De leesvolgorde
| Nr. | Titel | Jaar | Prijs indicatief | Waar te koop |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 9,99 | Bekijk bij bol.com | ||
| 2 | € 10,70 | Bekijk bij bol.com | ||
| 3 | € 10,96 | Bekijk bij bol.com | ||
| 4 | € 12,00 | Bekijk bij bol.com | ||
| 5 | € 8,95 | Bekijk bij bol.com |
De tabel volgt de volgorde van verschijnen: één boek in 1999, twee in 2000 en twee in 2001. Ik ben Polleke hoor! was het Kinderboekenweekgeschenk van 2001 en is het slotdeel.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
Polleke
Familiefilm uit 2003 van Ineke Houtman, met Liv Stig als Polleke, Halina Reijn als haar moeder en Daan Schuurmans als Spiek. De film werd later ook als serie uitgezonden in Villa Achterwerk.
Over Guus Kuijer
Guus Kuijer (Amsterdam, 1942) is een Nederlandse schrijver. Hij debuteerde in 1971 met een boek voor volwassenen, maar brak door als kinderboekenschrijver. Zijn eerste kinderboek, Met de poppen gooien (1975), schreef hij voor Madelief, het dochtertje van vrienden.
Vier van zijn boeken kregen een Gouden Griffel. In 2012 won hij als eerste Nederlander de Astrid Lindgren Memorial Award, en in 2020 kreeg hij de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · Voor altijd samen, amen
Polleke woont bij haar moeder in de stad en brengt haar weekenden het liefst door op de boerderij van opa en oma, waar ze een eigen kalf heeft en het leven overzichtelijk is. Ze is elf, ze schrijft gedichten en ze is verliefd op Mimoen, een klasgenoot met Marokkaanse ouders. Die verliefdheid is het mooiste wat ze kent en meteen ook het lastigste, want Mimoens ouders willen niet dat hun zoon omgaat met een Nederlands meisje en dringen erop aan dat hij er een punt achter zet. Polleke begrijpt niet waarom afkomst en geloof zwaarder zouden moeten wegen dan wat twee mensen voor elkaar voelen, en ze is niet van plan dat zomaar te aanvaarden.
Thuis loopt evenmin iets zoals zij het zou willen. Haar vader Spiek is verslaafd en heeft geen vaste woonplek; hij duikt op wanneer het hem uitkomt en verdwijnt daarna weer, zodat Polleke nooit van tevoren weet of ze blij of boos zal zijn als hij ineens voor haar staat. Haar moeder Tina heeft ondertussen verkering met Wouter, en Wouter is uitgerekend de meester van haar klas. Dat de man die haar sommen nakijkt straks aan de keukentafel zit en misschien met haar moeder trouwt, vindt Polleke een merkwaardig vooruitzicht, en ze laat dat ook duidelijk merken.
Tussen die twee werelden, de stad met haar ingewikkelde volwassenen en de boerderij met koeien en rust, zoekt Polleke uit wat ze zelf gelooft. Bij opa en oma leert ze bidden, al zegt ze er hardop bij dat ze betwijfelt of er iemand luistert. Ze doet het toch, vooral om één ding: dat zij en Mimoen voor altijd samen blijven. Amen zeggen is voor haar geen gewoonte maar een besluit, en juist die eigenzinnige omgang met geloof maakt haar stem zo herkenbaar.
Guus Kuijer laat Polleke zelf vertellen, in korte zinnen en spreektaal, met een humor die de zware onderwerpen draagbaar maakt zonder ze weg te poetsen. Verslaving, uitsluiting, racisme, een samengesteld gezin en de vraag wat liefde waard is komen allemaal langs, steeds op kinderhoogte en nooit belerend. Wat Polleke niet snapt, zegt ze gewoon; wat ze oneerlijk vindt, benoemt ze hardop.
Dit eerste boek over Polleke verscheen in 1999 bij Querido, met tekeningen van Alice Hoogstad, en is bedoeld voor lezers vanaf een jaar of negen. Het werd in 2000 bekroond met de Gouden Griffel en de Jonge Gouden Uil, en de Duitse vertaling kreeg in 2002 de Deutsche Jugendliteraturpreis. Er volgden nog vier delen, en in 2003 verfilmde regisseur Ineke Houtman de verhalen. Het verhaal werd in tal van talen vertaald, onder meer in het Duits, Deens, Zweeds, Noors, Frans, Italiaans, Sloveens en Japans, en geldt sindsdien als een van de bekendste Nederlandse kinderboeken over opgroeien tussen twee culturen. Wie ermee begint, maakt kennis met een hoofdpersoon die klein van stuk is en groot in het stellen van lastige vragen.
