De leesvolgorde
De tabel volgt de volgorde van verschijnen: Farseer (deel 1–3), The Liveship Traders (4–6), Tawny Man (7–9), The Rain Wild Chronicles (10–13) en Fitz and the Fool (14–16). Dat is ook de gangbare leesvolgorde, omdat de deelreeksen op elkaar voortbouwen. In het Nederlands heet de cyclus Het Rijk van de Ouderlingen.
Prijzen zijn indicatief: zo stonden ze op 13 oktober 2026 bij bol.com. Prijzen veranderen vaak; de prijs bij bol.com is leidend. De links naar bol.com zijn affiliate-links: koop je via zo'n link, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt niets extra.
Rond de reeks
The Willful Princess and the Piebald Prince
Novelle uit 2013 die bij de Farseer-boeken hoort. In het Nederlands: De Eigenzinnige Prinses en de Bonte Prins.
Homecoming
Kort verhaal (2003) dat als prequel bij de Liveship-boeken hoort. In het Nederlands verschenen als De Thuiskomst.
Over Robin Hobb
Robin Hobb is het pseudoniem van de Amerikaanse schrijver Margaret Astrid Lindholm Ogden (1952). Ze werd geboren in Californië en groeide op in Fairbanks, Alaska. Op haar achttiende trouwde ze met een zeeman en woonde ze onder meer op Kodiak Island; de zee kwam later terug in de Liveship-boeken. Haar eerste roman verscheen toen ze dertig was, onder de naam Megan Lindholm.
In 1995 koos ze voor nieuw werk het sekseneutrale pseudoniem Robin Hobb, omdat de Farseer-boeken verteld worden door een man. Die trilogie werd meteen een succes. Met Assassin's Fate rondde ze de cyclus in 2017 af. In het Nederlands verschijnt haar werk bij Luitingh Fantasy.
Waar gaat elk deel over?
Geen spoilers over het deel zelf. Een samenvatting kan wel verwijzen naar wat in eerdere delen gebeurde, dus lees ze op volgorde.
1 · Assassin's Apprentice
Een jongen van een jaar of zes wordt door zijn grootvader bij de burcht van de Farseers afgeleverd, met de mededeling dat hij de onwettige zoon is van Chivalry, de troonopvolger van de Zes Hertogdommen. Met die scene opende Robin Hobb in 1995 niet alleen de Farseer-trilogie maar haar hele wereld van de Elderlings.
Het kind krijgt geen naam mee, alleen een aanduiding: Fitz, het woord voor een bastaard. Zijn vader doet afstand van de troon en verdwijnt uit beeld zonder hem ooit te ontmoeten. Fitz groeit op tussen de paarden van Buckkeep, onder de hoede van stalmeester Burrich, die Chivalry trouw diende. Hij is er wel, maar hoort er niet bij: te hoog van bloed voor het personeel, te laag geboren voor het hof. Gezelschap vindt hij vooral bij de dieren, want Fitz bezit de Wit, een oud vermogen om van geest tot geest met dieren te spreken. In de Zes Hertogdommen geldt die gave als iets vies, iets waarvoor je gestraft wordt, en Burrich probeert het hem met harde hand af te leren.
Koning Shrewd ziet in de bastaard iets anders: een bezit dat nuttig kan zijn of gevaarlijk kan worden. Hij neemt de jongen in dienst, laat hem lezen, schrijven en vechten leren, en stelt hem in het geheim voor aan Chade Fallstar, een pokdalige oude man die al jaren ongezien in de muren van de burcht woont. Chade is de gifmenger van de koning, en Fitz wordt zijn leerling. Daarnaast krijgt hij les in de Skill, de erfelijke geestesmagie van het koningshuis, van een leermeester die hem allesbehalve genegen is.
Ondertussen verkeert het rijk in nood. Van zee komen de Rode Schepen, die kustdorpen overvallen zonder buit mee te nemen. Wie zij meevoeren en later teruggeven, komt terug als iets kouds: mensen zonder genegenheid of schaamte, die het land onveilig maken. Prins Verity put zichzelf uit door de aanvallers met de Skill op afstand te houden, en zijn jongste broer Regal ruikt zijn kans. Fitz komt midden in die machtsstrijd terecht, met opdrachten die hij aan niemand mag navertellen.
Hobb laat een oudere Fitz zijn eigen jeugd opschrijven, wat het boek een toon van spijt en zelfspot geeft. Het is geen verhaal van veldslagen maar van stallen, keukens en gangen, waarin een kind langzaam doorkrijgt hoe volwassenen elkaar gebruiken. Het tempo is rustig en de wereld wordt van binnenuit opgebouwd; de band tussen de jongen en de dieren om hem heen weegt even zwaar als de politiek. Wie aan de reeks begint, begint hier. De personages uit dit deel keren terug in de Tawny Man-trilogie en in Fitz and the Fool, terwijl The Liveship Traders en The Rain Wild Chronicles zich in dezelfde tijd en dezelfde wereld afspelen.
Hobb schreef het boek onder de werktitel Chivalry's Bastard; het was haar debuut onder deze schrijversnaam. Kritieken waren lovend: Publishers Weekly noemde het een glanzend debuut in een overvol genre, en Kirkus Reviews prees dat het verhaal op zichzelf staat en tegelijk ruimte laat voor alles wat nog komen moest.
2 · Royal Assassin
Het tweede deel van de Farseer-trilogie, verschenen in 1996, brengt FitzChivalry terug naar het hof van Buckkeep, al is hij er allerminst klaar voor. Hij is verzwakt en wordt geplaagd door aanvallen die hij niet kan voorspellen, en hij heeft zichzelf beloofd nooit meer voor zijn koning te werken. Toch keert hij terug, omdat hij mensen niet in de steek kan laten van wie hij houdt.
Wat hij aantreft is een hof dat langzaam uit elkaar valt. Koning Shrewd is ziek, uitgeteerd door een kwaal die niemand kan benoemen en die alleen met verdovende middelen draaglijk blijft. Prins Verity, de troonopvolger, verbrandt zichzelf met de Skill om de Rode Schepen van de kust te houden en heeft nauwelijks aandacht voor zijn jonge bruid Kettricken, een vrouw uit het Bergkoninkrijk die aan dit hof niets begrijpt van de omgangsvormen en er eenzaam blijft. In dat vacuüm bouwt prins Regal geduldig aan zijn eigen aanhang, en hij doet dat met veel meer talent dan zijn broer.
Fitz moet ondertussen twee levens tegelijk leiden. Overdag is hij de bastaard die niemand echt telt, 's nachts doet hij het werk dat Chade hem opdraagt, buiten de muren waar het steeds onveiliger wordt. Zijn gevoelens voor Molly, het meisje uit de stad dat hij van vroeger kent, lopen stuk op de eisen van het hof: een bastaard mag niet zomaar trouwen met wie hij wil, en wie van hem houdt loopt gevaar. Daar komt bij dat Fitz opnieuw een band aangaat met een dier, een jonge wolf met een eigen mening over mensen. Die vriendschap is het warmste dat het boek te bieden heeft, maar ze is ook levensgevaarlijk, want als bekend wordt dat hij de Wit gebruikt, is hij verloren.
