronden juist uit. Je leest hoe een zwaartekrachtslinger werkt, waarom een bemanning in slaap wordt gebracht en wat er in de hoofden van de mensen op aarde omgaat. Ook de motieven van HAL krijgen een verklaring die in de film ontbreekt. Dat maakt van 2001 geen droge technische verhandeling: de beschrijvingen van de buitenplaneten en van de leegte waarin Discovery zich voortbeweegt zijn eerder ontzagwekkend dan afstandelijk.
Het slot is beroemd geworden om zijn raadselachtigheid en wordt hier niet verklapt. Wie het boek voor het eerst leest, doet er goed aan het te nemen zoals het bedoeld is: als het begin van een reeks van vier, waarin Clarke telkens een stukje meer prijsgeeft over de monolieten en hun makers. De volgende delen spelen zich af in latere eeuwen, maar bouwen allemaal voort op wat hier bij Tycho en aan boord van Discovery gebeurt.
2 · 2010: Odyssey Two
Negen jaar na de missie die zo rampzalig eindigde, hangt het ruimteschip Discovery One nog altijd verlaten bij Jupiter. Niemand op aarde weet precies wat er is misgegaan, waarom de boordcomputer zich zo gedroeg en waar David Bowman is gebleven. In deze roman uit 1982 stuurt Clarke een gemengde Sovjet-Amerikaanse bemanning op pad om die vragen te beantwoorden. Het schip heet Alexei Leonov, de motor is nieuw en snel, en aan boord bevindt zich een kleine Amerikaanse delegatie, onder wie Heywood Floyd, de wetenschapsbestuurder die in het eerste deel de vondst op de maan onderzocht.
De samenwerking tussen beide bemanningen is het hart van het boek. Clarke schreef het tijdens de Koude Oorlog, en dat is te merken aan de argwaan die af en toe opduikt, maar hij laat vooral zien hoe mensen die van elkaar afhankelijk zijn in een krappe capsule elkaar leren vertrouwen. Daar komt nog een derde partij bij: een Chinees ruimtestation blijkt in het geheim te zijn omgebouwd tot interplanetair schip en is eveneens onderweg naar Jupiter, met een eigen plan dat de Leonov-bemanning pas gaandeweg doorziet.
De opdracht is drieledig. De bemanning moet uitzoeken wat er met de eerste expeditie is gebeurd, het zwarte blok onderzoeken dat in een baan om Jupiter zweeft, en de Discovery weer aan de praat krijgen. Voor dat laatste is dr. Chandra meegereisd, de ontwerper van de computer HAL 9000. Zijn dilemma geeft het boek een onverwacht persoonlijke lading: hij moet een machine opnieuw opstarten die hij zelf heeft gebouwd, wil weten waarom die zich tegen zijn bemanning keerde, en heeft duidelijk meer met zijn creatie dan met de meeste mensen om hem heen. Hoe eerlijk je tegen een denkend systeem moet zijn, en wat er gebeurt als je dat niet bent, is een vraag die Clarke hier consequent uitwerkt.
Ondertussen komen de manen van Jupiter in beeld. Io is een vulkanische hel, Europa gaat schuil onder een ijskorst waaronder een oceaan wordt vermoed, en juist daar gebeuren dingen die niemand had voorzien. Clarke schuift wetenschappelijke uitleg en avontuur moeiteloos in elkaar: aerobraking door de bovenste lagen van de Jupiteratmosfeer, de scheikunde van een ijsmaan en de vraag hoe leven eruitziet als er nooit zonlicht bij komt.
In vergelijking met het eerste deel is 2010 toegankelijker en directer. Het mysterie wordt niet volledig opgelost, maar Clarke geeft wel antwoord op een aantal vragen die de lezer van 2001 met zich meedroeg, en hij verklaart onder meer het gedrag van HAL. Daardoor is dit deel het minst geschikt om als eerste te lezen: begin bij 2001, anders krijg je het slot van dat boek in de eerste hoofdstukken al voorgeschoteld.