2 · Het is fijn om er te zijn
Dichten ging Polleke altijd moeiteloos af, maar sinds ze weet dat haar vader nooit een echte dichter zal worden, wil er geen regel meer komen. Spiek noemde zichzelf jarenlang dichter, en zolang zij dat geloofde had zijn zwerversbestaan nog iets van een verhaal. Nu ziet ze wat het werkelijk is: een man die verslaafd is, geen huis heeft en door de stad dwaalt. Met die ontdekking verdwijnt ook haar eigen talent uit zicht, alsof de woorden bij hem hoorden en niet bij haar.
Het gaat slecht met Spiek, en Polleke merkt dat ze niet langer kan doen alsof het meevalt. Mimoen, haar vriendje uit de klas, raadt haar aan om eerlijk te zijn in plaats van beleefd. Dat advies kost haar moeite, want haar vader is iemand die je kwijt kunt raken door één verkeerd woord. Toch zegt ze het uiteindelijk zoals het is: hij moet afkicken, want anders houdt ze het niet meer vol. Spiek stemt toe, maar hij stelt één voorwaarde, en die voorwaarde is dat Polleke tijdens het afkicken bij hem blijft. Ze schrikt ervan. Tegelijk begrijpt ze dat ze nu niet meer terug kan: ze heeft erom gevraagd, dus gaat ze mee.
Rondom die afspraak loopt het gewone leven door. Haar moeder Tina heeft een relatie met Wouter, de meester van Polleke's klas, wat thuis en op school steeds door elkaar loopt. Op de boerderij van opa en oma buiten de stad is er ruimte om na te denken, met vaste klusjes, dieren en twee volwassenen die niet in paniek raken. En dan is er Mimoen, van wie de ouders liever een ander vriendinnetje zouden zien, zodat elke afspraak met hem iets is dat verdedigd moet worden.
Guus Kuijer schrijft dit tweede boek over Polleke net als het eerste vanuit haar eigen hoofd, in spreektaal, met korte scènes en veel humor. Juist doordat Polleke nuchter en een beetje bijdehand vertelt, komen de zware onderwerpen binnen zonder dat het verhaal zwaar wordt. Verslaving wordt niet uitgelegd maar getoond zoals een kind het meemaakt: met schaamte, met hoop, met woede en met loyaliteit door elkaar.
Het boek verscheen in 2000 bij Querido, opnieuw met tekeningen van Alice Hoogstad, en is geschikt voor lezers vanaf ongeveer negen jaar. Het sluit direct aan op Voor altijd samen, amen en bereidt de latere delen voor, waarin Polleke's vriendenkring, haar familie en haar eigen opvattingen verder verschuiven. Wie de reeks op volgorde leest, ziet hier een meisje dat voor het eerst iets van haar vader durft te eisen in plaats van alleen maar op hem te wachten.
3 · Het geluk komt als de donder
Er komt een nieuw meisje in Polleke's leven: Consuelo, die uit Mexico komt en nog nauwelijks Nederlands spreekt. Polleke neemt de taalles op zich, en dat levert grappige misverstanden op maar ook een vriendschap die ergens over gaat. Iemand de weg wijzen in een taal blijkt vooral betekenen dat je uitlegt hoe de dingen hier werken, en Polleke merkt dat ze daar zelf lang niet altijd antwoord op heeft.
Tegelijk raakt haar oude vriendschap met Caro in de knoop. Caro draait om Mimoen heen en krijgt zijn aandacht, en Mimoen is nu juist het vriendje van Polleke. Verliefdheid, jaloezie en loyaliteit vallen niet netjes te scheiden: Polleke kan moeilijk boos zijn op Caro zonder haar kwijt te raken, en ze kan Mimoen moeilijk loslaten zonder zichzelf te verloochenen. Ze speelt met de gedachte om dan maar met Tom verder te gaan. Tom is een jongen van het platteland, en met hem zou ze later tenminste boerin worden, wat aansluit bij haar liefde voor de boerderij van opa en oma. Praktisch geredeneerd klopt het allemaal. Alleen blijven haar gedachten steeds naar Mimoen teruggaan, en daar kan geen redenering tegenop.
Ondertussen loopt het leven thuis door. Haar vader Spiek is een man die je niet kunt inplannen, haar moeder Tina heeft haar eigen plannen met meester Wouter, en de weekenden bij opa en oma blijven de plek waar Polleke tot rust komt. In dit derde deel verschuift het zwaartepunt naar vriendschap: wie hoort bij wie, wat mag je van elkaar verwachten, en hoe erg is het als iemand je teleurstelt.