Royal Assassin is trager en beklemmender dan zijn voorganger. Hobb houdt het toneel klein: het grootste deel van het verhaal speelt zich af binnen de burcht, in kamers, gangen en bij de haard, terwijl de oorlog aan de kust als een geluid op de achtergrond blijft. De spanning komt van wat er niet gezegd wordt. Fitz weet dingen die hij niet mag delen, vermoedt meer dan hij kan bewijzen, en heeft nauwelijks bondgenoten. De Fool, de bleke nar van de koning, spreekt in raadsels en laat doorschemeren dat hij Fitz een grotere rol toedicht dan die van moordenaar in dienst.
Recensenten prezen destijds vooral de personages en het slot; kritiek was er op de omvang van het boek, dat er rustig de tijd voor neemt. Wie van snelle avonturen houdt, moet geduld hebben; wie wil zien hoe een jonge man tussen loyaliteit, liefde en plicht klem komt te zitten, vindt hier het hart van de trilogie. Het is nadrukkelijk geen op zichzelf staand verhaal: lees eerst Assassin's Apprentice.
Ook hier vertelt Fitz zelf, jaren later, wat hem is overkomen, en die afstand geeft zelfs de gelukkigste bladzijden een schaduw. Het boek loopt zonder onderbreking door in Assassin's Quest, waarmee de trilogie wordt afgesloten.
3 · Assassin's Quest
Met dit derde deel uit 1997 sluit Robin Hobb de Farseer-trilogie af. FitzChivalry is er slecht aan toe. Hij leeft ver van het hof, in een afgelegen hut, en moet zichzelf letterlijk opnieuw leren mens te zijn; de wolf Nighteyes is dichterbij dan welke persoon ook. Van zijn oude leven is weinig over, en van de mensen die hij liefhad weet hij niet of hij ze ooit terugziet.
Wat hem op de been houdt is woede. Fitz besluit dat er maar een weg is naar rust, en die loopt via Regal, de man die hem alles heeft afgenomen. Maar zijn plan om op eigen houtje wraak te nemen botst al snel op iets wat sterker is dan hijzelf: door de Skill dringt een opdracht zijn hoofd binnen die hij niet kan negeren. Verity is ooit het Bergkoninkrijk in getrokken op zoek naar de Elderlings, legendarische wezens die de Zes Hertogdommen in het verre verleden zouden hebben gered, en Fitz kan niet anders dan hem achterna.
Zo wordt dit deel een reisroman. Fitz trekt te voet door een land dat door de oorlog is leeggelopen, met de wolf als enige vaste metgezel. Onderweg sluiten anderen zich bij hem aan: Starling, een minstreel die overal een lied in ziet en bovenal een verhaal zoekt dat haar naam vestigt, en Kettle, een oude vrouw die veel meer van magie blijkt te weten dan ze prijsgeeft. Hij ontmoet ook mensen die zichzelf Old Blood noemen en de Wit niet als een schande maar als een erfenis beschouwen, wat hem dwingt na te denken over alles wat Burrich hem heeft ingeprent.
Verder naar het oosten voert de weg hen langs ruines van een verdwenen beschaving: een zwarte weg, een verlaten stad en een tuin vol stenen draken die niet helemaal dood lijken. Voor wie gevoelig is voor de Skill is die plek even verleidelijk als dodelijk. Hier komt ook de Fool weer in beeld, die zichzelf de Witte Profeet noemt en volhoudt dat Fitz zijn Katalysator is: de persoon door wiens toedoen de geschiedenis een andere loop neemt. Fitz gelooft daar niet in, wat de gesprekken tussen die twee het scherpst van de hele trilogie maakt.
Assassin's Quest is het langste en het meest wisselvallige deel van de drie. Hobb laat haar hoofdpersoon vaak falen, en de tocht kent stukken waarin vooral honger, kou en uitputting het verhaal dragen. Daar staat een slot tegenover dat vrijwel alle draden uit de eerste twee boeken bij elkaar brengt. Publishers Weekly en Kirkus Reviews waren lovend en noemden het een uitzonderlijke combinatie van verbeelding, avontuur en karaktertekening. In de chronologie van de wereld volgt hierna eerst de Liveship Traders-trilogie; het verhaal van Fitz zelf gaat pas verder in de Tawny Man-trilogie.
Wie de wereld verder wil verkennen zonder Fitz, kan na dit boek terecht bij Ship of Magic, dat zich aan de andere kant van de kaart afspeelt en pas veel later met deze verhaallijn in aanraking komt. De trilogie zelf is met dit deel af en laat zich ook als een op zichzelf staand geheel lezen.
4 · Ship of Magic
Na de Farseer-trilogie verlegt Robin Hobb in 1998 het toneel. Ship of Magic, het eerste deel van The Liveship Traders, speelt in dezelfde wereld en ruwweg dezelfde tijd, maar aan de andere kant van de kaart: in Bingtown, een handelsstad tussen zee, woestijn en de moerassige Rain Wilds.
Het bijzondere van Bingtown zijn de levende schepen. Een liveship is gebouwd uit wizardwood, een zeldzaam materiaal uit de Rain Wilds, en ontwaakt zodra drie generaties eigenaars aan boord zijn gestorven. Vanaf dat moment heeft het schip een gezicht, een stem, een karakter en de herinneringen van de doden, en het is met zijn familie verbonden. Alleen zo'n schip kan de bijtende rivier bevaren waar de handel met de Rain Wilds vandaan komt. De schepen zijn onbetaalbaar, en de families die er een bezitten zitten er vaak generaties lang voor in de schulden.
Bij de familie Vestrit ontwaakt de Vivacia. Althea, de jongste dochter, is haar leven lang aan boord geweest en gaat er vanuit dat het schip aan haar toevalt. Dat gebeurt niet: het komt terecht bij haar zwager Kyle, die het roer omgooit en denkt de familiefortuin te kunnen redden met de slavenhandel. Althea vertrekt om te bewijzen dat ze als zeeman meetelt, desnoods vermomd en onder een valse naam. Omdat er altijd een bloedverwant aan boord moet zijn, wordt haar neef Wintrow van zijn kloosterschool gehaald; hij wilde priester worden en voelt zich op zee volstrekt misplaatst, al groeit er iets tussen hem en het schip.
Aan wal houden Ronica, de matriarch, en haar dochter Keffria de boeken bij van een handelshuis dat dieper in de problemen zit dan iemand wil toegeven. Kleindochter Malta is vijftien, verwend en vastbesloten volwassen behandeld te worden, en trekt de aandacht van Reyn Khuprus uit een invloedrijke Rain Wild-familie. Ondertussen jaagt de piratenkapitein Kennit op een eigen droom: hij wil koning worden van de Piratenilanden, en daarvoor heeft hij een levend schip nodig.
Hobb laat deze verhaallijnen langzaam naar elkaar toe kruipen. Ze schrijft dit keer in de derde persoon en wisselt van gezichtspunt, zodat ook personages die je liever niet zou vertrouwen hun eigen redenering krijgen. Slavernij, geld en de macht van oude families zijn hier geen decor maar het onderwerp: Bingtown is bezig zijn eigen afspraken te verkwanselen, en vrijwel elk personage moet kiezen tussen fatsoen en overleven. Ergens in de diepte zwemmen bovendien zeeslangen rond die zich iets proberen te herinneren.