Naarmate de expeditie vordert, wordt duidelijk dat de bemanning aan een tijdslimiet vastzit en dat de gebeurtenissen bij Jupiter gevolgen hebben die het hele zonnestelsel aangaan. Waar dat op uitdraait laat zich hier niet samenvatten zonder de spanning weg te nemen; het is wel de gebeurtenis waar de twee volgende delen van de reeks op voortborduren. Er verscheen in 1984 ook een verfilming, onder de titel 2010: The Year We Make Contact.
3 · 2061: Odyssey Three
Ruim een halve eeuw is verstreken sinds de expeditie van de Leonov, en het zonnestelsel ziet er anders uit. Rond de manen van de voormalige planeet Jupiter is een nieuwe wereld ontstaan: Io is veranderd in een vulkanische woestenij, Europa gaat schuil onder een wolkendek en Ganymedes is zo gematigd geworden dat mensen er dorpen bouwen. Ruimtevaart is geen zaak van staten meer maar van bedrijven, en er varen passagiersschepen tussen de planeten. Op Europa mag niemand landen; dat verbod wordt al generaties lang gerespecteerd, al is de nieuwsgierigheid met het jaar groter geworden, zeker sinds daar een berg is verschenen die er eerder niet was.
Clarke koos in dit derde deel uit 1987 voor twee verhaallijnen die elkaar langzaam naderen. De eerste draait om Heywood Floyd, inmiddels boven de honderd en permanent in een baan om de aarde in een ruimteziekenhuis. Hij wordt gevraagd als een van zes beroemde gasten aan boord van het luxeschip Universe, dat de eerste bemande landing op de komeet van Halley gaat maken. Die reis levert een van de mooiste passages van de reeks op: een landing op een lichaam van ijs en stof dat bij het naderen van de zon tot leven komt, met geisers, grotten en een zwaartekracht die zo zwak is dat een verkeerde stap je de ruimte in helpt.
De tweede lijn speelt op Ganymedes, waar de planeetwetenschapper Rolf van der Berg satellietgegevens van die nieuwe berg bestudeert en tot een conclusie komt die hij bijna niet durft op te schrijven. Hij krijgt de kans mee te reizen met het vrachtschip Galaxy, dat langs Europa scheert. Wanneer aan boord van dat schip iets grondig misgaat, komt de bemanning terecht op precies de plek waar de mensheid niet mag komen, en is de Universe het enige schip dat hen op tijd kan bereiken.
Daarmee heeft Clarke zijn plot: een reddingsoperatie over miljoenen kilometers, met een schip dat eerst moet worden bijgetankt, een bemanning die zich op een verboden maan staande moet houden, en een geheim dat groot genoeg is om er een aanslag voor te plegen. Waarom iemand zo'n risico neemt, is één van de vragen die het boek gaandeweg beantwoordt, en de verklaring heeft alles te maken met wat er van de oude planeet Jupiter is overgebleven.
Naast het avontuur is 2061 ook een familiegeschiedenis. Floyd heeft weinig contact met zijn kleinzoon Chris, die als officier op de Galaxy werkt; de omstandigheden dwingen hen tot elkaar. Clarke schrijft daarover zonder sentiment, in dezelfde heldere, licht ironische toon waarmee hij zijn technische uitleg brengt.
Dit deel leest vlotter dan zijn voorgangers en is korter, maar het bouwt wel voort op wat er in 2010 is gebeurd. Wie bij deel drie begint, krijgt de belangrijkste wending uit dat boek meteen in de eerste hoofdstukken te horen. Wie de reeks op volgorde leest, ziet Clarke hier zijn spelbord klaarzetten voor het slotdeel: er wordt duidelijk gemaakt dat de monolieten nog niet klaar zijn met de mensheid, en dat er een termijn loopt.
4 · 3001: The Final Odyssey
Het lichaam van Frank Poole, de astronaut die het bij de eerste expeditie naar de buitenplaneten niet overleefde, drijft duizend jaar lang bevroren door de Kuipergordel. In het jaar 3001 vindt een sleepboot voor kometen hem, en de medische wetenschap van die tijd blijkt in staat hem terug te halen. Met die vondst begint Clarkes afsluiting van de reeks, verschenen in 1997.