Guus Kuijer houdt vast aan de vorm die de reeks kenmerkt. Polleke vertelt zelf, in korte hoofdstukken en alledaagse taal, met opmerkingen die tegelijk droogkomisch en scherp zijn. Cultuurverschillen komen niet als onderwerp maar als dagelijkse praktijk voorbij, doordat Polleke omgaat met Mimoen en Consuelo en zich telkens afvraagt waarom volwassenen van alles moeilijker maken dan het is. Het geloof, het verlangen om te dichten en de vraag of geluk iets is dat je kunt organiseren, blijven meelopen op de achtergrond.
Het boek verscheen in 2000 bij Querido, met illustraties van Alice Hoogstad, en is bedoeld voor lezers vanaf een jaar of negen. Het is het derde deel over Polleke, na Voor altijd samen, amen en Het is fijn om er te zijn, en het laat zich zelfstandig lezen, al werken de verhoudingen tussen Polleke, Mimoen, Caro en haar ouders sterker wanneer je de eerdere delen kent. De titel zegt iets over hoe geluk zich in deze reeks gedraagt: het kondigt zich zelden netjes aan. Later zijn de vijf boeken over Polleke gebundeld verschenen onder de titel Polleke, en in 2003 verfilmde Ineke Houtman de verhalen. Voor de reeks als geheel kreeg Guus Kuijer onder meer een Gouden Griffel, een Zilveren Griffel en de Woutertje Pieterse Prijs, bekroningen die vooral te maken hebben met de toon: ernstige onderwerpen, luchtig en zonder omhaal verteld.
4 · Met de wind mee naar de zee
Voor het eerst sinds lange tijd heeft Polleke goed nieuws over haar vader. Spiek is niet langer verslaafd en vertelt dat hij zichzelf in Nepal heeft gevonden. Voor Polleke is dat een opluchting en tegelijk iets om aan te wennen, want een vader die er weer echt is, stelt ook weer eisen aan haar. Jarenlang ging het bij hem over overleven; nu gaat het over de vraag wat voor vader en dochter ze willen zijn.
Ook in haar vriendenkring komt er rust. Tussen Polleke en Mimoen groeit weer toenadering na de verwijdering van het vorige deel. Haar meester, Wouter, vindt bovendien dat ze het moet bijleggen met Caro en laat dat niet los, hoe weinig zin Polleke daar ook in heeft. Zo wordt ze gedwongen na te denken over wat vriendschap eigenlijk waard is als je iemand kwalijk blijft nemen wat er gebeurd is.
Thuis krijgen de trouwplannen van haar moeder Tina en meester Wouter vaste vorm. Het is nu echt geen losse verkering meer maar een nieuw gezin in wording, met alle vragen die daarbij horen: wie zegt wat in huis, hoe verhoudt Wouter zich tot Spiek, en waar staat Polleke daar zelf tussen. En dan is er opa. De man van de boerderij, die in alle eerdere delen het vaste punt was waar Polleke naartoe kon, blijkt ongeneeslijk ziek. Daarmee komt iets in het verhaal waar humor en bijdehandheid geen antwoord op geven, en dat Polleke voor het eerst confronteert met het idee dat sommige dingen niet op te lossen zijn.
Guus Kuijer schrijft opnieuw vanuit Polleke zelf, met korte zinnen, veel dialoog en een toon die luchtig blijft ook als de onderwerpen dat niet zijn. De reeks is bekend om die combinatie: verslaving, rouw, geloof en cultuurverschillen komen aan bod zonder dat het boek zwaar of opvoedkundig wordt. Polleke stelt haar vragen rechtstreeks aan de volwassenen om haar heen en neemt geen genoegen met een ontwijkend antwoord.
Dit vierde deel verscheen in 2001 bij Querido, met tekeningen van Alice Hoogstad, en kreeg in 2002 een Zilveren Griffel. Het is geschikt voor lezers vanaf ongeveer negen jaar en bouwt duidelijk voort op de eerdere boeken: wie Voor altijd samen, amen, Het is fijn om er te zijn en Het geluk komt als de donder gelezen heeft, herkent hoe de verhoudingen zich verplaatst hebben. Het boek bereidt bovendien het slotdeel voor, waarin Polleke opnieuw moet uitzoeken wat ze gelooft en waar ze thuishoort. De titel verwijst naar de beweging die het hele verhaal kenmerkt: meegaan met wat er komt, ook als je niet zelf gekozen hebt welke kant de wind opwaait.
5 · Ik ben Polleke hoor!
In het vijfde en laatste boek over Polleke staat het afscheid van haar opa centraal. De boerderij waar ze altijd naartoe kon, is niet meer hetzelfde, en Polleke zoekt naar een manier om het verlies een plek te geven. Ze haalt herinneringen op, ze stelt vragen over wat er na de dood komt, en ze merkt dat de volwassenen om haar heen daar net zo weinig van weten als zij. Bidden, twijfelen en gewoon doorleven blijken elkaar niet uit te sluiten.