Recensenten prezen de complexe personages en verhaallijnen; de kritiek betrof vooral de lengte. Kennis van de Farseer-trilogie is niet nodig om dit boek te volgen, al zullen lezers die de eerste drie delen kennen een enkele naam herkennen.
De opbouw is die van een handelsroman: contracten, schulden, huwelijken en de vraag wie er aan tafel mag zitten bepalen wat mensen kunnen doen. Daaronder ligt het raadsel van de levende schepen zelf, waar dit deel alleen nog maar naar wijst. Wie van Hobbs rustige, gedetailleerde manier van vertellen houdt, vindt hier een tweede ingang tot haar wereld.
5 · The Mad Ship
In het middendeel van The Liveship Traders spreidt Robin Hobb haar verhaal verder uit over zee en land. De Vivacia vaart nu andere wateren dan haar familie ooit bedoelde, met Wintrow aan boord die zich staande probeert te houden tussen mensen die hij niet gekozen heeft. Hij ontdekt dat de piratenkapitein Kennit een verleden heeft dat niemand kent, en dat charme en wreedheid bij die man uit dezelfde bron komen.
In Bingtown loopt de spanning op. De Satrap van Jamaillia, aan wie de stad haar oude rechten ontleent, houdt zich niet aan de afspraken van zijn voorouders en laat de belastingen innen door Chalcedeaanse huurlingen. Onder de oude handelsfamilies groeit het verzet, terwijl de nieuwkomers hun eigen belangen hebben. Althea keert terug naar haar familie en probeert de brokken te lijmen, wat moeilijker is dan tegen een storm opvaren.
De grootste gok van het boek is een schip. Om de Vivacia terug te halen bedenken Althea, Brashen Trell en de raadselachtige houtsnijdster Amber een plan dat iedereen in Bingtown krankzinnig noemt: zij kopen de Paragon, een levend schip dat jaren geleden gestrand is en dat de naam heeft zijn eigen bemanning te doden. Hij is blind, hij is boos, en hij weigert te vertellen wat hem is overkomen. Wie met hem uitvaart, vaart met een wezen dat niet wil worden gered.
Ondertussen komen in de Rain Wilds oude zaken naar boven. De familie Khuprus bezit de laatste stam wizardwood, en Reyn hoort daarin een stem die hem 's nachts bezoekt en om vrijheid smeekt. Malta, die hem eerder vooral als een goede partij zag, wordt door haar eigen halsstarrigheid meegezogen in iets waar zij totaal niet op is voorbereid. Op zee volgt Hobb bovendien een groep zeeslangen die geleid wordt door Maulkin; zij weten dat zij iets belangrijks vergeten zijn, maar niet wat.
Wat dit deel bijzonder maakt is hoe Hobb de mythologie van haar wereld omkeert. Wizardwood, levende schepen, drakenherinneringen en zeeslangen blijken onderdelen van hetzelfde verhaal, en dat verhaal is minder onschuldig dan Bingtown altijd heeft aangenomen. Wie in het eerste deel de handelsstad vooral als decor las, ziet hier waar de rijkdom van die stad werkelijk op is gebouwd.
Recensenten noemden het boek levendig en sterk, met veel lof voor de gelaagde personages; Kirkus Reviews vond juist dat Hobb elke neiging tot beheersing had losgelaten. Het is hoe dan ook een middendeel in de klassieke zin: het opent meer dan het sluit, verlegt de inzet van familieruzie naar oorlog, en zet alle partijen op koers naar de botsing die in Ship of Destiny volgt. Beginnen bij Ship of Magic is hier echt nodig.
De titel slaat op de Paragon, en het is typerend voor Hobb dat het schip dat iedereen als gek en gevaarlijk afschrijft het meest beschadigde personage van het boek blijkt. Zijn stem, halsstarrig en kinderlijk tegelijk, hoort bij het beste wat de trilogie te bieden heeft.
6 · Ship of Destiny
Het slotdeel van The Liveship Traders brengt de drie verhaallijnen samen die Hobb in de vorige boeken uit elkaar heeft laten lopen: de stad, de rivier en de zee.
Bingtown ligt er gehavend bij. De oude handelsfamilies, de nieuwkomers, de mensen van de Drie Schepen en de voormalige slaven wantrouwen elkaar diep, en ondertussen staan er Chalcedeaanse schepen voor de kust. Ronica Vestrit, die haar hele leven de tradities van haar stand heeft verdedigd, komt tot de slotsom dat Bingtown alleen overleeft als het breekt met precies die tradities. Zij zoekt bondgenoten op plekken waar een vrouw van haar stand nooit zou aankloppen, en botst daarbij op Serilla, een Jamailliaanse hofdame die zich gezag heeft toegeeigend om haar eigen huid te redden.
Op de rivier proberen de Rain Wilders te redden wat te redden valt na wat er onder de grond is losgekomen. Malta, ver van huis en zonder middelen, moet het doen met haar verstand en haar tong; het verwende meisje uit het eerste deel groeit hier in een richting die niemand had voorspeld. Reyn heeft zijn eigen redenen om de rivier af te varen.
Op zee vaart de Paragon eindelijk uit achter de Vivacia aan, met Brashen als kapitein en Althea als stuurman, en met Amber aan boord die iets van het schip wil dat hij zelf niet wil geven. Hoe dichter zij bij hun doel komen, hoe duidelijker wordt dat het verleden van de Paragon en dat van Kennit met elkaar verweven zijn. Kennit staat intussen op het toppunt van zijn macht, gedragen door zeeslangen, piratensteden en het geloof van mensen die hij zelf niet gelooft.
Boven dat alles cirkelt Tintaglia, de eerste draak die de wereld sinds mensenheugenis heeft gezien. Zij heeft geen boodschap aan menselijke politiek en maar een doel: zorgen dat haar soort niet uitsterft. Dat zij daarvoor mensen nodig heeft, is voor haar eerder een ergernis dan een reden tot dankbaarheid, en het maakt haar tot een van de weinige onderhandelaars in het boek die geen leugens nodig hebben.
Ship of Destiny is een dik boek en neemt zijn tijd, maar het is ook het deel waarin Hobb afrekent met de vraag waar haar wereld op draait: bezit, geheugen en de prijs die de een betaalt voor het gemak van de ander. Het verhaal gaat onomwonden over slavernij, mishandeling en seksueel geweld, en Hobb laat de gevolgen daarvan niet met een handige wending verdwijnen. Recensies waren overwegend positief, met lof voor de manier waarop zij tientallen draden tot een geheel weeft; bezwaar was er opnieuw tegen de omvang. Voor de bredere reeks is dit deel van belang omdat de draken hier terugkeren in de wereld, iets waar zowel The Rain Wild Chronicles als de latere Fitz-boeken op voortbouwen.