Het grootste deel van de eerste helft is een rondleiding. Poole moet leren leven in een wereld die hem bijna niets meer kan uitleggen in termen die hij kent. Rond de evenaar staan vier reusachtige ruimteliften die tot ver boven de atmosfeer reiken en aan hun top verbonden zijn door een ring waarin mensen wonen. Wie dat wil, draagt een BrainCap, een kap die het zenuwstelsel rechtstreeks met computers verbindt en waarmee je andermans ervaringen kunt beleven. Genetisch bewerkte dieren doen het zware werk, de oude religies zijn goeddeels verdwenen en de maanmonoliet staat als museumstuk op een plein in New York. Clarke gebruikt zijn hoofdpersoon zoals een reisverslag een buitenstaander gebruikt: Poole stelt de vragen die de lezer zou stellen, en zijn verbazing over wat voor iedereen doodnormaal is, geeft het boek zijn humor.
Poole blijft ondertussen een man uit de twintigste eeuw, met een opleiding, een beroepstrots en een gevoel voor verplichting die in het jaar 3001 nauwelijks nog worden begrepen. Dat hij als enige levende mens de eerste ontmoeting met de monolieten heeft meegemaakt, maakt hem bovendien interessant voor mensen met plannen. Zo komt hij uiteindelijk toch weer terecht bij Europa, de maan waar de mensheid al bijna duizend jaar niet mag landen en waar zich onder het ijs een eigen beschaving ontwikkelt.
Daar krijgt het verhaal zijn spanning. Poole ontmoet een oude bekende in een vorm die hij niet had verwacht, en hoort dat de monoliet bij Jupiter lang geleden een rapport over de mensheid heeft verstuurd naar een instantie honderden lichtjaren verderop. Dat rapport ging de deur uit vlak na de bloedigste eeuw uit de menselijke geschiedenis. Het antwoord is onderweg geweest en komt nu binnen, en de vraag is wat erin staat en wat een handvol mensen daartegen kan beginnen. Clarke maakt van die dreiging geen spektakel maar een probleem dat je met koel hoofd moet oplossen, met de middelen die deze toekomst toevallig heeft.
Het boek is korter en losser van structuur dan de eerste twee delen, en Clarke gaf zelf aan dat de vier romans niet als één doorlopend geheel moeten worden gelezen maar als variaties op hetzelfde thema; details spreken elkaar hier en daar tegen. Wel is dit het deel waarin hij het meest uitlegt over de wezens achter de monolieten en hun bedoelingen. Wie de reeks op volgorde leest, krijgt hier de antwoorden waar drie boeken naartoe hebben gewerkt, dus begin niet bij dit deel. In een uitgebreide nabeschouwing licht Clarke toe welke technische ideeën uit het boek hij op dat moment al plausibel achtte.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | 2001: A Space Odysseybol.com: 2001 A Space Odyssey | 9780451452733 | 0451452739 |
| 2 | 2010: Odyssey Twobol.com: Space Odyssey 2: 2010 Odyssey Two | 9780345312822 | 0345312821 |
| 3 | 2061: Odyssey Threebol.com: 2061 Odyssey Three | 9780586203194 | 0586203192 |
| 4 | 3001: The Final Odysseybol.com: 3001, the Final Odyssey | 9780783881904 | 0783881908 |
Gerelateerde reeksen
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik de Space Odyssey-boeken?
Begin bij 2001: A Space Odyssey (1968) en lees dan 2010: Odyssey Two, 2061: Odyssey Three en 3001: The Final Odyssey, zoals in de tabel.
Moet ik eerst de film zien of het boek lezen?
Dat maakt weinig uit: boek en film ontstonden tegelijk. Het boek legt wel meer uit dan de film. Weet dat de vervolgen de film volgen, bijvoorbeeld bij de reis naar Jupiter in plaats van Saturnus.
Hoeveel Space Odyssey-boeken zijn er?
Vier romans, verschenen tussen 1968 en 1997. 3001: The Final Odyssey is het slot.
Zijn alle boeken verfilmd?
Nee, alleen de eerste twee: 2001 door Stanley Kubrick (1968) en 2010 door Peter Hyams (1984). Plannen voor 2061 en 3001 zijn nooit uitgevoerd.
Kan ik een deel overslaan?
Elk boek speelt jaren tot eeuwen na het vorige en is redelijk los te lezen, maar ze bouwen wel op elkaar voort. Op volgorde lezen is het prettigst.