Ondertussen verandert er van alles. Polleke wordt in de loop van het verhaal dertien en koopt haar eerste beha, een gebeurtenis die ze met dezelfde nuchterheid beschrijft als alle andere. Ze geeft Mimoen een gouden hartje, wat meer betekent dan ze hardop wil zeggen. Haar Mexicaanse vriendin Consuelo hoort er inmiddels helemaal bij. Haar vader Spiek leeft als boeddhistisch monnik in Nepal, ver weg maar niet verdwenen, en dat roept bij Polleke gemengde gevoelens op over wat een vader hoort te doen.
Thuis is het nieuwe gezin geen vanzelfsprekendheid. Haar moeder Tina en stiefvader Wouter, de vroegere meester van Polleke, krijgen hun eerste echte ruzies. Polleke ziet dat van dichtbij en trekt haar eigen conclusies over trouwen, volwassenen en de afstand tussen wat mensen beloven en wat ze doen. De titel is dan ook een uitroep van iemand die zich niet laat wegzetten: ze weet inmiddels goed genoeg wie ze is.
Guus Kuijer weeft in dit deel humor en ernst opvallend strak door elkaar. Verdriet krijgt de ruimte zonder plechtig te worden, en juist de gewone dingen, een sandwich, een ruzie, een gesprek op het schoolplein, dragen het gewicht. Geloof, cultuurverschillen en rolpatronen lopen door het verhaal heen, steeds bekeken vanuit de eigenwijze blik van Polleke zelf.
Het boek verscheen in 2001 en was dat jaar het Kinderboekenweekgeschenk. In 2003 kreeg het de Woutertje Pieterse Prijs, de bekroning die de hele reeks over Polleke een extra duwtje gaf. De vijf boeken samen zijn later gebundeld onder de titel Polleke en werden in 2003 verfilmd door Ineke Houtman. Als slotdeel functioneert dit verhaal het best na de eerdere vier, omdat de betekenis van opa, Mimoen, Spiek en Wouter daar is opgebouwd. Het is geschikt voor lezers vanaf een jaar of negen, en het laat een hoofdpersoon achter die veel verloren heeft en toch precies weet hoe ze heet. Ook dit deel is geïllustreerd door Alice Hoogstad, die alle boeken over Polleke van tekeningen voorzag. Met de Gouden Griffel voor het eerste deel, een Zilveren Griffel voor het vierde en de Woutertje Pieterse Prijs voor dit slotdeel behoort de reeks tot het meest bekroonde werk van Guus Kuijer.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | Voor altijd samen, amenbol.com: Voor altijd samen, amen | 9789041750105 | 904175010X |
| 2 | Het is fijn om er te zijnbol.com: Het Is Fijn Om Er Te Zijn | 9789021472676 | 9021472678 |
| 3 | Het geluk komt als de donderbol.com: Geluk Komt Als De Donder | 9789021472690 | 9021472694 |
| 4 | Met de wind mee naar de zeebol.com: Met De Wind Mee Naar De Zee | 9789021472720 | 9021472724 |
| 5 | Ik ben Polleke hoor!bol.com: Ik Ben Polleke Hoor! | 9789041750327 | 9041750320 |
Gerelateerde reeksen
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik de Polleke-boeken?
Voor altijd samen, amen (1999), Het is fijn om er te zijn (2000), Het geluk komt als de donder (2000), Met de wind mee naar de zee (2001) en Ik ben Polleke hoor! (2001).
Moet ik de boeken op volgorde lezen?
Ja, liefst wel. Polleke, haar ouders, Mimoen en opa en oma keren steeds terug en wat in het ene boek gebeurt, werkt door in het volgende.
Hoeveel Polleke-boeken zijn er?
Vijf. Het laatste, Ik ben Polleke hoor!, was het Kinderboekenweekgeschenk van 2001.
Welke prijzen kregen de Polleke-boeken?
Voor altijd samen, amen won een Gouden Griffel, de Jonge Gouden Uil en de Duitse Jeugdliteratuurprijs. Met de wind mee naar de zee kreeg een Zilveren Griffel en Ik ben Polleke hoor! de Woutertje Pieterse Prijs.
Voor welke leeftijd zijn de Polleke-boeken?
Polleke is elf, en de boeken zijn geschreven voor kinderen van ongeveer die leeftijd. Ze gaan ook over moeilijke onderwerpen zoals verslaving en gescheiden ouders, dus samen lezen kan prettig zijn.