De vertelling wisselt net als in de eerdere delen tussen een groot aantal gezichtspunten, waaronder dat van de schepen zelf. Wie de trilogie in een keer uitleest, merkt hoe consequent Hobb haar personages laat veranderen: bijna niemand eindigt in de positie waarin hij begon, en de meesten hebben daar zelf hard voor moeten werken.
7 · Fool's Errand
Vijftien jaar na de gebeurtenissen uit Assassin's Quest pakt Robin Hobb het verhaal van FitzChivalry weer op. Fool's Errand, het eerste deel van de Tawny Man-trilogie, begint zo rustig als een boek in dit genre maar kan: een man van middelbare leeftijd woont in een uithoek van het land, verbouwt zijn eigen eten, voedt een pleegzoon op en heet tegenwoordig Tom Badgerlock. Alleen zijn wolf weet wie hij werkelijk is, en de minstreel die af en toe langskomt.
Die rust is precies wat hij wilde en precies wat hem opbreekt. Hap, de jongen die hij grootbracht, wordt volwassen en wil de wereld in. En dan verschijnt Chade op de stoep, nog altijd de gifmenger van het hof, met een verzoek: kom terug naar Buckkeep en leer de jonge prins Dutiful de Skill, want er is niemand anders meer die het kan. Fitz weigert. Even later staat er een tweede bezoeker voor de deur, een oude vriend die vijftien jaar weg is geweest, en ook die krijgt nul op het rekest.
Wat hem uiteindelijk wel in beweging brengt is een noodbericht. De prins is verdwenen, kort voor een huwelijk dat het koninkrijk een bondgenoot moet opleveren, en de zaak is dubbel gevaarlijk omdat er meer over Dutiful verborgen moet blijven dan alleen zijn afwezigheid. Fitz krijgt de opdracht hem terug te halen zonder dat iemand merkt dat er iets aan de hand was. Om ongezien aan het hof te kunnen werken, neemt hij dienst als bediende van Lord Golden, een uitheemse edelman met dure smaak en een zeer herkenbare glimlach.
De speurtocht voert langs landgoederen waar gastvrijheid en bedrog dicht bij elkaar liggen, en brengt Fitz in aanraking met de wereld van de Wit-begaafden. Onder hen zijn de Old Blood, die hun gave als erfenis en verplichting zien, en de Piebalds, die genoeg hebben van generaties vervolging en bereid zijn daarvoor over lijken te gaan. Hobb gebruikt die splitsing om over onderdrukking te schrijven zonder een van beide kampen gelijk te geven.
Het boek is korter en strakker dan de delen van de Farseer-trilogie en leest als een zoektocht met een duidelijke klok die tikt. Tegelijk is het een boek over ouder worden: over een lichaam dat niet meer doet wat het deed, over vriendschappen die vijftien jaar stil hebben gelegen, en over de vraag of iemand die zich heeft teruggetrokken uit de wereld daar ooit nog met goed fatsoen in past. Voor lezers van de reeks is het bovendien het scharnierpunt waarop de Farseer-lijn en de gebeurtenissen uit The Liveship Traders zich in dezelfde wereld beginnen te voegen. Begin niet hier: dit deel bouwt volledig op de eerste trilogie.
De titel is een woordspeling die pas gaandeweg zijn lading krijgt. Kenmerkend voor dit deel is dat de grootste dreiging niet van een leger komt maar van roddel, angst en de bereidheid van gewone mensen om buren aan te wijzen. Het slot bereidt de twee volgende delen voor zonder het eigen verhaal open te laten.
8 · The Golden Fool
Het tweede deel van de Tawny Man-trilogie, uit 2002, speelt zich vrijwel geheel af binnen de muren van Buckkeep, en dat is geen beperking maar een keuze. Fitz neemt de post van Skillmaster op zich en moet prins Dutiful lesgeven in een magie die hij zelf nooit goed onder de knie heeft gekregen. Hij is er de aangewezen persoon voor en tegelijk de slechtst denkbare: hij kent de verslavende kant van de Skill van dichtbij en weet hoe makkelijk een jonge, begaafde leerling erin verdwijnt.
Rond die lessen draait een hof vol belangen. Koningin Kettricken bereidt een verbintenis voor met de Outislands, om van de oude vijand een blijvende bondgenoot te maken, zoals haar eigen huwelijk dat ooit moest doen. De Narcheska Elliania, de jonge vrouw die daarvoor naar Buckkeep komt, gedraagt zich niet zoals iedereen had verwacht, en achter haar staan mensen met opdrachten die niemand uitspreekt. Tegelijk worden de Piebalds brutaler: zij dreigen namen van Wit-begaafden openbaar te maken, en dat kan het land in een burgeroorlog storten.
Fitz beweegt zich door dat alles als de bediende Tom Badgerlock, terwijl zijn oudste vriend de rol van de verwende Lord Golden speelt. De roddels die dat oplevert gaan aan Fitz vreten, en hun vriendschap komt zwaar onder druk te staan wanneer hij antwoorden eist die de ander niet wil geven. Hobb schrijft die ruzie zonder melodrama en laat hem lang duren, wat het boek een ongemakkelijke ondertoon geeft.
Daarnaast staat een van de mooiste nieuwe personages van de reeks: Thick, een man met een verstandelijke beperking die door iedereen wordt weggezet als de simpele ziel die de trappen schrobt, en die in de Skill sterker blijkt dan wie Fitz ook ooit ontmoette. Hun moeizame kennismaking, waarbij de een wantrouwen moet overwinnen en de ander zijn neerbuigendheid, hoort tot de kern van het boek. Ook Chade en Dutiful krijgen meer ruimte, en langzaam ontstaat er iets wat op een werkende coterie lijkt.
The Golden Fool heeft nauwelijks veldslagen nodig. De spanning zit in gesprekken, in wat mensen voor elkaar verzwijgen en in politiek die zich in een enkele zin kan keren. Tegen het einde wordt duidelijk dat de bruiloft niet zomaar doorgaat: er wordt een opdracht op tafel gelegd die de jonge prins naar het ijs in het noorden zal sturen, en Fitz hoort van zijn vriend iets wat hij liever niet had geweten. Wie de eerdere delen kent, leest hier vooral een boek over verplichtingen die je uit liefde aangaat en waar je vervolgens niet meer onderuit komt. Lezen na Fool's Errand is echt aan te raden; als los boek werkt het niet.
Ook hier vertelt Fitz zelf, en zijn neiging om zijn eigen aandeel te verdoezelen maakt hem een onbetrouwbare maar zeer menselijke gids. De titel verwijst naar de rol die zijn vriend aan het hof speelt, en naar de prijs die het spelen van een rol met zich meebrengt.
9 · Fool's Fate
Met Fool's Fate uit 2003 rondt Robin Hobb de Tawny Man-trilogie af, en daarmee ook een groot deel van het verhaal dat in Assassin's Apprentice begon.
De inzet is een belofte. Om zijn huwelijk met de Narcheska Elliania te kunnen sluiten moet prins Dutiful naar het noorden varen en daar een draak doden die Icefyre heet en volgens de overlevering al eeuwen onder het ijs van het eiland Aslevjal ligt. Het gezelschap dat meegaat bestaat uit de mensen die in de vorige delen om hem heen zijn komen te staan, met Fitz als schaduw en lijfwacht. Vanaf het eerste moment is duidelijk dat niet iedereen aan boord hetzelfde wil. Chade wil de draak dood, omdat alleen dat het bondgenootschap veiligstelt dat de Zes Hertogdommen vrede moet brengen. Fitz' oudste vriend wil precies het tegenovergestelde, en heeft bovendien voorspeld dat deze reis zijn dood zal worden.
Hobb bouwt het boek rond die botsing. Vrede kopen met een moord, of een wezen sparen dat niemand van het gezelschap ooit heeft gezien? Wie beslist dat, en met welk recht? Daar komt bij dat een aanslag op Icefyre door de Outislanders heel goed kan worden gelezen als een daad van de Zes Hertogdommen tegen hun buren, waardoor de oorlog die iedereen wil vermijden opnieuw kan oplaaien. Fitz, die zijn hele leven in opdracht heeft gehandeld, komt in de positie dat hij zelf moet kiezen.
Aslevjal levert daarbij een van de beklemmendste decors uit de reeks: een eiland van ijs en gletsjerspleten, met onder de sneeuw de resten van iets ouds. De Outislanders spreken over een Zwarte Man met een mengeling van eerbied en angst, en er is een tegenstandster die Fitz al langer kent dan hem lief is en die de Witte Profeet en zijn Katalysator maar al te goed begrijpt.
Naast de tocht draait het boek om de mensen die thuisblijven of juist onverwacht opduiken: Nettle, die niet weet waar ze aan toe is met de man die haar leven van een afstand heeft geregeld; Thick, die zeeziek en doodongelukkig aan boord zit en desondanks de sterkste troef van het gezelschap is; en Burrich, die nooit uit Fitz' geweten is verdwenen. Hobb geeft al die verhoudingen ruim baan, waardoor het slot minder om de draak draait dan om wat mensen elkaar schuldig zijn.
Fool's Fate geldt bij veel lezers als het emotionele hoogtepunt van de reeks, en het is jarenlang als afsluiting gelezen; pas tien jaar later zou Hobb met Fool's Assassin verdergaan. Voor wie de weg van Fitz volgt, is dit deel een noodzakelijke afsluiting van drie boeken opbouw, en het loont om Fool's Errand en The Golden Fool kort daarvoor gelezen te hebben.
De titel is dubbelzinnig, zoals wel vaker bij Hobb, en die dubbelzinnigheid is het onderwerp van het boek: wat is iemands lot, en in hoeverre maakt een voorspelling zichzelf waar? Fitz vertelt opnieuw zelf, met de wijsheid achteraf die zijn verslag zowel eerlijk als ontwijkend maakt.
10 · Dragon Keeper
Dragon Keeper uit 2009 opent The Rain Wild Chronicles en speelt in hetzelfde gebied als The Liveship Traders, kort na de gebeurtenissen daar. Er zijn weer draken in de wereld, maar de terugkeer verloopt rampzalig.
Een groep zeeslangen is te laat en te uitgeput aan de rivier aangekomen om zich in te spinnen. Wat er uit die cocons kruipt, lijkt maar half op een draak: de dieren zijn te klein, scheef gegroeid, en vrijwel geen van hen kan vliegen. Ze hebben de herinneringen van hun voorouders, en dus weten ze precies wat ze hadden moeten zijn. Jagen kunnen ze niet, dus moeten de Rain Wilders hen voeren, en die mensen hebben zelf al nauwelijks genoeg.
Ook aan menselijke kant tekent Hobb een samenleving die met afwijking slecht omgaat. Wie in de Rain Wilds opgroeit, draagt vaak tekenen van de zure rivier: schubben, klauwen, een huid die niet is als die van anderen. Kinderen die te veel afwijken worden niet grootgebracht. Thymara heeft die grens overleefd doordat haar vader weigerde mee te doen, en zij weet dat zij in haar dorp nooit een gewoon leven zal krijgen. Wanneer er keepers worden gezocht om de mislukte draken te verzorgen, ziet zij een uitweg, ook al is het aanbod in feite een manier om lastige monden tegelijk kwijt te raken.
Ver daarvandaan, in Bingtown, leeft Alise Kincarron. Zij is een geleerde zonder aanstelling, die jaren aan draken en Elderlings heeft besteed omdat niemand haar iets beters gunde, en die is getrouwd met een rijke handelaar die haar vooral als dekmantel gebruikt. Haar huwelijkscontract geeft haar echter recht op een reis, en die eist zij op. Samen met Sedric, de secretaris van haar man en haar jeugdvriend, reist zij de rivier op om de draken met eigen ogen te zien.
De expeditie die daaruit ontstaat, vaart met de bark Tarman onder kapitein Leftrin, een man die zelf ook het een en ander te verbergen heeft. Doel is de legendarische Elderling-stad Kelsingra, die volgens de drakenherinneringen ergens stroomopwaarts moet liggen, al weet niemand of die plek nog bestaat. Ondertussen is er in Chalced een markt ontstaan voor drakenbloed en drakenvlees, wat de reis ook voor mensen met heel andere plannen interessant maakt.
Hobb schrijft dit deel in de derde persoon met wisselende gezichtspunten en begint elk hoofdstuk met een briefwisseling tussen duivenmeesters, een vondst die terloops meer verraadt dan de brieven zelf. Het boek is traag en beschrijvend, en veel lezers merken op dat Dragon Keeper en Dragon Haven eigenlijk een doorlopend verhaal vormen dat in tweeen is geknipt. Draken zijn hier geen nobele wezens maar arrogant, hongerig en ronduit onaardig, en dat maakt de verhouding met hun jonge verzorgers ongemakkelijk en interessant.
De titel slaat op een beroep dat niemand vrijwillig kiest. Wie de reeks tot hier heeft gevolgd, ziet in dit deel vooral hoe consequent Hobb haar wereld doordenkt: de terugkeer van de draken is geen triomf maar een probleem, met kosten die op de armste mensen worden afgewenteld.
11 · Dragon Haven
Dragon Haven zet de tocht voort op het punt waar Dragon Keeper ophield: een sliert mismaakte draken, een groep jonge keepers en de bark Tarman worstelen zich stroomopwaarts langs een rivier die niemand goed kent.
Het reizen zelf is de kern van het boek. Er moet elke dag genoeg vlees zijn voor dieren die groter worden dan de groep aankan, de oevers zijn moerassig en het water bijt. Wanneer de rivier een keer echt tekeergaat, raakt het gezelschap verspreid en moet ieder voor zich zien te overleven. Hobb gebruikt die ontberingen om te laten zien wie de personages werkelijk zijn wanneer het comfort en het toezicht wegvallen.
Minstens zo belangrijk is wat er binnen de groep gebeurt. De keepers zijn jonge mensen die thuis nooit een toekomst hadden en die nu, ver van hun dorpen, hun eigen regels moeten maken. Greft, de oudste onder hen, vindt dat de oude verboden van de Rain Wilds hier niet meer gelden en wil dat de groep zich naar zijn inzichten voegt. Thymara moet uitzoeken wat zij daar zelf van vindt, in een situatie waarin bijna iedereen een mening heeft over wat zij met haar leven zou moeten doen. Vriendschap, verlangen en groepsdruk lopen door elkaar, en niemand heeft een volwassene om het aan te vragen.
Aan boord van de Tarman kampt Alise met haar eigen leven. De reis heeft haar laten zien wat zij thuis miste, en kapitein Leftrin is bepaald niet de man die zij op grond van haar opvoeding had moeten bewonderen. Sedric intussen draagt een geheim mee dat hem langzaam opvreet, en de vraag hoever hij gaat om zijn eigen toekomst veilig te stellen, hangt boven het hele boek. Het handelsbelang in drakenbloed uit Chalced blijft dichterbij dan de expeditie vermoedt.
Dat bloed blijkt bovendien geen gewone koopwaar. Wat het met mensen doet die ermee in aanraking komen, verandert de verhouding tussen draak en verzorger ingrijpend, en het geeft de reeks haar eigen invulling van wat een Elderling eigenlijk is. De draken zelf blijven hooghartig en veeleisend, maar Hobb laat hen ook zien als wezens die weten dat zij een mislukte generatie zijn.
Het boek eindigt waar de reis naartoe werkt en opent de twee volgende delen. Qua opbouw hoort het onlosmakelijk bij Dragon Keeper; wie het los leest, mist de aanloop. Hobb schreef zelf dat het een lang boek dreigde te worden, en dat is het ook: veel aandacht voor het dagelijkse, weinig spektakel, en een groepsdynamiek die het tempo bepaalt. Voor lezers van de hele reeks is dit het deel waarin de mythologie rond wizardwood, zeeslangen en draken die in The Liveship Traders werd opgebouwd, praktische gevolgen krijgt.
Het perspectief wisselt tussen de keepers, de bemanning van de Tarman en enkele draken, en ook hier openen de hoofdstukken met onderschepte vogelpost die meer verraadt dan de afzenders bedoelen. De titel wijst vooruit naar wat de groep zoekt, maar laat in het midden of zij het vindt.
12 · City of Dragons
Het derde deel van The Rain Wild Chronicles verschoof de reeks van reisverhaal naar vestigingsverhaal. De draken en hun keepers hebben hun doel bereikt, maar aankomen en er iets van maken zijn twee verschillende dingen.
Kelsingra ligt aan de overkant van een brede rivier, en op een enkele uitzondering na kan geen van de draken vliegen. De stad zelf is geen ruine maar een intact bouwwerk van Elderling-makelij, vol steen dat herinneringen vasthoudt. Wie zo'n muur of standbeeld aanraakt, kan zich verliezen in de levens van mensen die duizenden jaren geleden zijn gestorven. Voor Rapskal is die verleiding sterker dan voor de anderen, en de vraag hoeveel van het verleden een mens kan dragen zonder zichzelf kwijt te raken, loopt door het hele boek.
Ondertussen zet Hobb de wereld daaromheen in beweging. In Chalced ligt de hertog op sterven en klampt hij zich vast aan het idee dat drakenvlees en drakenbloed hem kunnen genezen. Dat maakt van elk drakendeel handelswaar en van elke drakenmens een prooi; Selden Vestrit, die in eerdere boeken als zanger van Tintaglia optrad, ondervindt dat aan den lijve. Ook Tintaglia zelf blijft niet buiten schot, en een gewonde draak is in deze wereld een politiek feit.
In de Rain Wilds krijgen Malta en Reyn met een heel andere zorg te maken: zij verwachten een kind, en in een gebied waar kinderen met afwijkingen doorgaans niet worden grootgebracht is dat geen onverdeeld goed nieuws. Hun verhaallijn verbindt The Rain Wild Chronicles rechtstreeks met The Liveship Traders. En dan is er Hest Finbok, die een bericht over een schatrijke stad heeft opgevangen en meent dat hem via zijn huwelijk een deel toekomt; hij vaart de rivier op met een heel eigen soort onaangenaamheid.
Kapitein Leftrin heeft ondertussen het simpele probleem dat de Rain Wild Council de beloofde betaling voor de expeditie nog niet heeft voldaan, terwijl de keepers voedsel en gereedschap nodig hebben. Dat alledaagse gesteggel is typerend voor de reeks: heldendaden lossen de rekeningen niet op.
City of Dragons is korter en rustiger dan de eerdere delen en leest als de eerste helft van een afsluiting; het loopt direct door in Blood of Dragons. De aantrekkingskracht zit in de stad, in de langzame verandering van de keepers en in de politiek die van alle kanten op Kelsingra afkomt. Wie in deze reeks instapt, moet echt bij Dragon Keeper beginnen, en wie de wereld van de Elderlings al kent, ziet hier hoe de draad van de levende schepen en de zeeslangen zijn logische vervolg krijgt.
De titel slaat op Kelsingra zelf, dat in dit deel voor het eerst meer is dan een naam uit de verhalen. Ook nu opent elk hoofdstuk met vogelpost, en die berichten laten zien hoeveel partijen inmiddels meekijken. Het perspectief wisselt tussen de keepers, de bemanning van de Tarman, de draken en de mensen in Bingtown en Chalced, waardoor de lezer steeds iets eerder weet dan de personages zelf. Voor liefhebbers van Hobb is dat het genoegen van de reeks: je ziet de klap aankomen en kunt niets doen.
13 · Blood of Dragons
Blood of Dragons uit 2013 sluit The Rain Wild Chronicles af. De Tarman-expeditie heeft Kelsingra gevonden, een stad vol oude schatten en oude kennis, en de draken en hun Elderling-verzorgers zouden er eindelijk kunnen worden wat zij horen te zijn. Alleen werkt de stad niet vanzelf: haar magie moet ontsloten worden, en niemand weet nog precies hoe.
Ondertussen is het nieuws over Kelsingra de rivier afgedreven. Avonturiers, gelukzoekers en piraten maken zich op om te halen wat zij halen kunnen, en de keepers, die zelf nog nauwelijks weten hoe zij hun nieuwe leven moeten inrichten, zullen moeten besluiten wat zij verdedigen en waarmee zij handelen. Onder de mensen die zich melden is Hest Finbok, die zijn weggelopen echtgenote Alise terug wil en meent ook recht te hebben op een deel van de buit.
In Chalced is de situatie grimmiger. De zieke hertog gelooft onverminderd dat drakenvlees hem redt, en zolang hij leeft loopt Selden Vestrit, die als een soort drakenmens tentoongesteld wordt, direct gevaar. Zijn lot wordt in dit deel een kwestie van dagen in plaats van maanden.
De grootste zorg is Tintaglia. Zij is de oudste en machtigste draak van deze wereld, zij draagt de herinneringen die Kelsingra kunnen openen, en zij is gewond door een pijl waarvan zij vreest dat hij vergiftigd was. Een draak die niet kan vliegen en menselijke handen nodig heeft om te genezen, is iets wat draken zichzelf niet graag toestaan. Zonder haar kennis dreigt alles wat de expeditie heeft bereikt alsnog verloren te gaan.
Hobb laat de verhaallijnen in dit deel naar elkaar toe lopen zonder het geduldige tempo van de reeks los te laten. Thymara, Tats, Rapskal en de andere keepers veranderen verder, lichamelijk en in de manier waarop zij naar zichzelf kijken, en de aantrekkingskracht van de herinneringsstenen blijft een reeel gevaar. Ook de verhouding tussen mens en draak wordt scherper gesteld: de draken hebben mensen nodig, vinden dat vernederend, en handelen daarnaar.
Voor de bredere Realm of the Elderlings is dit deel van belang omdat het de draden uit The Liveship Traders afhecht en de wereld achterlaat in een toestand waarop de laatste trilogie, Fitz and the Fool, voortbouwt. Als losstaand boek werkt het niet; het is het vierde deel van een verhaal dat met Dragon Keeper begint en dat het beste in een keer achter elkaar gelezen wordt. Wie de rustige, van binnenuit opgebouwde manier van vertellen van Hobb waardeert, krijgt hier de afronding die de expeditie verdient.
De titel verwijst naar wat in deze reeks de spil van alles is geworden: drakenbloed, dat geneest, verandert en vermoordt, en dat om die reden door iedereen begeerd wordt. Hobb wisselt opnieuw tussen een groot aantal gezichtspunten, van keepers en draken tot handelaren en gevangenen, en zet ook dit deel weer in met onderschepte vogelpost waaruit blijkt hoeveel partijen inmiddels van Kelsingra weten. Het slot geeft de keepers en hun draken een toekomst zonder te doen alsof de rekening van vier boeken ontberingen is kwijtgescholden.
14 · Fool's Assassin
Tien jaar na Fool's Fate keerde Robin Hobb in 2014 terug naar FitzChivalry, en zij doet dat met opzet zonder haast. Fool's Assassin, het eerste deel van Fitz and the Fool, begint bij een man die eindelijk heeft wat hij altijd wilde: een huis, een vrouw, land om te beheren en een naam waar niemand vragen bij stelt. Als Tom Badgerlock houdt hij Withywoods draaiende, het landgoed dat ooit van zijn vader was, en de grootste opwinding in zijn jaar is het winterfeest.
Dat feest vormt meteen de kiem van de onrust. Er komt een bleke, uitgeputte boodschapper aan de deur, en voor iemand haar boodschap goed heeft gehoord, verschijnen er drie vreemdelingen die naar haar op zoek zijn. Wat er precies gebeurt blijft onduidelijk, en Fitz, die zijn leven lang van wantrouwen heeft geleefd, laat het los omdat hij het los wil laten. Hobb laat die keuze jarenlang doorwerken.
Het tweede spoor van het boek is huiselijk. Molly is ervan overtuigd dat zij zwanger is, terwijl haar leeftijd dat vrijwel onmogelijk maakt en iedereen om haar heen, Fitz incluis, aan haar verstand begint te twijfelen. Wat daarop volgt, brengt een kind in huis dat klein is, bleek, en alles later doet dan andere kinderen. Zij heet Bee, en vanaf dat moment wisselt Hobb de hoofdstukken af tussen Fitz en zijn dochter.
Die tweede stem is de vondst van het boek. Bee ziet en begrijpt veel meer dan de mensen om haar heen vermoeden, maar kan zich lang niet verstaanbaar maken, en zij vertelt met een droge, ongenadige blik over volwassenen die haar voor achterlijk verslijten. Vader en dochter houden meer van elkaar dan zij kunnen uitspreken, en juist daardoor blijven ze langs elkaar heen leven; wie Fitz kent uit de eerdere boeken, ziet hem dezelfde fouten maken die anderen ooit tegenover hem maakten.
Om dat gezin heen bouwt Hobb langzaam dreiging op. Chade stuurt twee jonge mensen naar Withywoods die daar geen van beiden willen zijn: Lant, een mislukte leerling met een scherpe pen, en Shun, een verwende jonge vrouw die om onduidelijke redenen bescherming nodig heeft. Uit Buckkeep komen berichten over de politiek van het rijk, en van veel verder weg komt een waarschuwing over een onverwachte zoon die beschermd moet worden, zonder dat iemand weet wie daarmee bedoeld wordt.
Fool's Assassin is een traag boek dat zijn spanning haalt uit huiselijke scenes en uit de dingen die de lezer eerder ziet dan de vertellers. Recensenten waren overwegend positief; The Telegraph sprak zelfs van hoge kunst. Het laatste deel van het boek slaat om, en het is duidelijk dat dit het begin is van een verhaal in drie delen. Wie hier voor het eerst instapt, mist de basis: dit boek veronderstelt de Farseer- en de Tawny Man-trilogie.
De titel is dubbelzinnig en blijft dat tot in de laatste bladzijden. Opvallend is hoe weinig Hobb nodig heeft om spanning te maken: een onbeantwoorde brief, een gast die te lang blijft en een vader die net niet luistert zijn hier al genoeg.
15 · Fool's Quest
Het middendeel van Fitz and the Fool, verschenen in 2015, vertelt opnieuw twee verhalen naast elkaar: dat van FitzChivalry en dat van zijn dochter Bee.
Fitz bevindt zich aan het begin van het boek in Buckkeep, waar het winterfeest in volle gang is, en hij heeft er een gewonde bij zich die er niet best aan toe is. Een genezing met de Skill is te riskant zolang het lichaam zo zwak is, dus rest hem geduld, iets waar hij nooit goed in is geweest. Ondertussen wordt hij door Chade aan het werk gezet en moet hij zich aan het hof voordoen als een kleine edelman, want zijn ware naam is er nog altijd een die mensen liever niet uitspreken. Van zijn vriend hoort hij over Clerres en over de Servants, de mensen die zich sinds jaar en dag ontfermen over Witte Profeten, en over de reden waarom zij hem zochten: een onverwachte zoon, van wie niemand weet wie hij is.
Dan bereikt Fitz nieuws dat zijn leven op zijn kop zet, en vanaf dat moment gaat het boek over de vraag hoever een man bereid is te gaan voor het enige wat hij nog heeft. Hobb legt tegelijk een oude schuld op tafel: aan het hof komt aan de orde wie Fitz werkelijk is en wat hij het rijk heeft gekost, en dat leidt tot scenes waar lezers van de reeks lang op hebben gewacht.
Bee's hoofdstukken voeren ver van huis. Zij is in handen van mensen die een reden hebben om haar mee te nemen, maar die reden aan haar niet uitleggen, en zij moet haar eigen aard verbergen om in leven te blijven. Ze houdt een dagboek in haar hoofd, kijkt scherp naar haar bewakers en zoekt in elk voorval naar iets waarmee zij haar situatie kan veranderen. Naast haar staat een jonge vrouw met wie zij het aanvankelijk slecht kan vinden en op wie zij toch aangewezen raakt. Dat Hobb dit alles door de ogen van een kind vertelt, maakt de hoofdstukken ongemakkelijk in de goede zin.
Rondom die twee lijnen groeit het aantal personages gestaag. Chade blijkt meer geheimen te hebben dan zelfs Fitz vermoedde, Nettle en Riddle proberen hun eigen leven te leiden tegen de wil van het hof in, en er zijn nieuwe gezichten die later belangrijk worden, waaronder een leerling van Chade en een pratende kraai met witte veren.
Fool's Quest is een lang boek dat de eerste helft besteedt aan hof, herstel en voorbereiding en de tweede helft aan achtervolging. Het sluit af met een wending die de reis naar het laatste deel onvermijdelijk maakt. Lees het na Fool's Assassin; zonder dat boek mist bijna elke scene haar lading.
Typisch voor Hobb is dat de grootste gebeurtenissen zich in gesprekken voltrekken en dat de gevolgen pas hoofdstukken later voelbaar worden. De titel verwijst naar de tocht die aan het einde van het boek wordt ingezet, en naar de vriend om wie het Fitz altijd al te doen was.
16 · Assassin's Fate
Assassin's Fate uit 2017 is het slotdeel van Fitz and the Fool en daarmee het eindpunt van de hele Realm of the Elderlings, een reeks van zestien boeken die Robin Hobb in 1995 begon.
Het verhaal loopt langs twee wegen naar hetzelfde punt. FitzChivalry reist met een klein gezelschap naar Clerres, de plek waar de Servants hun macht hebben, en hij doet dat met een doel waar hij zelf nauwelijks over spreekt. Hij vaart mee op de Paragon, het levende schip uit The Liveship Traders, en met die keuze knoopt Hobb de twee helften van haar wereld eindelijk aan elkaar. Personages en schepen die in Bingtown thuishoren, delen nu het dek met mensen uit Buckkeep, en het verleden van het schip blijkt op een eigen manier met dat van zijn passagiers te rijmen. Onderweg komen zij ook langs Kelsingra en de draken, zodat de derde tak van de reeks eveneens in het slot wordt betrokken.
De tweede weg is die van Bee. Zij is ver van huis, tussen mensen die haar om haar gaven willen gebruiken, en zij ontdekt stap voor stap waartoe zij zelf in staat is. Hobb laat haar rustig en helder vertellen, ook wanneer het om zaken gaat die een kind niet zou moeten meemaken, en juist die toon maakt haar hoofdstukken de scherpste van het boek. Wat zij weet, wat zij verbergt en wanneer zij besluit te handelen, bepaalt in hoge mate hoe het verhaal loopt.
Clerres zelf is een van de onaangenaamste plekken die Hobb heeft bedacht: een mooie stad met een school, een kasteel en een bibliotheek waarin eeuwen aan voorspellingen liggen opgeslagen, bestuurd door mensen die gewend zijn met andermans levens te rekenen. Rond die bibliotheek draait de morele vraag van het boek. Wie de toekomst denkt te kennen en haar naar zijn hand zet, doet dat altijd ten koste van iemand; wraak nemen op zulke mensen is begrijpelijk, maar Hobb laat ook zien wat wraak met de wreker doet.
Het boek is dik en neemt zijn tijd voor afscheid. Vrijwel alle levende personages uit de eerdere trilogieen krijgen nog een scene, oude vragen over de Skill, de Wit en de draken worden beantwoord, en het slot is bij lezers berucht: het is bepaald geen vrolijk einde, wel een einde dat past bij de vijftienhonderd bladzijden verdriet en toewijding die eraan voorafgingen.
Instappen kan hier niet. Assassin's Fate veronderstelt op zijn minst de Farseer-, de Tawny Man- en de Fitz and the Fool-boeken, en wint aanzienlijk wanneer ook The Liveship Traders en The Rain Wild Chronicles gelezen zijn. Voor wie die weg heeft afgelegd, is dit de afsluiting waar alles naartoe werkte.
De titel sluit de cirkel met Assassin's Apprentice, het boek waarmee alles begon, en Hobb speelt met de betekenis daarvan tot in de laatste zin. Zij heeft na dit deel verklaard dat het verhaal van Fitz hiermee verteld is, al blijft de wereld ruimte bieden voor andere verhalen.
ISBN en EAN per deel
Dit zijn de nummers van de Nederlandse edities waar we hierboven naar linken. Bij boeken is de EAN (de streepjescode) hetzelfde nummer als het ISBN-13. Andere drukken en uitgaven hebben een eigen ISBN.
| Nr. | Titel en editie | ISBN-13 / EAN | ISBN-10 |
|---|---|---|---|
| 1 | Assassin's Apprenticebol.com: Assassins Apprentice | 9780007562251 | 000756225X |
| 2 | Royal Assassinbol.com: Royal Assassin | 9780006480105 | 0006480101 |
| 3 | Assassin's Questbol.com: Assassin'S Quest | 9780006480112 | 000648011X |
| 4 | Ship of Magicbol.com: Liveship Traders Trilogy- Ship of Magic | 9780593724309 | 0593724305 |
| 5 | The Mad Shipbol.com: Mad Ship | 9780553575644 | 0553575643 |
| 6 | Ship of Destinybol.com: Ship Of Destiny | 9780008117474 | 0008117470 |
| 7 | Fool's Errandbol.com: Fool's Errand (The Tawny Man Trilogy, Book 1) | 9780007585892 | 0007585896 |
| 8 | The Golden Foolbol.com: The Golden Fool (The Tawny Man Trilogy, Book 2) | 9780007585908 | 000758590X |
| 9 | Fool's Fatebol.com: Fool's Fate | 9780553582468 | 0553582461 |
| 10 | Dragon Keeperbol.com: Dragon Keeper | 9780007273751 | 0007273754 |
| 11 | Dragon Havenbol.com: Dragon Haven (The Rain Wild Chronicles, Book 2) | 9780008154400 | 0008154406 |
| 12 | City of Dragonsbol.com: City of Dragons | 9780061561696 | 006156169X |
| 13 | Blood of Dragonsbol.com: Blood Of Dragons | 9780008154462 | 0008154465 |
| 14 | Fool's Assassinbol.com: Fools Assassin | 9780553392913 | 0553392913 |
| 15 | Fool's Questbol.com: Fools Quest | 9780007444243 | 0007444249 |
| 16 | Assassin's Fatebol.com: Fitz and the Fool - Assassin’s Fate | 9780007444281 | 0007444281 |
Gerelateerde reeksen
Veelgestelde vragen
In welke volgorde lees ik The Realm of the Elderlings?
Begin bij Assassin's Apprentice en lees de zestien boeken in de volgorde van de tabel, die gelijk is aan de volgorde van verschijnen.
Hoeveel boeken telt de cyclus?
Zestien romans: vier trilogieën en één vierluik. De cyclus is af.
Uit welke deelreeksen bestaat de cyclus?
The Farseer Trilogy, The Liveship Traders, The Tawny Man Trilogy, The Rain Wild Chronicles en The Fitz and the Fool Trilogy.
Is de reeks in het Nederlands vertaald?
Ja, bij Luitingh Fantasy, als Het Rijk van de Ouderlingen. De deelreeksen heten De boeken van de Zieners, De boeken van de Levende Schepen, De boeken van de Nar, De kronieken van de Wilde Regenlanden en De boeken van Fitz en de Nar. Assassin's Apprentice heet Leerling en Meester.
Wie is Robin Hobb?
Het pseudoniem van de Amerikaanse Margaret Lindholm Ogden, die eerder als Megan Lindholm publiceerde.